Allebei promovendi. Stan en Sophie Thoolen hadden allebei een nieuwe hockeyimpuls nodig deze zomer. Allebei met een andere insteek. En beiden kozen dus voor promovendi in de Hoofdklasse: Stan ging van HBS naar de heren van Laren en Sophie na een jaar Pinoké naar de dames van Bloemendaal. De ‘promovendi-hockeykids’ vertellen over: het zijn van topsportfamilieleden, hun nieuwe hockeyimpulsen en hoe zij het (samen) waar willen gaan maken bij Laren en Bloemendaal.
,,Ik moest soms expres verliezen om eerder van de tennisbaan af te kunnen voor een hockeyselectiewedstrijd of -training.’’ Het is een interviewsnede van Sophie die veel zegt over het topsportcommitment van de Thoolens. Het kroost van voormalig topsporttennisser en -hockeyer Constant Thoolen moest op een gegeven moment een ‘harde’ keuze maken. Óf tophockey, óf toptennis. Luister je goed naar broer en zus tijdens het ruim drie kwartier durende gesprek in het clubhuis van Bloemendaal, dan weerklinkt zoveel topsportliefde. Je krijgt daardoor het idee dat er eigenlijk nooit een ‘harde’ keuze is gemaakt. Als een Thoolen-telg adem je ‘automatisch’ topsport. Of het nou gaat om zaalhockey, veldhockey, padellen of tennis.

Studententijd en het tophockey
,,Opa Gerard van der Meer heeft vroeger ook op een hoog niveau gevoetbald, hij was spits, net als ik”, licht Stan toe. ,,Natuurlijk lag het voor de hand dat wij allebei ook iets met topsport gingen doen”, zegt Sophie. ,,Het zit in onze genen. We vinden het superleuk om het uiterste uit onze sport te halen. Onze ouders hebben ons zelf laten kiezen voor welke sport we uiteindelijk gingen, maar we zijn niet per se gepusht om het te móeten doen. In zijn algemeenheid laat onze vader ons vrij in onze topsportlevens. Na een wedstrijd bespreken we samen hoe het ging, wat er beter moet. Gezien de topsportachtergrond die onze vader heeft, is het fijn dat we dat kunnen doen. Maar het is niet zo dat hij er áltijd bovenop zit.”
Vader Thoolen vertoont trouwens niet alleen op het topsportvlak veel gelijkenissen met Stan en Sophie. Hij volgde naast zijn sport een economische studie aan de VU en is werkzaam bij een bank. Zoon Stan volgt nu een economische Master aan de VU, waar dochter Sophie – in dezelfde richting – in haar bachelorfase zit. ,,Het ligt voor de hand dat wij allebei in de financiële sector terechtkomen”, zegt Stan. ,,Maar allebei hebben we ook zoiets van: we moeten nu genieten van onze studententijd en het tophockey. Met ons ‘leven daarna’ zijn we nog niet zo heel veel bezig.’’
Des te meer zitten Sophie en Stan ‘verwikkeld’ in hun huidige tophockeycarrière. Waarom koos Sophie respectievelijk voor Bloemendaal en Stan voor Laren? Eerst Sophie: ,,Ik vond Bloemendaal sowieso een leuke, mooie club en bij Pinoké speelde ik niet zoveel. Wel wat wedstrijden gespeeld, maar lang niet genoeg voor mezelf. Dat vond ik heel jammer. Toen belde André (Morees, coach Dames 1 Bloemendaal en Technisch Directeur Bloemendaal, red.) mij op. Het team dat promoveerde was een heel leuk team en hij wilde mij er graag bij hebben. Ik dacht: het voelt goed, hij heeft vertrouwen in mij, dus ik ga daarvoor.’’ Stan: ,,Ik heb drie jaar met heel veel plezier bij Heren 1 van HBS gespeeld. Een hele leuke club, met een heel leuk team. Na een erg goed seizoen werd ik benaderd door Allard (Van Heemstra, coach Heren 1 van Laren, red.). Die kende ik nog vanuit de jeugd van Pinoké. Dat voelde ook goed. Ik zag het voor me.’’



Direct zien te handhaven in de Hoofdklasse
Zowel Sophie als Stan kregen aanbiedingen van meerdere Hoofdklasseclubs. Maar beiden hadden een goed gevoel bij de ‘klassieke’ hockeyverenigingen Bloemendaal en Laren. Of je tussen beide clubs ook vergelijkingen kan trekken? Sophie: ,,Allebei zijn het clubs met een bepaalde topsportmentaliteit. Zowel de heren als de dames zijn het door de jaren heen gewend prijzen te pakken, dan wel te promoveren naar de Hoofdklasse of de Hoofdklasse zelf te winnen.”
Neemt niet weg dat voor zowel Stan als Sophie de opdracht dit jaar helder is. Laren en Bloemendaal moeten zich direct zien te handhaven in de Hoofdklasse. Sophie deed het met ‘haar’ Bloemendaal opvallend goed. De ploeg won verrassend van Den Bosch (uit 1-2, red.) en speelde bijvoorbeeld gelijk thuis tegen Pinoké (2-2, red.). Sophie: ,,We staan nu vierde, maar het doel blijft ‘gewoon’ directe handhaving. We zijn door dat hele goede begin niet op een soort roze wolk terechtgekomen. We proberen gewoon iedere wedstrijd er onbevangen en gefocust in te gaan. Het is fijn dat we van Tilburg gewonnen hebben (4-1, red.), een directe concurrent, die moet je ook ‘gewoon’ pakken.’’
Stan haalde ‘slechts’ één ‘schamel’ puntje met Laren. ,,Ik denk eigenlijk dat we een prima start hebben gemaakt”, begint hijzelf daarover. ,,In de eerste wedstrijden hebben we de topploegen Kampong, Oranje-Rood en Den Bosch gehad. Tegen Kampong hadden we nog kans op de gelijkmaker. In alle wedstrijden zaten we er heel dichtbij. Als team benaderden we positief die wedstrijden. Tegen Klein Zwitserland hadden we ook met drie punten van het veld kunnen gaan. We blijven positief en doorgaan. We zijn trots op de energie en de inzet die we hebben getoond.’’
Grootste voor- en nadelen
Zowel Stan en Sophie zijn nu écht wekelijks op Hoofdklasseniveau actief. Een misschien minder leuke kwestie: wat zijn de grootste nadelen die bij dat gegeven komen kijken? Stan: ,,Het zijn veel trainingen waardoor ik soms lessen mis van mijn studie. Dat moet je ervoor over hebben. Ik haal er wel heel veel plezier uit en dat moet ook wel.”
Sophie: ,,Je moet gewoon goed plannen en dat is soms best lastig. Het hockeyschema is ook niet altijd hetzelfde. Deze week heb ik weer op andere momenten training, dan moet je maar net kunnen en dat zien aan te passen. Maar wij zijn daaraan wel gewend. We hebben dat ons hele leven al moeten doen.” Zo hebben de Thoolens ‘lerend in de auto naar de trainingen’ allebei hun VWO-diploma gehaald.
Dan het ‘zoet’. Wat zijn de voordelen van het gegeven dat je ieder weekend in ‘de beste hockeycompetitie ter wereld’ mag spelen? Stan: ,,Je moet iedere week de beste versie van jezelf zijn. Je staat iedere week ook met de beste spelers van de wereld in de wedstrijd. Het is heel mooi om je daarmee te kunnen meten.’’ Sophie: ,,Nu ik wekelijks bij Bloemendaal Hoofdklasse mag spelen, vind ik het gewoon veel leuker merk ik. De hele beleving is anders. Je komt naar de club en bouwt toe naar de speeldag. Bij Pinoké was dat niet zo. Nu bij Bloemendaal zijn we wat hechter, ook met het team. Stan: ,,In de Hoofdklasse heb je een ander niveau en komt er veel meer professionaliteit bij kijken. Dat is superleuk!’’


Lang niet de enige topsportfamilieleden
De ‘Thoolen-hockeykids’ zijn lang niet de enige ‘hockeykids’ of ‘topsportfamiliekids’ die er rondlopen. Denk aan de zusjes Dicke bij SCHC, vroeger de zusjes Beetsma bij HDM en aan de broertjes Bukkens bij Pinoké. In andere sporten zijn er eveneens veel topsportfamilieleden die met elkaar of afzonderlijk van elkaar spelen. Ook de ‘Thoolen-hockeykids’ ervaren wel degelijk voordelen van zo’n familie. ,,Qua studie en planning kon ik mooi afkijken bij Stan’’, lacht Sophie. ,,Ook kunnen wij wedstrijdsituaties goed samen bespreken, mede omdat we op dezelfde positie spelen.’’ Stan: ,,We helpen elkaar daarmee, bijvoorbeeld door bepaalde beelden terug te kijken.’’
Volgens Stan en Sophie zitten er meer voor- dan nadelen aan het zijn van topsportfamilieleden. Stan: ,,Als je iets hebt, kan je even snel met elkaar overleggen. De ander weet: wat zou ik hebben gedaan, als ik in het veld sta?’’. Sophie: ,,Ik zou niet per se een nadeel kunnen bedenken. Alleen misschien dat we elkaars wedstrijden op zondag niet kunnen kijken.’’
Of de Thoolens misschien een tip hebben voor topsportfamilieleden die nóg met elkaar gaan spelen, of dezelfde topsport bedrijven? Over dat antwoord hoeven ze niet heel lang na te denken. Stan: ,,Als je ergens mee zit, moet je het er met elkaar veel over hebben. Je bent niet voor niets sámen topsporter.’’ Sophie: ,,Je moet elkaar veel supporten, want dan doe je het met z’n állen. Stel: onze moeder had ons niet telkens naar trainingen en wedstrijden gebracht, dan was het een héle moeilijke opgave geweest. Je gaat met élkaar, als gezin, een commitment aan.’’




