Hockey Magazine

maandag, januari 12, 2026

Top 5 deze week

spot_img

Raoul Ehren flikt het met de Oranje dames 

Door Douwe de Vries 

‘Ieder toernooi heeft zijn compleet eigen verhaal, snap je?’ Het is een interviewsnede van Marijn Veen die compleet treffend is voor het hele Oranje-dameshockeytoernooi. Want ook deze editie in Mönchengladbach had zijn verhaal. De nieuwe bondscoach Raoul Ehren moest het met de Oranje dames ‘weer eens zien te flikken’. En hij flikte het. 

Ehren stelde tijdens het KNHB-perspraatje in Venlo: ‘een bepaalde voorspelbaarheid staat voorop’. In de dynamische topsport geeft een te verwachten patroon topspelers zekerheid. Juist daarvoor zorgt de bondscoach, die sinds de succesvolle Spelen van 2024 Paul van Ass heeft opgevolgd. Enerzijds wil hij innoveren en zíjn manier van coachen en hockey spelen laten doorsijpelen. Anderzijds wil hij voortborduren op de formule die o zo succesvol is gebleken voor deze dames. ,,De dingen die we onder controle hebben, hebben we onder controle. Doordat het niet anders dan anders is, gaan we geen gekke of rare dingen doen. We doen lekker waar we altijd mee bezig zijn. En het loopt prima.’’

‘Wéér facking knap’ 

Wat heet: na de Pro League zeiden de statistieken onder Ehren veel, zo niet alles. Veertien interlands gespeeld: 65 goals gemaakt en slechts zo’n twintig minuten op achterstand. Oranje haalde het volle pond na drie groepswedstrijden. Al was er bij iedereen het besef: wat zeggen zeges op Ierland (2-0) en Frankrijk (6-0)? Niet veel. De 5-1 demonstratie tegen het gastland Duitsland was zeer indrukwekkend. Ehren bezigde het sportcliché: ,,In de knock-outfase gaat het toernooi pas écht beginnen.’’

En dat bleek. Halve finaletegenstander Spanje kwam warempel op een 1-0 voorsprong. En had zelfs de kans op meer. Maar een strafcornerhattrick van Yibbi Jansen zorgde ervoor dat Oranje ‘gewoon weer’ in de finale stond. 

Althans… ‘Gewoon’ moet je het volgens aanvoerster Pien Sanders niet gaan vinden. ,,Iedereen gaat er blind vanuit dat we wel weer zo’n finale halen, maar dat het wéér lukt is heel knap’’, aldus de volledig eerste aanvoerder van dit toernooi na de halve finale. ,,We stappen hier met een 3-1 van het veld na een 1-0 achterstand. Dan gaan we in het kringetje staan en zeggen tegen elkaar: ‘meiden het is gewoon wéér facking knap’. En elke keer is het een ander gevoel. Het blijft gewoon speciaal.’’

Voor sommigen in de selectie was het ‘pas’ de eerste of tweede keer dat er een finale werd gehaald van een groot landeneindtoernooi. Neem Marleen Jochems, die een ‘medisch wonder’ verrichte door er überhaupt te staan in Mönchengladbach. Na de Olympische Spelen was dit haar eerste grote eindtoernooi. “De essentie is hetzelfde. Een wedstrijd hockeyen om de eindstrijd, hem móeten winnen, de finalespanning… Maar het is niet helemaal te vergelijken met de Spelen.’’ 

Toernooidebutanten 

Even terug naar het reflecterende gesprek met Ehren. Hij heeft weinig zin om zichzelf, zijn aanpak, te vergelijken met Van Ass. ,,Ik moet het doen van ‘horen zeggen’. Zelf probeer ik iets meer de accenten op het hockeyspel te leggen: er moet een goede structuur komen in balbezit en niet-balbezit. Als het niet loopt, moeten we van elkaar op aan kunnen. Bepaalde automatismen hebben als er iets stokt. Ik houd ervan om mensen te coachen op hun ‘super power’. Ook wil ik het voor elkaar krijgen dat er geen drempel is om naar mij toe te komen voor een gesprek. Alles is bespreekbaar.’’ Ehren geeft nogmaals aan dat het ‘boek Van Ass’ al een hele tijd geleden is gesloten. Ehren focust zich niet op het verleden: ,,We hebben een nieuwe lichting.’’

En die nieuwe meiden, die deden het meer dan naar behoren. Het was dit toernooi nauwelijks een thema voor de hockeyvrouwen: het laten instromen van een nieuwe generatie speelsters. Voor Fay van der Elst, Danique van der Veerdonk en Pam van der Laan was het hun eerste toernooi. Maar wie dit drietal zag spelen zou denken dat ze al jaren meedoen in het team. ,,Kijk je bijvoorbeeld naar Danique van der Veerdonk, die is tijdens de Pro League al niet in de problemen gekomen in de wedstrijden die ze mocht spelen. Ze is goed in de passing en super koelbloedig. Hier trekt ze die lijn door. Hetzelfde geldt voor Van der Elst en Van der Laan,’’ roemt Ehren.

Voor de hockeybuitenwereld was het ergens wel een thema. Hoe zouden die nieuwe dames zich gaan inpassen, in een team dat al zoveel jaar samenspeelt? Want er is een generatie gestopt met Verschoor, De Goede en Van Geffen. Ook lopen sommige speelsters op hun ‘einde’: hoe lang gaan bijvoorbeeld Matla, De Waard, Moes en Veen nog mee? Laatstgenoemde gaf in zijn algemeenheid aan, ‘nog lang niet’ hockeymoe te zijn. ,,Ik ben nog lang niet klaar. Vind het nog veel te leuk om met de meiden op het veld te staan. Oprecht beleef ik aan elke training ontzettend veel plezier. Anderzijds: er zijn ook een boel andere leuke dingen, waar ik ook weer naar kan uitkijken.’’

Spannende finale 

Toen werd het 17 augustus 2025. De zoveelste finale voor de Oranje-dames de afgelopen jaren. Een nieuwe ontmoeting met het Duitsland van Schopman, dat in de groepsfase nog werd afgedroogd. Na twee kwarten leek er niets aan de hand: door een echte spitsengoal van Pien Dicke en een tip-in van Luna Fokka leidde Oranje comfortabel met 2-0 bij rust. 

Toch wist Duitsland verrassend sterk terug te komen. Het resulteerde zelfs in de aansluitingstreffer van Lisa Nolte (een van richting veranderde strafcorner). In Q4 was de ‘heldin van Parijs’ Anne Veenendaal opnieuw uiterst belangrijk met twee reddingen in de slotfase. Het werden geen shoot-outs. Oranje had het ‘weer eens geflikt’. 

Sinds de Olympische Spelen van 2016 won het Oranje-vrouwenhockeyteam alles wat er te winnen viel. ,,Inderdaad, het ís bizar’’, zei Pien Dicke bij de microfoon in de finale-mixed zone. ,,We zijn altijd met élkaar aan een heel proces bezig. Maar we beseffen ons ook heel goed dat het niet ‘zomaar’ is dat we weer een titel winnen. Het is niet ‘zomaar’ dat we opnieuw in een finale staan. Het komt ons niet aanwaaien.’’

Vierentwintig maanden geleden won Oranje eveneens goud in het SparkassenPark. Dicke trekt de vergelijking met dat toernooi, en die periode. ,,We hebben een andere coach en dat maakt het heel anders. We spelen een ander spel. We hebben wel geprobeerd de grote lijnen erin te houden, maar we hebben ook geprobeerd om andere accenten te leggen.’’

Meerdere krachten in het team

Daarnaast ziet Dicke verandering bij de tegenstanders. Volgens de SCHC-voorwaartse zijn die zich ‘ook blijven innoveren’ ten opzichte van Oranje. ,,Hoe langer je bij elkaar speelt, hoe meer stappen je maakt’’, is een mooi gebezigde van haar. Volgens haar liggen er meerdere krachten in het team. ,,Dat is het mooie aan een teamsport: er kan altijd iemand opstaan die de wedstrijd omgooit. In ons geval is dat vaak Yibbi.’’ In het interview benoemt Dicke steeds het belang van het collectief. Maar over haar eigen, individuele toernooi is ze ook niet ontevreden. Al bleef een ‘doelpunten streak’ uit. ,,In de wedstrijden voor de finale ben ik best dreigend geweest. Op die manier heb ik m’n team ook kunnen helpen.’’

Met die laatste zin wordt door ‘Dicke senior’ een hoop gezegd. Oranje was onder Ehren een fraai collectief in Mönchengladbach. Het collectief dat het ‘weer eens flikte’.

Populaire Artikelen