De druk van het landskampioenschap wil hij het niet noemen. De zaaldames van Rotterdam, regerend nationaal titelhouder dus, kenden een stroeve seizoenstart. Twee schamele puntjes werden gehaald na vier wedstrijden. Maar coach Brian Verwoort wijt dat bepaald niet aan de mogelijke druk die nu op de ploeg zou worden gelegd. “Het huzarenstukje van vorig jaar was wel heel uniek.”
Voor het eerst in 24 jaar, maar liefst, mocht Rotterdam zich in 2025 de beste noemen in de hoogste vrouwenzaalhockeycompetitie. Verwoort -in het verleden ook trainer van het veldvlaggenschip- zag dat op een afstandje en analyseert: “Je kan een slechte competitie spelen, zoals Rotterdam vorig jaar deed, maar alsnog op een play-offplaats eindigen. Dan zie je dat er een momentum kan groeien in die play-offfase. Je hoeft daar maar een paar goede wedstrijden te spelen en er gaat iets van geloof groeien.”
In de finale werd verrassend genoeg afgerekend met dé titelfavoriet Den Bosch (3-1, red.). Maar van deze ploeg hoef -beter gezegd mag- je niet per se verwachten dat zoiets nog een keer zal gaan gebeuren.
“Je moet je ook bedenken dat wij van die kampioensploeg nu nog maar drie speelsters in deze selectie hebben. Daarnaast hebben we pech met wat geblesseerden.” Deze indoor havenstadhockeysters moeten simpelweg wat meer op elkaar ingespeeld raken, onder het Verwoort-bewind deze keer.

Dík in de Hoofdklasse
“Het klinkt misschien cliché”, zegt Verwoort. “Maar als je kijkt hoeveel druk er telkens op een Hoofdklasseseizoen zit, waarin Rotterdam de laatste jaren telkens play-outs moest spelen, hebben we een andere zaaldoelstelling geformuleerd. Namelijk dat je met plezier en gezonde spanning met elkaar moet spelen. Als je nu kijkt naar deze wedstrijd tegen Pinoké (3-3, red.) en je bent uiteindelijk tevreden over het vertoonde spel… Dan is dat ook helemaal oké.”
Verwoort zijn antwoorden verraden dat er niet altijd zaalplankgas gegeven hoeft te worden. Maar zie je hem tijdens de wedstrijden zo fanatiek coachen, dan besef je je als zaalhockeykenner- en liefhebber ook wel weer dat resultaten ‘ook gewoon heilig zijn’.
“In sommige situaties vergeten die meiden weleens hoe goed ze zijn”, stelt Verwoort. “Soms vind ik wel dat we dan ons tekort doen. Zowel op het veld als in de zaal horen wij dík in de Hoofdklasse thuis.”
‘Zaalhuzarenstukje’ van vorig jaar
“Het zaalseizoen voor ons is nog wel héél pril”, zegt Verwoort eerlijk. “Ik hoop dat we richting de laatste wedstrijden vooral het plezier weer vinden, nogmaals, en het niveau hoog blijven houden. De gelijke spelen die we nu hebben gespeeld, hadden ook overwinningen kunnen zijn, en met die mindset hopen we nu toch nog ergens in februari een aantal potjes te kunnen spelen.”
Maar Verwoort heeft telkens de ondertoon dat het ‘zaalhuzarenstukje’ van vorig jaar, wel héél uniek was voor Rotterdam.


