Top 5 deze week

Vierde plaats door doldwaze stoot?

De doldwaze stoot van Duco Telgenkamp. Was dat echt dé aanleiding voor de vierde plaats van de Oranje-heren? Het incident tegen Spanje werd het symbool van een teleurstellend WK, maar wie het hele toernooi bekijkt, ziet dat er meer misging.

De uitschakeling van de Oranje-heren op het WK in eigen land kwam hard aan. Voor het eerst in 24 jaar eindigde Nederland buiten het podium van een wereldkampioenschap. Al snel werd één moment aangewezen als oorzaak: de actie van Duco Telgenkamp tegen Spanje.

Wie de uitspraken van spelers en bondscoach Jeroen Delmée terugleest, zou gemakkelijk kunnen concluderen dat de actie van Telgenkamp het toernooi heeft geknakt. Toch is het te eenvoudig om de vierde plaats volledig terug te brengen tot één moment van verstandsverbijstering. Oranje kende gedurende het hele WK momenten van wisselvalligheid en moest zich regelmatig door wedstrijden heen knokken.

Wisselende samenstellingen zorgen voor onzekerheid

Bondscoach Jeroen Delmée wees voorafgaand aan het WK zelf al op een mogelijke verklaring voor die wisselvalligheid. Oranje speelde zelden met dezelfde samenstelling.

Dat was een bewuste keuze. De technische staf wilde nieuwe spelers en talenten een kans geven en daarmee verder kijken dan de gouden olympische selectie van Parijs.

“Onze wisselvalligheid moet je deels koppelen aan de wisselende samenstellingen. Daar hebben wij zelf als coaches voor gezorgd, omdat we ook andere spelers wilden zien.”

Tegelijkertijd bleef de vraag hangen of Oranje voor een WK niet juist moest teruggrijpen op de groep die twee jaar eerder olympisch goud veroverde.

Ook voor Jorrit Croon was deelname aan het WK lange tijd allesbehalve vanzelfsprekend. De verdediger van Bloemendaal raakte eerder in het jaar tijdens de Pro League in Valencia geblesseerd. Uiteindelijk haalde hij de selectie alsnog.

Tegenover HockeyMagazine vertelde Croon dat zijn vertrouwen in deelname gedurende het herstel groeide. Van een cadeau was volgens hem geen sprake.

“Wat we hier doen is bikkelharde topsport. Het is inderdaad geen speeltuin en geen liefdadigheidsinstelling. Je bent goed genoeg, of je bent het niet.”

Sterke start, maar opnieuw wisselvalligheid

De eerste wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland bracht direct twee gezichten van Oranje naar boven. Nederland kende een moeizame eerste helft en kwam zelfs op achterstand. Na rust draaide de ploeg de wedstrijd volledig om en won uiteindelijk overtuigend met 5-1.

Aanvoerder Thijs van Dam sprak na afloop over het belang van details.

“Je speelt een tegenstander uiteindelijk toch een beetje kapot. Nieuw-Zeeland was de eerste helft gewoon goed. Wij gooiden na rust de schroom eraf, gingen meer hockeyen en werden wat brutaler.”

De aanvallende kwaliteiten van Oranje kwamen vervolgens volop naar voren. De ploeg beschikte over veel verschillende wapens en leek vertrouwen uit die kwaliteiten te halen.

Ook tegen Argentinië liet Nederland dat zien. Na een gelijkopgaande wedstrijd kreeg Oranje meer ruimte na een gele kaart voor de Argentijnen. Nederland liep vervolgens uit naar 3-1.

Duco Telgenkamp was na afloop uitgesproken over de strijd en emotie die bij een WK horen.

“Hier mogen we met zijn allen even gek doen en even gas erop.”

De aanvaller speelde zoals vaker op het scherpst van de snede. Zijn energie en bravoure zijn onderdeel van zijn spel, maar zouden later in het toernooi een veel grotere rol krijgen.

Ploeteren tegen Japan en India

De groepsfase eindigde met een 4-1 overwinning op Japan. Op papier een ruime uitslag, maar de wedstrijd verliep lange tijd moeizaam.

Jip Janssen zag dat Oranje moeite had om de juiste energie op te brengen.

“Het lukte vandaag niet om de juiste energie te leveren die we gewend zijn om te leveren.”

Pas in de slotfase wist Nederland definitief afstand te nemen. De frustratie daarover was groot, ondanks de overwinning.

Dat gevoel bleef gedurende een groot deel van het mannentoernooi aanwezig. Oranje speelde zelden langere periodes op zijn best en moest zich geregeld door wedstrijden heen werken.

Ook in de tweede groepsfase tegen India was het verschil klein. Nederland won, maar overtuigde niet iedereen.

Doelman Derk Meijer wilde na afloop niet spreken van een moeizame wedstrijd. Volgens hem zat de kracht juist in het harde werken van de ploeg.

“Uiteindelijk win je daar wedstrijden mee. Niet met een stapje links, een stapje rechts, maar gewoon met de handen op de grond en hard werken.”

Rekenen tegen Engeland

Tijdens de eerste rustdag van het WK ging het bij Oranje niet alleen over hockey, maar ook over rekenen.

De nieuwe toernooiopzet zorgde ervoor dat de spelers regelmatig moesten kijken naar andere uitslagen en mogelijke scenario’s. Tegen Engeland leidde dat tot een wedstrijd waarin plaatsing voor de knock-outfase constant meespeelde.

Aanvoerder Thierry Brinkman sprak over het vele calculeren.

“Als India een resultaat haalde, was je al geplaatst voordat je gaat spelen.”

Die rust kwam er niet. Oranje speelde uiteindelijk 2-2 tegen Engeland en liet opnieuw zien dat het niveau niet constant was.

Toch bleef het vertrouwen bestaan dat het toernooi in de knock-outfase een nieuwe wending zou krijgen.

Eén moment verandert alles

In de kwartfinale tegen Spanje stond Nederland lang op gelijke hoogte. Tot ver in het derde kwart was de stand 1-1 en bleef de wedstrijd volledig open.

Toen kwam het moment dat achteraf alles zou bepalen.

Duco Telgenkamp kwam in botsing met Xavier Gispert en kreeg een kaart. Oranje moest met tien man verder en Spanje profiteerde optimaal. De Spanjaarden liepen uit en Nederland kreeg de wedstrijd niet meer onder controle.

Uiteindelijk werd het 1-4.

Nederland probeerde nog terug te komen via doelpunten van Jip Janssen en Joep de Mol, maar het was onvoldoende. Spanje plaatste zich voor de halve finale en voor Oranje restte de strijd om de vijfde plaats.

Voor het eerst sinds 2002 stond Nederland niet meer in de halve finale van een WK.

Telgenkamp als zondebok?

Na de uitschakeling richtte de kritiek zich nadrukkelijk op Telgenkamp. Zijn actie tegen Spanje werd het beeld dat bleef hangen van een teleurstellend toernooi.

Dat de Nederlander daar een belangrijke rol in speelde, staat buiten kijf. Maar de vraag is of het eerlijk is om de vierde plaats volledig aan hem toe te schrijven.

Oranje kende immers al vóór de kwartfinale verschillende moeilijke momenten. De ploeg worstelde met de juiste samenstelling, speelde wisselvallig en liet in meerdere wedstrijden kansen liggen om overtuigender afstand te nemen.

Het toernooi werd bovendien gekenmerkt door wedstrijden waarin Nederland lang moest zoeken naar het beste spel.

De doldwaze stoot van Telgenkamp was daarom eerder het moment waarop alles samenkwam dan de enige oorzaak van de mislukte missie.

Oranje mist voor het eerst in 24 jaar het podium

Na de verloren kwartfinale bleek het lastig om zich opnieuw op te laden voor de strijd om het brons. In de bronzen wedstrijd ging Nederland met 1-2 onderuit en bleef de ploeg uiteindelijk zonder medaille.

Daarmee eindigde het WK in eigen land op een vierde plaats.

Een resultaat dat vooraf nauwelijks voor mogelijk werd gehouden voor de olympisch kampioen van Parijs.

Was Telgenkamp verantwoordelijk voor het missen van het podium? De actie tegen Spanje had grote gevolgen, maar wie het hele WK bekijkt, ziet een ander verhaal.

Oranje ploeterde zich regelmatig door wedstrijden heen, speelde wisselvallig en faalde uiteindelijk op het moment dat het er echt toe deed.

De vierde plaats was daarom meer dan één doldwaze stoot. Het was het resultaat van een toernooi waarin de olympisch kampioen nooit langdurig de vorm vond die eerder tot goud had geleid.

Populaire Artikelen