Maurits Visser stopt als international. De 31-jarige doelman van Bloemendaal stelt zich niet langer beschikbaar voor het Nederlands elftal. Na 55 interlands kiest Visser voor meer ruimte voor zijn gezin en zijn loopbaan als arts. Zijn vriendin en hij verwachten komende maand hun eerste kindje.

Einde van een interlandperiode
Na ruim zeven jaar komt er een einde aan de interlandcarrière van Maurits Visser. De doelman maakte in 2019 zijn debuut voor Oranje en kwam uiteindelijk tot 55 interlands.
Het afgelopen WK in Nederland en België was daarmee zijn laatste toernooi met het Nederlands elftal. Visser was in de selectie de stand-in van eerste keeper Derk Meijer en kwam tijdens het toernooi eenmaal in actie, in de laatste groepswedstrijd tegen Japan. Ook stond hij klaar voor een mogelijke invalbeurt tijdens de beslissende wedstrijden.
Nederland sloot het WK uiteindelijk af met een vierde plaats. Na de verloren troostfinale tegen Argentinië maakte Visser zijn beslissing bekend aan bondscoach Jeroen Delmée en later aan zijn ploeggenoten.
Meer ruimte voor zijn gezin
Een belangrijke reden voor het afscheid is de nieuwe fase waarin Visser en zijn vriendin terechtkomen. Het stel verwacht komende maand een kindje.
De intensieve internationale kalender speelde mee in zijn beslissing. De winterperiode bij Oranje bestaat doorgaans uit veel trainingskampen en wedstrijden in het buitenland. Visser wil daar in de toekomst meer ruimte tegenover kunnen zetten voor zijn gezin.
Daarnaast wil de doelman meer aandacht besteden aan zijn andere carrière. Visser studeerde geneeskunde en is inmiddels enkele jaren afgestudeerd als arts. De combinatie van topsport en zijn medische loopbaan heeft hij jarenlang volgehouden, maar volgens Visser is het moment aangebroken om ook daarin verdere stappen te zetten.

EK van 2023 als hoogtepunt
Een van de absolute hoogtepunten uit de interlandloopbaan van Visser was het EK van 2023 in Mönchengladbach. Omdat Pirmin Blaak dat toernooi ontbrak, kreeg Visser de kans om eerste keeper van Oranje te worden.
Die kans greep hij. In de finale tegen Engeland speelde Visser een belangrijke rol bij de shoot-outs en hielp hij Nederland aan de Europese titel.
Na het EK keerde Blaak terug als concurrent. Later ontstond er opnieuw een strijd om de positie onder de lat, dit keer met Derk Meijer. Die laatste kreeg uiteindelijk de voorkeur richting het WK van 2026.
Geen afscheid van het hockey
Hoewel Visser stopt bij Oranje, betekent zijn beslissing niet dat hij helemaal afscheid neemt van het hockey. De doelman blijft actief voor Bloemendaal.
Daarmee blijft hij op clubniveau actief, terwijl er tegelijkertijd ruimte ontstaat voor de volgende fase van zijn leven: zijn werk als arts en het vaderschap.
Na 55 interlands sluit Visser daarmee een belangrijk hoofdstuk af. Zijn periode bij Oranje leverde hem onder meer een Europese titel op, maar het volgende hoofdstuk speelt zich voorlopig vooral buiten het Nederlands elftal af.

