Aramik Garabidian fluit bijna ieder weekend een hockeywedstrijd. Als scheidsrechter kijkt hij naar veel meer dan de bal.
Er zijn mensen die naar een hockeywedstrijd kijken voor de doelpunten. Anderen letten op de tactiek, de mooiste acties of op hun eigen kind dat ergens tussen de 21 andere spelers over het veld rent. En dan is er Aramik Garabidian. Hij kijkt naar alles tegelijk: de spelers, de coaches, de emoties, de verhoudingen binnen een team. En vooral naar wat er kan gebeuren voordat het daadwerkelijk gebeurt.
Aramik fluit als CS Pro dames in de eerste klasse en heren in de tweede en derde klasse. Daarnaast is hij regelmatig actief bij G-hockey en parahockey, iets wat hem bijzonder na aan het hart ligt. Bijna ieder weekend staat hij wel ergens op een hockeyveld, in dat herkenbare gele scheidsrechtersshirt.

Te fanatiek voor de zijlijn
Hoe kwam hij in dat gele shirt terecht? Als ouder hoort fluiten er nu eenmaal bij: een taak die op je pad komt zodra je kinderen gaan hockeyen. Maar voor Aramik was er een tweede reden. Langs de lijn staan bleek geen goed idee. Daarvoor was hij te fanatiek.
“Ik had bij mijn eigen dochters eigenlijk maar twee keuzes: of ik moest fluiten, of ik moest in het clubhuis zitten. Ik mocht niet langs het veld staan.”
Dus werd het fluiten. “Ik wist het beter. Dus iemand zei: ga jij maar lekker fluiten.” Eenmaal met het fluitje in de hand ontdekte hij dat hij de spelregels lang niet zo goed kende als hij dacht. Via YouTube leerde hij ze alsnog, en hij haalde zijn kaart. “Als ik zei dat ik wel zeker wist dat ik gelijk had, stond er ook wel eens dat ik dat niet had,” vertelt hij lachend. Het was misschien wel de beste oplossing: niet langer langs de zijlijn roepen dat je het beter weet, maar zelf het veld op stappen en ontdekken hoeveel er komt kijken bij het fluiten van een wedstrijd.
Een wedstrijd begint voor het eerste fluitsignaal
Want hoe langer Aramik fluit, hoe minder hij het scheidsrechterschap ziet als simpelweg beslissingen nemen. Natuurlijk moeten de regels worden gevolgd. Maar voor hem begint een wedstrijd ver voor het eerste fluitsignaal. Hij verdiept zich in de teams die hij gaat fluiten. Wie spelen er? Wat is er vorige week gebeurd? Hoe staan de teams ervoor? Hoe verliep de vorige ontmoeting? Zijn er onderlinge verhoudingen of emoties waar hij rekening mee moet houden? Soms belt hij vooraf een coach of collega om te vragen of er iets bijzonders speelt.
Een voorbeeld laat zien waarom. Stel: een team heeft vorige keer met 7-3 verloren en is duidelijk uit op revanche. Aramik wil dat niet pas ontdekken bij de eerste harde overtreding. Hij spreekt de aanvoerder vooraf aan, benoemt wat hij weet, erkent de emotie en maakt tegelijkertijd duidelijk waar de grens ligt. “Ik ben me ervan bewust dat het zo is. Maar let op: ik bepaal de spelregels. Dus wij gaan het in de gaten houden.”



De leukste scheidsrechter
Die manier van communiceren komt niet uit het niets. Zijn scheidsrechterscoach gaf hem een zin mee die inmiddels bijna een motto is: “Je wilt niet de beste scheidsrechter zijn. Maar probeer nou de leukste scheidsrechter te zijn.”
Dat klinkt gek voor iemand die de regels moet handhaven, maar voor Aramik betekent het dat je de wedstrijd serieus neemt zonder jezelf boven het spel te plaatsen. “Hoe kan ik ervoor zorgen dat we een hele leuke wedstrijd hebben, waarbij beide teams ruimte krijgen om te excelleren?” Veiligheid staat daarbij voorop, daarna het plezier in het spel en vervolgens het vertrouwen en de fair play. Drie verantwoordelijkheden die hij bewust met zich meedraagt zodra hij het veld op stapt.
Een recente Silver Cup-wedstrijd tussen Hisalis en Saxenburg laat zien hoe dat er in de praktijk uitziet. Voor de wedstrijd bracht hij de aanvoerders bij elkaar. Hij wist dat er belangen speelden en dat er een winnaar moest komen, maar dat betekende volgens hem niet dat de wedstrijd over de grens hoefde te gaan. Vragen mochten worden gesteld, maar zonder geschreeuw. Emoties mochten er zijn, maar veiligheid bleef de ondergrens.
Daarna volgde zijn vaste boodschap: “Ik ga je één garantie geven. Wij gaan fouten maken. Reken maar. Volgens mij jullie ook. Mocht er iets zijn, kom altijd naar ons toe.”
Het is misschien wel het meest menselijke wat een scheidsrechter kan zeggen: geen belofte dat elke beslissing perfect is, maar de erkenning dat niemand foutloos is.
Fouten maken mag
Dat besef is voor Aramik steeds belangrijker geworden. “Ik vind dat er soms wel beelden ontstaan dat scheidsrechters onfeilbaar zijn. Of dat wij nooit fouten maken. Nee, ook wij maken gewoon fouten.” Het verschil zit in hoe je ermee omgaat. De KNHB-workshops die hij de afgelopen jaren volgde, hielpen hem daarbij. Coaches en scheidsrechters bekeken samen wedstrijdbeelden en ontdekten dat ze dezelfde situatie soms compleet anders beleefden. Daardoor ging Aramik meer praten met coaches, vóór én na wedstrijden. Tegenwoordig vraagt hij actief om feedback.
Een scheidsrechter die een fout toegeeft, is sterker dan iemand die koste wat kost gelijk wil houden. Een uitspraak van een coach bleef bij hem hangen: het grootste respect gaat uit naar een scheidsrechter die zijn fout toegeeft. Dat past bij wat Aramik wil zijn. Geen scheidsrechter die op zijn strepen staat en met kaarten zwaait om te laten zien wie de baas is, maar iemand die het vertrouwen van spelers en coaches behoudt.
“Het gaat om opleiding, om opvoeding, om communicatie en om leiderschap. Het is zoveel meer dan alleen een wedstrijd fluiten.”
Leiderschap past misschien nog beter bij zijn manier van fluiten dan het woord scheidsrechter. Hij noemt het zelf bijna een bestuurlijke functie. Spelers, coaches en stafleden vertrouwen erop dat jij het spel in goede banen leidt. Je moet beslissingen nemen, emoties herkennen, communiceren en stevig blijven wanneer dat nodig is. En dat terwijl de bal met hoge snelheid over het veld gaat en je onmogelijk elke situatie perfect kunt zien.
“Je kan alles leren. Je kan theorieën bestuderen en met andere scheidsrechters naar filmpjes kijken. Maar in het echte leven ziet het er anders uit.”
Daarom ziet hij zichzelf ook niet als een robot. Hij is emotioneel. Soms raakt iets hem, soms reageert hij feller dan hij achteraf had gewild. “Ik zou nooit de illusie willen wekken dat ik helemaal zen ben,” zegt hij. Het verschil is dat hij steeds beter herkent wat er gebeurt en hoe hij daarmee omgaat.


Minder wedstrijden, meer verdieping
Ondertussen blijft hij leren. In zijn eerste jaren draaide het om zoveel mogelijk wedstrijden fluiten. Vier wedstrijden op een zaterdag was geen uitzondering. Maar na verloop van tijd merkte hij dat méér wedstrijden niet automatisch beter maakte. Er was nauwelijks tijd voor voorbereiding, nabespreking en feedback. Toen hij richting CS Pro ging, koos hij daarom voor minder wedstrijden en meer verdieping.
Het is inmiddels zijn vijfde jaar als scheidsrechter. Pas sinds vorig seizoen fluit hij officieel op het niveau van dames eerste klasse en heren tweede en derde klasse. Of hij nog steeds iets haalt uit alle workshops en bijeenkomsten? “Nooit uitgeleerd,” zegt hij, zonder twijfel.
Gewoon hockeyers
Dat verklaart ook zijn enthousiasme voor G-hockey en parahockey. Voor hem gaat het niet om ‘een wedstrijdje voor mensen met een beperking’. Het zijn simpelweg hockeyers. Aramikis ambassadeur voor G-hockey en fluit regelmatig wedstrijden op hoog niveau, zowel op club- als op internationaal niveau. Hij geniet zichtbaar van de energie en de passie die hij daar tegenkomt.
Een van zijn mooiste herinneringen ontstond in Den Bosch. Een week eerder had hij daar al parahockey gefloten, op een van de velden naast het hoofdveld. Terwijl hij met een goede vriend naar het stadion keek, zei hij dat het hoofdveld op zijn doelenbord stond. Ooit wilde hij daar fluiten.
Een week later werd hij aangewezen voor een wedstrijd op precies dat veld.
Hij en zijn vriend dachten eerst dat ze weer op een van de andere velden zouden staan, totdat bleek dat ze het hoofdveld kregen. De sfeer, de muziek, de stadionbeleving: alles was aanwezig. Een plek waar hij een week eerder nog ontzettend graag wilde fluiten, werd werkelijkheid.
Dat is ook hockey
Dit is het soort moment waarvoor Aramik het doet. Niet alleen voor de wedstrijd zelf, maar voor alles eromheen. Voor de spanning, de emotie, de mensen. Voor het moment waarop een speler scoort en een team ontploft van vreugde, terwijl aan de andere kant iemand met tranen in de ogen staat.
Dat zag hij ook bij die Silver Cup-wedstrijd tussen Hisalis en Saxenburg. De wedstrijd eindigde na een spannende shoot-out met één winnaar, maar daarna gebeurde iets wat voor Aramik minstens zo mooi was. De teams gingen samen dansen en een drankje drinken. Later kreeg hij foto’s toegestuurd van de teams die samen de avond vierden.
“Dat is ook hockey.”
Daar zit de kern van zijn verhaal. Een scheidsrechter staat tussen twee teams, maar hoeft niet tegenover ze te staan. Aramik probeert onderdeel te zijn van het geheel zonder partij te kiezen. Hij ziet het als een voorrecht dat 22 spelers en hun coaches hem vertrouwen met hun wedstrijd.

Waardering doet hem meer dan hij zelf verwacht. Tijdens de Week van de Scheidsrechter wordt hij daar opnieuw aan herinnerd. “Ik word daar heel bescheiden van. Een grote glimlach.” Want een scheidsrechter is niet iedere week de held. Vaker ben je degene die wordt aangesproken omdat iemand het niet eens is met een beslissing. “Je bent vaker de onderliggende partij. En terecht ook. Dat is de functie.”
Toch gunt Aramik iedere hockeyer wat hij zelf door het fluiten ontdekte: kijk eens door de ogen van de scheidsrechter. “Je gaat een wedstrijd met andere ogen bekijken. Je leert over communicatie, leiderschap, emoties en verantwoordelijkheid. Tegelijk ontdek je hoeveel er nodig is om een wedstrijd in goede banen te leiden en met kritiek om te gaan.” En misschien ontdek je, net als hij, dat je het veel leuker vindt dan je ooit had gedacht.
Dus aan alle ouders die denken dat ze het beter kunnen langs de lijn: pak een fluitje. Misschien ontdek je niet alleen dat je niet altijd gelijk hebt, maar vooral een nieuwe passie. En wie weet sta je over een paar jaar zelf in dat gele shirt, midden op het veld, klaar om er weer een mooie wedstrijd van te maken.

