Ergens tussen de reserves, de trainingen, de wedstrijdbesprekingen en de drukte rondom het WK zoekt Daantje de Kruijff haar eigen plek. Ze is er wél bij, maar staat nog niet binnen de lijnen. Geen speelminuten dus, terwijl Oranje in eigen land strijdt om de wereldtitel. Dat is soms lastig. Want hoe mooi het ook is om een WK van zo dichtbij mee te maken, als topsporter wil je uiteindelijk maar één ding: spelen.
Toch probeert De Kruijff vooral te genieten van wat er wél is. Dat ze mogelijk weinig aan spelen toe zou komen, wist de middenveldster vooraf al. De technische staf had haar daarop voorbereid. “Er is tegen mij gezegd dat ik rekening moest houden met geen of heel weinig minuten”, vertelt ze. “Mijn verwachtingen lagen daardoor eigenlijk al vrij laag.”
Dat maakte het iets makkelijker om haar rol te accepteren. Al betekent dat niet dat de teleurstelling helemaal verdwijnt. “Het is natuurlijk altijd jammer als je geen minuten krijgt. Je hebt altijd hoop dat er ergens een kans komt.” Op de vraag of die hoop er bijvoorbeeld extra was in de wedstrijd tegen China, vertelt De Kruijff dat ze wist dat Oranje geen wedstrijden ‘zomaar laat lopen’.
Een wedstrijd midden in het toernooi, waarin misschien ruimte zou ontstaan om andere speelsters minuten te geven. Maar De Kruijff wist ook dat Oranje niet zomaar wedstrijden laat lopen. “Je wil iedere wedstrijd winnen en goed spelen. Het is niet zomaar een wedstrijd; je zit midden in het toernooi.” Dus zat ze tijdens de wedstrijd opnieuw naast de lijn. Kijken, analyseren en ondertussen zoveel mogelijk leren.

Dichtbij genoeg om te voelen
Dat laatste lukt haar goed. De Kruijff geniet zichtbaar van de ervaring, ook al zit daar een dubbel gevoel bij. “Ik ben vooral heel blij dat ik dit mag meemaken en dat ik erbij ben”, zegt ze. “Maar het knaagt soms wel, omdat je zo dichtbij bent en ziet hoe bijzonder het is.” Want juist doordat ze er middenin zit, ziet ze ook wat ze mist. De energie die vrijkomt tijdens een wedstrijd. De spanning vlak voor de start. Het moment waarop je zelf het veld op mag.
Toch lukt het haar om de knop om te zetten. Mede doordat ze vooraf wist dat haar rol waarschijnlijk anders zou zijn. En omdat er genoeg gebeurt om haar eigen ontwikkeling niet uit het oog te verliezen. Als ze niet bij de achttien speelsters zit, traint ze met de reserves. Soms samen met de reserves van de heren. Dat blijkt een verrassend leuke afleiding.
“Dan kan je toch met een stick en bal wat doen in plaats van alleen maar moeten rennen.” En juist daar ontstaat ruimte om te leren.
Steeds meer zien
Wie veel kijkt, gaat ook veel zien. Dat merkt De Kruijff tijdens dit WK. “Ik heb de laatste tijd steeds meer dingen waarvan ik denk: oh, dat wil ik ook nog leren.” Dat maakt haar juist gretiger.
“Je kijkt natuurlijk de hele tijd hockey. Daar haal je ook inspiratie uit. Ik heb daardoor juist weer zin om echt te gaan trainen, omdat ik denk: ik wil beter worden.” Het is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ze uit dit WK wil meenemen. Niet alleen de ervaring van een groot eindtoernooi, maar ook de lessen die ze onderweg opdoet.
Hockey technisch heeft ze niet het gevoel dat ze tijdens het toernooi enorme stappen heeft gezet. Daarvoor is ze simpelweg te weinig met de bal bezig. Mentaal daarentegen wel. “Je hebt toch een andere focus. Je probeert zo goed mogelijk aansluiting te vinden bij de groep, maar soms ook je eigen plan te trekken met de andere reserves. Ik ben daar steeds beter mijn weg in aan het vinden.” En dat blijkt waardevol. “Het is heel leerzaam voor later.”
Kijken naar de besten
Een van de speelsters naar wie ze met extra aandacht kijkt, is Xan de Waard. Niet alleen omdat ze goed is, maar ook omdat haar manier van spelen aansluit bij wat De Kruijff zelf wil ontwikkelen. “Xan speelt op het middenveld en is gewoon bijzonder goed. Ze gebruikt heel veel schijn met haar lichaam. Ze is ontzettend behendig en heeft het spelletje echt door.”
Daar kijkt De Kruijff met bewondering naar. Soms zie je iets waarvan je denkt: dat wil ik ook aan mijn eigen spel toevoegen. “Dat zou ik ook wel in mijn arsenaal willen hebben.” Het is precies die houding die haar helpt om haar huidige rol positief te benaderen. Ze kan balen van het feit dat ze niet speelt, maar tegelijkertijd gebruikt ze de situatie om beter te worden.

De andere kant van topsport
Niet iedere speelster die aan het WK begon, heeft het toernooi van dichtbij kunnen meemaken. Dat merkte De Kruijff pijnlijk bij haar goede vriendin Jip Dicke. Zij zag door een blessure haar WK-droom in rook opgaan.
“Het is niet leuk om te zien hoeveel verdriet het haar doet. Wij missen haar ook. Ik had het haar heel erg gegund, om een eerlijke kans te krijgen op een plekje in de selectie. Of ze het uiteindelijk had gehaald of niet, een blessure gooit dan roet in het eten.” Voor een topsporter is dat misschien wel een van de hardste dingen: maandenlang toewerken naar een groot toernooi en er vervolgens vlak voor de start niet bij kunnen zijn. De Kruijff probeert er voor haar vriendin te zijn. Ze houden veel contact, soms komt Jip bij een training of wedstrijd kijken en dan praten ze even bij. “Ik ben heel goede maatjes met haar, dus we hebben veel contact.”
Zelf zit De Kruijff ondertussen midden in haar eigen WK-ervaring. Met 8 interlands achter haar heeft ze al de nodige internationale ervaring, maar ze voelt dat ze nog maar aan het begin staat. “Internationaal is qua niveau gewoon weer een stap erbij. Ik hoop dat ik iedere interland beter word en ervan leer. Ik hoop dat het alleen maar gaat groeien.”
Samen zoeken naar een rol
Met de jonge meiden van de groep ontstaat ook een eigen dynamiek. Met debutanten als Eline Jansen en Guusje Moes deelt ze niet alleen de ervaring van het WK, maar ook de momenten langs de kant. Met Guusje deelt ze zelfs een kamer. “Dat is heel gezellig. Daar ga ik veel mee om.” Met Eline traint ze regelmatig en drinken ze samen koffie.
Die onderlinge contacten zijn belangrijk. Want hoewel de speelsters die niet spelen een andere rol hebben dan de basisspeelsters, zijn ze nog altijd onderdeel van hetzelfde team.
Dat geldt ook voor haar relatie met Jorrit Croon, die eveneens tijdens het WK actief is. Hun programma’s lopen grotendeels langs elkaar heen, maar ze zien elkaar regelmatig. Juist omdat ze allebei begrijpen hoe intensief zo’n toernooi is, kunnen ze iets voor elkaar betekenen. “Je ziet wat de ander doet. We proberen af en toe momenten op een dag of in een paar dagen af te spreken. Soms lopen we even samen een rondje en praten we gewoon.” Geen ingewikkelde gesprekken over tactiek of hockey. Soms is ‘even inchecken’ bij elkaar al genoeg.
Meer dan hockey
Het WK in eigen land speelt zich bovendien niet alleen af op het veld. Rondom de wedstrijden is een complete festivalomgeving ontstaan. De Kruijff maakt daar als speelster niet alles van mee, maar ziet wel wat het doet. “Ik vind het heel groot en goed geregeld. Het trekt meer mensen aan om te komen.” En die mensen zorgen vervolgens weer voor extra energie op de tribunes.
Zelf stond ze één keer op het podium tijdens een Oranje-event, inclusief dansje. Veel meer van de festiviteiten krijgt ze als speelster niet mee. Daar is simpelweg het wedstrijdprogramma te intensief voor.
Maar misschien is dat ook wel kenmerkend voor haar WK. De buitenwereld ziet een groot evenement vol publiek, muziek en activiteiten. De Kruijff ziet vooral de kleine momenten daarbinnen: een training, een gesprek, een wandeling, een videoanalyse of een kwartiertje koffie met een teamgenoot. En ondertussen draait alles om details.
Details maken het verschil
Want hoe verder het toernooi vordert, hoe kleiner de verschillen tussen de teams worden. De grote lijnen zijn allang uitgezet. Nu gaat het om de details. Oranje bespreekt meerdere keren per dag de tegenstander, maar kijkt ook voortdurend naar zichzelf. Wat ging goed? Waar kan het beter? Waar zit een klein voordeel?
“Het grotere plaatje is er al. Daar hebben we heel lang voor gewerkt. Nu gaat het inderdaad om de details en dat doe je samen.” Niet alleen de coaches zijn daarmee bezig. Ook de speelsters houden elkaar scherp. Iedereen probeert een bijdrage te leveren aan het uiteindelijke doel. En daarin ligt ook De Kruijff haar eigen uitdaging. Ze kan het team niet helpen door minuten te maken, maar wel door haar rol buiten de lijnen zo goed mogelijk in te vullen.
Wanneer is het WK geslaagd?
De vraag wanneer haar WK persoonlijk geslaagd is, vindt ze lastig. Natuurlijk zou ze graag een keer het veld op willen. Een minuut, een invalbeurt, het zou iets betekenen. Maar het aantal speelminuten is uiteindelijk niet de maatstaf waarmee ze haar toernooi wil beoordelen.
“Ik denk ook gewoon als het team goed kan presteren. Als het team kan functioneren zoals het wil functioneren en ik daar onderdeel van ben, dan is dat voor mij belangrijk.” Haar eigen bijdrage hoeft dus niet per se zichtbaar te zijn op het scorebord.
En dan is er nog dat andere doel: genieten. Van het feit dat ze hier überhaupt staat. Van de wedstrijden, de speelsters om haar heen, de sfeer en alles wat er rondom het WK gebeurt. “Het is gewoon heel bijzonder om een WK in eigen land mee te maken.” Misschien is dat uiteindelijk wel de beste manier om haar rol te omschrijven. De Kruijff wacht nog altijd op haar eerste speelminuten. Ze kijkt, leert, traint en ondersteunt. Soms knaagt het. Maar bovenal probeert ze alles uit deze unieke ervaring te halen.
“Ik denk dat het sowieso wel geslaagd wordt.”


