Wie voorafgaand aan het seizoen had voorspeld dat HBS Dames 1 na vier wedstrijden zeven punten zou hebben, had waarschijnlijk op wat gefronste wenkbrauwen kunnen rekenen. Inmiddels staat de ploeg na een sterke competitiestart keurig in de middenmoot van de Promotieklasse. De 1-1 van zondag tegen Gooische zorgde voor gemengde gevoelens, maar vooral voor het besef dat HBS zich inmiddels prima kan meten met de gevestigde namen op dit niveau.
“Een beetje mixed feelings wel”, zegt de aanvoerster June van Westing na afloop van het gelijkspel. “Er had meer ingezeten, maar hij had er ook zo bij ons in kunnen vallen. Dus ja, overall is het een beetje: het is een goed resultaat.”
Dat ene punt past in ieder geval bij de ontwikkeling die HBS Dames 1 sinds de promotie naar het tweede hockeyniveau van Nederland doormaakt. Waar de ploeg in het eerste jaar nog met enige terughoudendheid aan de nieuwe uitdaging begon, staat HBS er nu met een ander gevoel.
“In het eerste jaar ben je misschien wel wat terughoudend. Je komt hier kijken, het is spannend, je weet niet hoe je het gaat doen”, vertelt Van Westing. “Nu staan we wel iets meer met de borst vooruit. We weten: we kunnen gewoon meedraaien. We hebben ook echt een goed team.”
Niet meer de promovendus
Het verschil zit volgens haar niet alleen in het vertrouwen, maar ook in de manier waarop HBS naar zichzelf kijkt. De ploeg wil niet langer automatisch worden gezien als de promovendus die vooral moet proberen degradatie te voorkomen. “Je bent er ook een beetje klaar mee dat je wordt gezien als ‘de promovendus’ en degene die ergens onderin zou gaan meedraaien”, zegt ze. “Toen dachten we wel: hoezo is dat zo? Als je ook kijkt naar de resultaten, dan is iedereen volgens mij heel erg aan elkaar gewaagd.”
Een uitzondering ziet ze in Nijmegen, dat volgens haar duidelijk boven de rest uitsteekt. Daarachter ligt de competitie volgens de HBS-aanvoerster veel dichter bij elkaar. “We hebben tegen elkaar gezegd: we zetten hem hoog in.” Dat betekent niet dat HBS na vier wedstrijden met zeven punten ineens de lat richting de top van de ranglijst verlegt. “We gaan nu niet opeens denken: we gaan even lekker top drie meedraaien. We weten echt wel dat het heel erg pittig is.”
De goede start verandert de doelstelling dan ook niet. Wel verandert er iets in het zelfbeeld. Waar handhaving eerder het voornaamste doel was, mag HBS inmiddels iets meer van zichzelf verwachten.

Meer tempo, betere speelsters
Dat HBS zich inmiddels thuis voelt in de Promotieklasse heeft ook te maken met de lessen uit het eerste seizoen. Het niveauverschil met de Overgangsklasse is volgens de aanvoerster vooral zichtbaar in de snelheid. “Ik denk dat heel veel meiden individueel echt een stuk beter zijn. En over het algemeen ligt het baltempo gewoon veel hoger. Dat is echt het grootste verschil.”
Juist daarin heeft HBS een ontwikkeling doorgemaakt. De ploeg weet inmiddels beter wat er gevraagd wordt om op dit niveau mee te kunnen. De huidige groep bestaat bovendien uit een mix van speelsters die al langer bij HBS spelen en zeven nieuwe speelsters. Die nieuwelingen lijken zich snel te hebben aangepast. “We hebben een hele goede voorbereiding gehad en we hebben gewoon echt een heel leuk en fijn team. De sfeer zat er gewoon heel goed in.”
Volgens de aanvoerster is dat laatste misschien wel een van de verklaringen voor de sterke start. “Die eerste paar potjes, je hebt gewoon vooral heel veel zin erin. Vaak halverwege het seizoen merk je toch dat het wat stroever kan gaan. Of als je een paar potjes verliest, dat doet mentaal ook iets. Maar die eerste paar wedstrijden ga je er gewoon met frisse moed tegenaan.”
Familieclub met ambitie
HBS blijft ondertussen gewoon HBS: een familieclub waar prestaties belangrijk zijn, maar waar het sociale aspect niet naar de achtergrond verdwijnt. Toch betekent dat allerminst dat de ambities vrijblijvend zijn.
“Volgens mij staan we er ook een beetje om bekend dat we een familieclub zijn”, zegt aanvoerster Van Westing. “Maar er is altijd wel heel veel ambitie geweest, bij de dames en heren. We willen er vol voor gaan en gewoon elke wedstrijd winnen.” Daar hoort ook een serieuze trainingsbelasting bij. “We staan niet voor niets drie keer in de week met z’n allen keihard te trainen.”
Dat HBS dit jaar iets jonger is geworden, ziet de aanvoerster bovendien niet als een probleem. Een aantal ervaren speelsters stopte, waardoor de gemiddelde leeftijd daalde. “Dat zorgt ook wel weer voor even een andere dynamiek in het team. Ik denk dat dat ook altijd wel goed doet.”
Jeugd krijgt de ruimte
Voorlopig is de conclusie vooral dat HBS na twee seizoenen Promotieklasse niet meer met dezelfde ogen naar de competitie kijkt. De ploeg heeft zeven punten uit vier wedstrijden, heeft laten zien mee te kunnen en staat voorlopig in de middenmoot. De aanvoerster wil vooral voorkomen dat daar meteen allerlei conclusies aan worden verbonden. „Wij zeggen tegen elkaar: het is echt zondag per zondag. Je moet niet terugkijken, ook niet vooruit.”
Oftewel: niet te hoog zweven, maar ook niet meer automatisch naar beneden kijken. “Als je er elke zondag staat met de inzet om gewoon harder te werken dan degene aan de overkant, denk ik dat iedereen kans maakt op drie punten.”
Voor HBS is dat misschien wel de grootste verandering ten opzichte van het eerste seizoen in de Promotieklasse: de ploeg hoeft niet meer alleen te hópen dat ze erbij hoort. Ze wéét inmiddels dat ze erbij hoort.


