Voor Wales is het WK hockey in Nederland een bijzondere gebeurtenis. Voor Pinoké-speler Draper geldt dat misschien nog wel iets meer. De verdediger leek na een zware blessure lange tijd nauwelijks kans te maken op deelname, maar staat nu toch op het WK-podium. En dat ook nog eens op Nederlandse bodem, op korte afstand van zijn club en met vrienden en familie op de tribune.
Toen Draper zijn blessure opliep, schatte hij zijn kansen om het WK te halen zelf in op slechts twee à drie procent. “Om eerlijk te zijn, toen ik het deed, dacht ik dat ik waarschijnlijk twee of drie procent kans had om het te halen.” Dat hij nu daadwerkelijk met Wales op het WK staat, noemt hij dan ook een groot voorrecht.
De weg terug naar het internationale podium legde Draper niet alleen af. Hij benadrukt vooral de rol van de medische en technische staf. Zelf zegt hij niets bijzonders of extra’s te hebben gedaan. “Ik heb zwaar geleund op de experts. Ik ben geen expert op het gebied van sportwetenschap, dus ik vertrouwde op de mensen die hun vak kennen. Ik heb hen vertrouwd en gelukkig is het allemaal gelukt.”

Dat het WK vervolgens in Nederland wordt gespeeld, maakt zijn deelname extra bijzonder. Draper speelt bij Pinoké en kent daardoor het Nederlandse hockey van dichtbij. Bovendien kunnen veel Welshe vrienden en familieleden relatief eenvoudig naar Nederland reizen. “Het is extra, extra speciaal”, zegt hij. “Ook vanwege de korte afstand tot Wales kunnen veel vrienden en familie komen kijken. Dat maakte vandaag echt heel bijzonder.”
Generatie zet Wales op de kaart
Wales is pas voor de tweede keer aanwezig op een WK. Volgens Draper is dat geen toeval. De nationale ploeg profiteert van een generatie spelers die de afgelopen tien jaar de basis heeft gelegd voor de groei van het hockey in Wales. “We zijn gezegend met een geweldige generatie spelers. Er zijn misschien veertien of vijftien jongens, en in totaal waarschijnlijk zo’n veertig spelers over de afgelopen tien jaar, die verantwoordelijk zijn geweest voor de opkomst van hockey in Wales.”
De huidige ploeg wil die voorgangers volgens Draper eer bewijzen. “Alle prestaties zijn eigenlijk een manier om hen te eren. Zonder dat zij de fundamenten hadden gelegd, zouden we hier nu niet staan.”
India toont aan hoe klein de verschillen zijn
In de openingswedstrijd trof Wales met India direct een van de grootmachten van het mondiale hockey. Draper ziet daarin een teken van de ontwikkeling van de sport. “Het mannenhockey bevindt zich op een heel bijzondere plek. Er zijn waarschijnlijk acht of negen teams die een WK kunnen winnen. India is daar zeker één van.” Volgens de Pinoké-speler liet Wales desondanks zien dat het zich met de wereldtop kan meten.
“We hebben vandaag uiteindelijk laten zien dat we met hen mee kunnen gaan. Een paar beslissingen vielen niet onze kant op en een paar wel hun kant op. Als je die beslissingen uit elkaar haalt, was het eigenlijk een heel gelijkwaardige wedstrijd.”
Het verschil tussen club- en internationaal hockey ervaart Draper vooral in tempo en fysieke intensiteit. “De snelheid van het spel ligt veel hoger. Clubwedstrijden zijn ontzettend technisch, maar waarschijnlijk minder fysiek. Internationale wedstrijden zijn enorm fysiek. Bijna iedere speler op dit toernooi is van wereldklasse.”

“We zijn goed genoeg om door te gaan”
Ondanks de nederlaag tegen India heeft Draper geen enkele twijfel over de kansen van Wales om de volgende ronde te bereiken. “Ik zou hier niet zijn als ik daar niet in geloofde. Iedere speler hier moet geloven dat hij door kan gaan.” Van twijfel is bij hem geen sprake. “We zijn goed genoeg om ons te kwalificeren en dat zullen we doen als we goed spelen.” Zelfs een kleine twijfel vindt hij onverenigbaar met spelen voor Wales. “Als je het aan een speler van dit team vraagt en die antwoordt daar niet bevestigend op, dan zou hij hier eigenlijk niet moeten spelen.”
Ook gastland Nederland maakt volgens Draper indruk, maar hij houdt zich liever niet te veel bezig met mogelijke tegenstanders. De Nederlandse ploeg is sterk, erkent hij, maar India, België en Duitsland zijn dat eveneens. En als het aan Draper ligt, kijkt hij niet toe hoe Nederland het toernooi doorloopt. “Hopelijk spelen we tegen Nederland in de finale en verslaan we ze”, zegt hij met een glimlach. “Ik ben niet van plan om naar ze te kijken. Ik ben van plan om tegen ze te spelen.”
Voor een speler die enkele maanden geleden nog slechts twee à drie procent kans dacht te hebben op deelname, zou zo’n finale op Nederlandse bodem het verhaal helemaal compleet maken.

