Een 2-0 overwinning op Chili is voor de Nederlandse hockeyvrouwen misschien geen uitslag die de geschiedenisboeken in gaat. Toch kijkt Pien Dicke met een goed gevoel terug op de eerste WK-wedstrijd. Oranje hoefde zaterdag niet met grote cijfers te winnen, maar liet vooral zien dat het ook in een lastige wedstrijd zakelijk kan blijven.
“Wij denken ook niet op voorhand dat we zomaar een ploeg gaan oprollen”, zegt Dicke. “We kunnen vooral heel erg vasthouden aan waar wij als team mee bezig zijn.” Chili maakte het Nederland lastig door zich ver terug te trekken. Met vrijwel de hele ploeg rond de eigen cirkel vormden de Zuid-Amerikanen een muur waar Oranje maar moeizaam doorheen kwam. Dat was vooraf ook geen verrassing voor Dicke.
“Het is mooi hoe zij hier staan te verdedigen en hoe ze hun momenten vieren. Ze weten de ballen er toch uit te houden. Dat maakt het moeilijk, want ze staan gewoon met z’n elven in een cirkel. Dat weten we in principe ook wel van tevoren.”

Liever tiki-taka, maar wel zakelijk
Voor de Nederlandse aanval is zo’n wedstrijd een interessante test. Tegen een ploeg die nauwelijks ruimte weggeeft, moet je geduld hebben en tegelijkertijd blijven zoeken naar mogelijkheden. Dicke had liever gezien dat Oranje wat makkelijker in het eigen spel kon komen.
“Soms is het wel lekkerder om via tiki-taka lekker binnen te komen. Dan kom je ook zo in het toernooi beter. Maar ik vind ook dat we heel zakelijk de tweede helft hebben gespeeld.”
Die zakelijkheid uitte zich vooral in het aantal strafcorners dat Nederland afdwong. Als het veldspel minder ruimte biedt, moet Oranje op andere manieren rendement zoeken. “We hebben superveel corners gehaald en echt geprobeerd voor dat rendement te gaan. Dat vind ik gewoon goed dat we dat hebben gedaan.”
Daarmee was de openingswedstrijd misschien niet spectaculair, maar wel leerzaam. Een WK winnen bestaat immers niet alleen uit overtuigende overwinningen met grote cijfers. Ook wedstrijden waarin de tegenstander het spel dichtgooit, moeten worden gewonnen.
Schakelen tussen posities
Dicke zelf speelt binnen het Nederlandse aanvalssysteem een veelzijdige rol. Oranje speelt met drie spitsen, waarbij de speelsters onderling veel van positie wisselen. Dat past goed bij de middenvelder, die zowel graag in contact met de bal komt als de diepte zoekt. “Het rouleert gewoon heel erg wie waar staat. Bij mijn club ben ik meer gewend om op tien te spelen. Hier ben ik wat meer gewend om hoger te spelen, om denk ik wat meer goals te maken.”
Een duidelijke voorkeur heeft ze niet. “Ik vind het allebei heel leuk. Ik vind de afwisseling leuk. Als je soms geen bal hebt gehad, is het lekker om heel erg in contact te komen en wel een balletje aan te raken. Maar ik vind de diepte ook leuk. Dus een beetje allebei.”

Blessure van Jip Dicke
Het WK in eigen land had voor Dicke bovendien een andere lading kunnen hebben. Haar zusje Jip liep in de aanloop naar het toernooi een zware blessure op en moest daardoor het WK missen. Voor Dicke was al relatief snel duidelijk dat het lastig zou worden voor haar ploeggenote om op tijd terug te keren.
“Ze is op een heel belangrijk moment geblesseerd geraakt. Het is natuurlijk een heel vervelende blessure, maar het gaat gelukkig heel goed. Dat is heel fijn. Ik wist wel vrij snel dat het een lastig verhaal ging worden.”
Het missen van Jip Dicke is een gevoelig onderwerp binnen de ploeg. Zeker omdat andere speelsters, zoals Freeke Moes en Guusje Moes, nu wel samen een WK meemaken als zusters meemaken. Kijkt Dicke daar met enige jaloezie naar? “Nee, geen jaloezie. Ik vind het heel mooi om hen zo samen te zien. Dat is natuurlijk wel iets wat ik ook heel graag had gewild. Je kijkt dan misschien wel en denkt: dat had ik ook met Jip leuk gevonden.”
Plezier is terug
Dicke maakte de afgelopen periode de overgang mee van bondscoach Paul van Ass naar Raoul Ehren. Hoewel de twee coaches volgens haar behoorlijk van elkaar verschillen, ziet ze ook een duidelijke overeenkomst: het plezier in het hockey.
“Raoul is wat introverter misschien, ook qua persoon. Maar als je hem kent, is hij heel open en kun je heel goed met hem praten. Dat waardeer ik. Het is belangrijk dat je naar een coach toe kunt stappen om over hockeydingen te praten.” Ook de nadruk op plezier is volgens Dicke gebleven. “Ze hebben die nieuwe cultuur gecontinueerd. Het plezier moest terug. Dat is wel echt een overeenkomst.”
Die boodschap wordt volgens Dicke ook nadrukkelijk gekoppeld aan het feit dat het WK in eigen land wordt gespeeld. In de voorbespreking werd de speelsters gewezen op de jonge hockeyfans op de tribunes. “Renée van Laarhoven zei in de huddle iets als: ‘al die kleine hockeymeisjes die hier zitten, die droom hebben wij ook ooit gehad’. Laten zien hoe mooi het is om hier te staan en dat je dat kunt bereiken.”
Hockey als merk
Dat hockey steeds meer uitgroeit tot een sport waarin internationals ook buiten het veld een persoonlijk merk kunnen worden, vindt Dicke een goede ontwikkeling. Zelf hoeft ze niet per se dezelfde weg te bewandelen als bijvoorbeeld Yibbi Jansen of Felice Albers, die zich nadrukkelijk als uithangbord van het Nederlandse hockey profileren.
“Ik moet zeggen dat dat denk ik niet heel erg bij mij ligt. Het is niet echt iets van mij. Maar ik vind het wel een hele mooie ontwikkeling.” Volgens Dicke is het belangrijk dat jonge hockeyers voorbeelden hebben.
“Het is belangrijk om een idool te hebben, om ergens tegenop te kijken. Met Jibby en Felice heb je dat. Dat is gewoon Nederlandse hockey. En het is ook iets wat zij heel leuk vinden. Daar gaat dan ook energie naartoe. Wij zouden dat misschien niet zo energiek kunnen doen, dus dan moet ik dat ook niet doen.”
Ook de documentaire over Jansen, waarin de spits openhartig vertelt over haar ervaringen binnen Oranje, kan volgens Dicke bijdragen aan die ontwikkeling. “Ik vond het heel leuk gefilmd en het laat ook zien hoe zij is. Het draagt weer iets bij aan de hockeysport in zijn algemeenheid.”
Eerst het WK, dan die ene ontbrekende prijs
Dicke heeft inmiddels vrijwel alles gewonnen wat er op club- en internationaal niveau te winnen valt. Toch ontbreekt er nog één prijs op haar palmares: de nationale titel. Mocht Oranje in eigen land wereldkampioen worden, dan blijft er dus nog één grote droom over.
“Ik zou het een supermooie prijs vinden om te winnen. Dan ben ik helemaal compleet.” Maar voordat ze aan bijvoorbeeld LA 2028 hoeft te denken, ligt de focus volledig op het WK. “Ik ben ook echt een clubhockeyer. Dat zou ik wel leuk vinden. Maar een WK is ook niet verkeerd.” De eerste horde is in ieder geval genomen. Niet met een spectaculaire 5-0 of 6-0, maar met een volwassen 2-0. “De kop is eraf.”


