Top 5 deze week

De Cassiem-broers na teleurstellend Zuid-Afrikaans toernooi: “We kijken vooral uit naar het nieuwe seizoen met Amsterdam”

De teleurstelling is voelbaar bij Dayaan en Mustapha Cassiem. Zuid-Afrika kwam tijdens het internationale toernooi niet tot de gehoopte top acht en zag daarmee een belangrijk doel in rook opgaan. Toch overheerst bij de twee broers, die allebei uitkomen voor Amsterdam, niet alleen de teleurstelling. Ze zien ook perspectief. Voor Zuid-Afrika én voor hun club in Amsterdam.

“We zijn echt teleurgesteld”, zegt Mustapha Cassiem zonder omhaal wanneer hem wordt gevraagd naar het eindresultaat. “Ons doel was om de top acht te halen. Natuurlijk wilden we daarna zo hoog mogelijk eindigen, zeker in vergelijking met onze prestaties op eerdere WK’s. Helaas is dat niet gelukt.”

Ook Dayaan kijkt met gemengde gevoelens terug. Volgens hem begon Zuid-Afrika het toernooi ’te moeizaam’. Een belangrijk probleem zit volgens de international al vóór er een eerste fluitsignaal had geklonken: in de voorbereiding. “We hadden simpelweg niet genoeg voorbereidingstijd”, legt Dayaan uit. “Als je naar de andere toplanden kijkt, zie je dat zij hier misschien wel vier jaar naartoe werken. Wij komen een week voor het toernooi bij elkaar en proberen dan iets neer te zetten. Dat is gewoon niet genoeg.”

Toch waren allebei de broers ‘onder de indruk’ van het niveau. Mustapha genoot juist van de wedstrijden tegen de sterkste landen. “Natuurlijk hebben we niet het resultaat gehaald dat we wilden, maar het is altijd mooi om tegen topspelers en topteams te spelen. Daar leer je van.”

Ervaring opdoen op het hoogste niveau
Voor Dayaan was het toernooi bovendien een nieuwe kans om zich als speler verder te ontwikkelen. De middenvelder, annex aanvaller, heeft inmiddels zo’n zeventig interlands achter zijn naam en behoort daarmee tot de meer ervaren spelers binnen de Zuid-Afrikaanse selectie. “Mijn rol bij Zuid-Afrika is anders dan bij mijn club”, vertelt hij. “Ik ben inmiddels een van de meer ervaren jongens. Ik probeer de jongere spelers te helpen en leiding te geven, maar tegelijkertijd wil ik ook gewoon mijn eigen spel spelen en mezelf uiten.”

De ervaring die hij in Nederland opdoet, helpt hem daarbij. Volgens Dayaan ligt het niveau van de beste wedstrijden in de Hoofdklasse dicht bij dat van internationaal hockey. “Als je bijvoorbeeld een derby als Amsterdam tegen Bloemendaal speelt, is het niveau vergelijkbaar met een internationale wedstrijd. Het gaat snel, het is intens en er staat veel op het spel. Dat helpt mij om me aan te passen aan dit niveau.”

Mustapha onderschrijft dat. Ook hij merkt dat het Nederlandse clubhockey een belangrijke leerschool is. Tegelijkertijd is internationaal hockey volgens hem niet één-op-één te vergelijken met clubhockey. “Het is altijd speciaal om voor je land te spelen. Je kunt internationaal hockey nooit helemaal vergelijken met clubhockey.”

Jonge ploeg met potentie
Dat Zuid-Afrika nog stappen moet zetten, is duidelijk. Maar beide broers zien tegelijkertijd voldoende aanknopingspunten om optimistisch te blijven. De selectie is jong en mist volgens Mustapha vooral ervaring. “Onze gemiddelde leeftijd ligt rond de 25 jaar. Het is een heel jong team. We hebben veel spelers onder de 21. Dat maakt het spannend, maar we hebben ook tijd en ervaring nodig om beter te worden in dit soort toernooien.”

De broeders Cassiem in actie tegen Pakistan (foto: Hans Bakker)

Dayaan ziet eveneens mogelijkheden. Volgens hem zou een plek in de mondiale top tien realistisch zijn als Zuid-Afrika structureler kan samenwerken en voldoende financiële ondersteuning krijgt. “Ik denk dat we zeker bij de beste tien landen kunnen horen. We hebben veel spelers die in Europa spelen. Als we genoeg tijd samen kunnen doorbrengen en daar de juiste financiële ondersteuning voor krijgen, kunnen we dat niveau bereiken.”

Meer tijd samen is volgens beide broers dan ook de sleutel. Niet alleen individueel moeten de spelers beter worden, maar vooral als collectief moet Zuid-Afrika groeien. “We moeten gewoon beter worden als team én als individuen”, zegt Mustapha. “Maar uiteindelijk begint het ermee dat we meer tijd met elkaar kunnen doorbrengen.”

De blik alweer op Amsterdam
De teleurstelling over het nationale toernooi verdwijnt daarmee niet zomaar. Voor Dayaan speelt bovendien nog een andere pijnlijke herinnering mee. Met Amsterdam liep hij eerder in het seizoen de landstitel mis. Die teleurstelling is nog altijd aanwezig. “Het doet nog steeds pijn”, erkent hij. “Maar als ik kijk naar hoe ver we als team zijn gekomen, ben ik trots op de staf, de spelers en de club. We zijn echt iets aan het bouwen. Nu zijn alle ogen gericht op het nieuwe seizoen, met de EHL en de competitie. Ik denk dat we weer voor de prijzen gaan.”

En daar kijkt Dayaan zichtbaar naar uit. “Ik kan niet wachten. Ik ben echt ‘eager’ om weer te beginnen, met de nieuwe spelers en natuurlijk om de jongens weer te zien. Ik heb ze laatst al zien trainen. Voor mij is het heel fijn om weer bij de groep te zijn.” Ook Mustapha heeft zijn blik alweer op Amsterdam gericht. De club heeft met de komst van onder andere Duco Telgenkamp en Tom Sorsby de selectie versterkt, waardoor de verwachtingen hoog zijn.

“We hebben een aantal heel ‘spannende’ nieuwe spelers. Dus ja, ik kijk er enorm naar uit om weer met Amsterdam te spelen.” Beide broers liggen bovendien nog tot 2028 vast in Amsterdam. Een lange toekomst dus, bij een club waar ze zich zichtbaar thuis voelen. “Het is een prachtige club”, zegt Dayaan. “Ze hebben ons vanaf het begin heel goed ontvangen. Ik zou er, als het mogelijk is, voor altijd willen blijven.”

De gebroeders Cassiem samen poserend voor het HockeyMagazine (foto: Hans Bakker)

Spelen voor Zuid-Afrika, spelen voor elkaar
Dat de Cassiem-broers samen op het veld staan, maakt hun internationale avonturen extra bijzonder. Zeker dit jaar, waarin het duo ook buiten het hockey om een moeilijke periode doormaakte. Hun vader overleed en het verlies heeft beide broers diep geraakt. “Het is persoonlijk een moeilijk jaar geweest, voor mij en voor Dayaan”, vertelt Mustapha. “Het verlies van onze vader heeft ons mentaal en fysiek geraakt. We proberen daarom ook voor hem te spelen en hem trots te maken, net als onze moeder en zus, die hier bij het toernooi aanwezig waren.”

Die gedachte geeft hun prestaties in het Zuid-Afrikaanse shirt extra betekenis. Winnen is belangrijk, maar niet het enige doel. “We moeten doorgaan en blijven pushen”, zegt Mustapha. “Ik denk ook altijd aan de kinderen in Zuid-Afrika die we kunnen inspireren. Of we nu winnen of verliezen, uiteindelijk gaat het daar ook om.” En dan is er nog het broederschap. Op het veld zijn ze concurrenten, ploeggenoten en strijders, daarbuiten zijn ze bovenal broers. Mustapha glimlacht wanneer hij over Dayaan praat.

“Het is altijd leuk om met je broer te spelen. Ook bij Amsterdam. We zijn allebei vechters en houden er niet van om te verliezen. Maar als ik hem zie spelen, maakt me dat ook trots. Hij werkt ontzettend hard.” Na een teleurstellend toernooi blijft er dus genoeg om voor te spelen. Zuid-Afrika wil stappen zetten richting de mondiale top. De Cassiems willen hun land blijven vertegenwoordigen én hun ervaring in Nederland benutten. Maar misschien nog wel het meest kijken de broers vooruit naar Amsterdam.

De teleurstelling van vandaag moet uiteindelijk plaatsmaken voor de ambitie van morgen.

De statistieken van Pakistan-Zuid-Afrika (foto: FIH)

Populaire Artikelen