Voor Josine Koning kreeg het WK een bijzondere lading. De keepster van Oranje en Den Bosch had maandenlang aan de kant gestaan met een knieblessure. Na een race tegen de klok haalde ze de selectie, maakte haar WK-minuten en beleefde daarmee een terugkeer die haar zichtbaar raakte. ‘Ik heb hier echt wel heel hard voor gewerkt.’
Wanneer Josine Koning tegen Japan na rust het veld opstapt, is dat veel meer dan een gewone invalbeurt. Na maanden van revalideren staat de keepster weer onder de lat van Oranje, op het WK-podium en voor eigen publiek. ‘Ik vond het echt te gek’, vertelt Koning. ‘De wedstrijd had voor mij nog wel een uur langer kunnen duren.’ Dat ze überhaupt op het veld stond, was voor haar allesbehalve vanzelfsprekend. De knieblessure die ze in de aanloop naar de play-offs opliep, bleek hardnekkiger dan gehoopt. Uiteindelijk stond ze ongeveer twee maanden aan de kant. Haar deelname aan het WK werd daardoor onzeker. ‘Ik heb het spelen een tijdje moeten missen. Het was niet vanzelfsprekend voor mij om hier te staan. Ik ben gewoon heel trots dat ik er überhaupt ben.’ De emoties komen vervolgens even los. ‘Op het ergste moment hoop je een beetje dat het meevalt. Dat was helaas niet zo.’


Opnieuw leren keepen
De revalidatie verliep uiteindelijk voorspoedig, maar de terugkeer op het veld betekende niet dat alles meteen weer als vanouds voelde. Koning moest opnieuw leren vertrouwen op haar lichaam. ‘Op een gegeven moment mag je dan weer het veld op en dan is het toch ook weer ontdekken hoe mijn lichaam werkt. Er twee maanden uitliggen, dat gebeurt niet vaak. Het was ‘opnieuw leren keepen’ eigenlijk.’
Daar kwam nog bij dat ze terugkeerde op een moment waarop Oranje volop bezig was richting de WK-piek. De tijd om wedstrijdritme en vertrouwen op te bouwen was beperkt. ‘ik vroeg me af: ben ik op tijd technisch aan het keepen, in keuzes maken en tactisch? Maar het fysieke gedeelte heeft me echt de meeste moeite gekost.’
In de voorbereiding wist Koning dat ze hard moest werken om een plek in de selectie af te dwingen. Dat lukte. Tegelijkertijd bleef ze realistisch over haar achterstand. ‘Ik probeerde gewoon zoveel als mogelijk met mezelf bezig te zijn. Zorgen dat ik hier kon staan, dat was gewoon mijn voornaamste doel.’
Ook eenmaal bij de selectie aangekomen, wist ze dat ze niet zomaar op haar oude niveau kon terugvallen. ‘Ik heb er wel twee maanden uit gelegen, dus ik heb niet het niveau dat ik anders had gehad. Inmiddels denk ik dat ik er wel heel dichtbij ben, of misschien zelfs al ben. Maar ten tijde van de selectie liep ik natuurlijk wel achter.’
Tranen in haar ogen
Juist daarom krijgt haar invalbeurt tegen Japan zoveel betekenis. Na maanden van onzekerheid en hard werken mag Koning eindelijk haar WK-minuten maken. ‘Ik heb hier echt wel heel hard voor gewerkt’, zegt ze, met de tranen in haar ogen. ‘Ik vond de eerste wedstrijd ook al heel mooi, waren er ook al wat emoties van: goed dat ik hier mag zijn. Maar om nu weer op het veld te staan, na wat is het, ik denk drie maanden… Ja, dat doet gewoon wat.’
Haar ploeggenoten weten precies wat er aan die terugkeer voorafging. Na afloop wordt Koning door verschillende speelsters omhelsd. ‘Ze weten ook hoe hard ik heb gewerkt en ze zijn blij dat ik er weer ben’, vertelt ze. ‘Ik ben echt blij.’

