Als de telefoon die zomer niet was gegaan, had Daniek Jansonius dit seizoen waarschijnlijk gewoon weer in het shirt van Alliance gespeeld. Een nieuw seizoen in de Derde Klasse, hockeyen met dezelfde teamgenootjes, haar eerste studiejaar Toegepaste Psychologie afronden en daarna misschien meer het studentenleven induiken.
Maar de telefoon ging wél. Aan de andere kant: HBS. Een club die uitkomt in de Promotieklasse, vier niveaus hoger dan waar Daniek op dat moment speelde.
Voor veel speelsters zou zo’n stap onrealistisch voelen. Te groot, te vroeg, misschien zelfs een beetje eng. Daniek dacht vooral één ding.
“Ik dacht eigenlijk vooral: waarom niet?”
Dat simpele zinnetje blijkt tijdens het gesprek vaker terug te komen dan welk tactisch detail of hockeytechnisch inzicht dan ook. Misschien is dat wel precies de reden waarom ze vandaag staat waar ze staat.
Door: Pleun Vreeburg

Het meisje dat vooral plezier wilde maken
Als kind was Daniek niet heel anders dan duizenden andere hockeymeisjes in Nederland. Natuurlijk droomde ze weleens van Oranje. “Volgens mij zegt bijna ieder kind een keer dat het in het Nederlands elftal wil spelen.”
Maar naarmate ze ouder werd, veranderde haar blik op hockey. Niet omdat ze minder ambitieus werd, juist niet, maar omdat haar motivatie ergens anders vandaan kwam. “Toen ik naar de middelbare school ging, werd hockey gewoon iets wat ik ontzettend leuk vond. Ik wilde elk jaar het beste uit mijn team halen, wedstrijden winnen en vooral plezier maken.”
Een onverwachte afslag
Het afgelopen jaar leek haar hockeypad eigenlijk redelijk uitgestippeld. Ze speelde in Dames 1 van Alliance, had daar haar vriendinnen, voelde zich thuis en combineerde dat met vele uren op het hockeyveld als trainer.
Er waren wel gesprekken met andere clubs geweest, onder meer met Rood-Wit. “Daar heb ik best veel meegetraind en dat ging eigenlijk prima.” Maar uiteindelijk viel de keuze daar op andere speelsters. “Ze hebben toen gekozen voor een aantal meiden uit Groningen. Dat kan. Dat hoort erbij.”
Veel sporters zouden daar teleurgesteld over zijn geweest. Jansonius haalde haar schouders op. “Ik dacht eigenlijk: prima. Dan blijf ik lekker bij Alliance.” Sterker nog, ze begon zich langzaam neer te leggen bij een heel ander toekomstbeeld. “Ik dacht: ik speel nog een leuk seizoen bij Alliance, haal mijn eerste studiejaar en kijk daarna wel verder. Misschien zou ik daarna wel meer het studentenleven induiken.”
Een logische gedachte voor een negentienjarige. Totdat de telefoon ging.
Vier klassen omhoog
Toen de mogelijkheid ontstond om bij HBS aan te sluiten, moest ze eerlijk zijn tegenover zichzelf. Dit was geen overstap van de Derde naar de Tweede Klasse. Dit was vier niveaus hoger.
“Dat hoor je gewoon niet vaak.” Ze lacht als ze eraan terugdenkt. “Je komt echt van lager, dat is natuurlijk helemaal niet erg. Maar het gaat wel even duren om dat niveau te bereiken. Dus ik zei van, dat is een uitdaging die ik dus wel aan wil gaan.”
Want ergens was er natuurlijk ook angst, de angst die iedere sporter kent wanneer hij of zij een stap omhoog maakt. Toch sloeg de twijfel soms toe. Zou ze het niveau wel aankunnen?
Misschien bleken haar nieuwe teamgenoten allemaal beter, of zou ze tijdens haar eerste minuten op het veld compleet door de mand vallen? “Ik dacht echt wel: voor hetzelfde geld speel ik twee ballen en denk ik meteen dat ik hier helemaal niet thuishoor.”Het zijn gedachten die logisch zijn, misschien zelfs gezond. Maar Jansonius liet ze niet leidend worden. “Ik dacht uiteindelijk vooral: wat heb ik eigenlijk te verliezen?”
En precies daar zit misschien wel de kern van haar verhaal. Veel mensen kijken naar een kans en zien risico. Jansonius kijkt naar dezelfde kans en ziet een mogelijkheid. ” Als ik een buitengewone kans krijg die misschien niet meer terugkomt, ga ik die altijd pakken.”
Australië als generale repetitie
Die houding ontstond niet pas bij HBS. Een paar maanden eerder had ze zichzelf al bewezen dat ze meer aankon dan ze dacht, toen ze besloot alleen naar Australië te reizen, iets wat ze van tevoren enorm spannend vond. “Dat was eigenlijk de eerste keer dat ik echt helemaal alleen iets groots deed.”
Spannend? Absoluut. Maar achteraf bleek het een van de mooiste ervaringen uit haar leven. “Dat is nog steeds een van de gaafste dingen die ik ooit heb gedaan.”
Die ervaring veranderde iets. Ze ontdekte dat veel dingen waar je vooraf bang voor bent, achteraf helemaal niet zo eng blijken, en dat je vaak meer groeit van iets proberen dan van veilig blijven waar je bent. “Daar heb ik wel van geleerd dat je soms gewoon moet springen.”
Toen HBS vervolgens belde, herkende ze dat gevoel direct. Dezelfde spanning, dezelfde twijfel, en opnieuw dezelfde vraag: waarom niet?
Een wereld die sneller draait
De eerste trainingen bevestigden direct wat ze al vermoedde: het niveau lag hoger, veel hoger. Niet alleen de bal, ook het denken, de keuzes, de timing, de uitvoering.
Toch bleek het verschil minder onoverbrugbaar dan ze vooraf had gevreesd. Sterker nog, ze begon er plezier in te krijgen. “Wat ik zo leuk vind, is dat als je de bal ergens vraagt, je hem ook daar krijgt.”
Het klinkt simpel, maar iedere hockeyer begrijpt wat ze bedoelt. Op hogere niveaus wordt hockey voorspelbaarder voor de mensen die het spelen, niet omdat er minder gebeurt, juist omdat iedereen begrijpt wat er gebeurt. “Je weet wat je van elkaar kunt verwachten.”
Dat gaf haar vertrouwen. Niet omdat ze er al was, maar omdat ze voelde dat ze mee kon.

Meer dan alleen speler
Wie denkt dat hockeyen haar enige bezigheid is, heeft het mis. Jansonius studeert Toegepaste Psychologie in Leiden, geeft daarnaast meerdere keren per week training, coacht de JO14-1 van Alliance, volgt de Hockeytrainer/-coach 3 opleiding en probeert tussendoor ook nog een sociaal leven te onderhouden.
“Ik heb eigenlijk elke dag wel iets.” Op maandag training geven en de trainersopleidingvolgen, dinsdag zelf trainen, woensdag studie, donderdag training geven en zelf trainen en vrijdag wederom op het veld bij HBS staan, zaterdag coachen, zondag spelen, en ergens tussendoor moeten tentamens ook nog gehaald worden.
Toch klinkt er geen seconde vermoeidheid door in haar stem. Integendeel: ze wordt juist enthousiaster wanneer ze over haar studie begint. “Ik vind mensen gewoon heel interessant.”Waarom mensen doen wat ze doen, hoe ze denken, hoe je contact maakt, hoe je gesprekken voert, het zijn onderwerpen die ze direct koppelt aan haar werk als trainer. “Ik merk dat dingen uit mijn studie meteen bruikbaar zijn op het hockeyveld.”
Laatst moest ze voor haar opleiding een interview afnemen. Kort daarna voerde ze gesprekken met spelers die ze coacht. “Dan merk je ineens hoeveel overlap er eigenlijk is.”
Het leven dat ze niet koos
Ondertussen ziet ze veel leeftijdsgenoten een heel ander pad volgen. Vrienden stoppen met topsport, worden actief bij studentenverenigingen, gaan op kamers, leven een leven waarin hockey niet langer het middelpunt vormt. Soms vraagt ze zich af hoe dat zou zijn.
Maar spijt? Nee. “Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis.” Dat komt misschien omdat hockey voor haar nooit alleen hockey is geweest. Het is ook vriendschap, ontwikkeling, verantwoordelijkheid, plezier, uitdaging. “Ik heb het gewoon heel erg naar mijn zin.”
De naam Jansonius
In de hockeywereld roept haar achternaam regelmatig reacties op, haar vader is immers geen onbekende. Toch is dat niet iets waar ze graag de nadruk op legt. ” Ik ben gewoon wie ik ben, en ik volg mijn eigen pad.” Ze begrijpt dat mensen de link leggen, maar wil niet dat haar prestaties daardoor worden uitgelegd. “Uiteindelijk moet je het zelf laten zien.”
Toch kan ze onmogelijk ontkennen hoeveel invloed haar vader heeft gehad. Niet op haar carrière, maar op haar liefde voor het spel. “Wij delen echt dezelfde passie voor hockey.” Het mooiste voorbeeld? De autoritten na wedstrijden, waar anderen muziek luisteren, analyseren zij anderhalf uur lang een wedstrijd van zestig minuten. “We kunnen daar eindeloos over praten.” Tactiek, coaching, spelers, beslissingen, details, alles komt voorbij. “Dat vind ik eigenlijk heel bijzonder.”
Vertrouwen verdienen
Ondanks alle mooie ontwikkelingen blijft Jansonius opvallend bescheiden. Ze maakte inmiddels haar debuut voor HBS in de Promotieklasse, een moment waar veel spelers jarenlang van dromen. Maar ze praat er niet over alsof ze er al is.
Ze spreekt bewust niet over aantallen wedstrijden, niet over doelpunten, niet over statistieken. Haar doel is eenvoudiger, en misschien daardoor juist krachtiger. “Ik wil vertrouwen verdienen.” Ze wil de speelster worden waarvan de staf denkt: als we iemand nodig hebben, kunnen we op haar rekenen. “Dat zou ik heel mooi vinden.”
Waarom niet?
Aan het einde van het gesprek blijft één gedachte hangen. Niet de Promotieklasse, niet de overstap, niet eens haar debuut, maar haar manier van kijken naar kansen. Want of het nu gaat om alleen naar Australië reizen, een trainersopleiding volgen, een studie combineren met topsport of vier klassen hoger gaan hockeyen: dezelfde houding komt telkens terug. “Als ik een kans krijg, dan ga ik het proberen.”
Misschien lukt het, misschien niet. Maar dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste is dat je jezelf de kans geeft om erachter te komen.
Een jaar geleden speelde Daniek Jansonius nog in de Derde Klasse. Vandaag speelt ze in de Promotieklasse. Niet omdat iemand haar vertelde dat het kon, niet omdat het de logische route was, maar omdat ze besloot dat twijfelen geen reden was om iets niet te doen.
En misschien is dat wel de mooiste les uit haar verhaal: soms hoef je niet precies te weten waar een kans eindigt. Soms hoef je alleen maar dapper genoeg te zijn om hem aan te grijpen. En soms begint alles met twee simpele woorden: waarom niet?

