Marijn Veen staat met een goed gevoel op het WK in Amsterdam. De aanvaller zag Oranje in de vijfde pot van het toernooi vooral voor rust een ijzersterke wedstrijd spelen. “We hebben de eerste helft écht ontzettend goed gespeeld. We hebben drie hele mooie teamgoals gemaakt”, vertelt Veen na afloop.
Nederland plaatste zich al tegen India overtuigend voor de halve finale, en kan zich daardoor opmaken voor de volgende belangrijke wedstrijden. Veen is vooral tevreden over de manier waarop Oranje voor de rust voor de dag kwam tegen China. “Ik denk dat we heel tevreden mogen zijn. We gaan met een lekker gevoel richting de halve finale.”
Olympische finale tegen China
China is natuurlijk een tegenstander die herinneringen oproept. Oproept aan de olympische finale van twee jaar geleden. Toch speelt die wedstrijd volgens Veen ‘geen grote rol meer’ in de voorbereiding. “Het is inmiddels wel twee jaar geleden, dus er gaat echt genoeg tijd overheen. De emotie daarbij is wel een beetje gezakt.”
De olympische finale blijft wel een bijzondere herinnering. “Dat zal altijd zo blijven”, aldus Veen. Maar zodra China tegenover Oranje staat, is er volgens haar nu geen sprake van extra sentiment. “Het heeft geen invloed. We zitten gewoon in onze eigen focus.”
“Ik voel me heel goed”
Voor Veen is het WK in Amsterdam bovendien haar eerste wereldkampioenschap. Dat haar WK-debuut pas nu komt, is gezien haar lange carrière misschien opvallend, maar zelf kijkt ze vooral naar de positieve kant. “Ik denk dat het gewoon heel bijzonder is dat ik hier mag spelen in Amsterdam. Voor de buitenstaander is het misschien gek, maar mijn reis hiernaartoe is gewoon wat anders geweest dan misschien standaard is. Maar des te mooier dat ik hier ben.”
Dat Veen zich zo goed laat zien -profileert- op het WK, heeft volgens haar vooral te maken met haar huidige gevoel. “Ik zit gewoon heel goed in mijn vel. Ik voel me heel fit, ik voel me heel goed in de groep en ik voel me gesteund door mijn teamgenoten.”

Ook de kwaliteit om haar heen helpt. “Je speelt met de beste meiden van de wereld om je heen, dus dat maakt jou ook beter. Je krijgt goede ballen, mensen lopen goed vrij.” Met vertrouwen staat ze daardoor op het veld. “Ik sta met veel zelfvertrouwen op het veld en blijkbaar werpt dat zijn vruchten af.”
Blessure bracht WK niet in gevaar
Kort voor het WK liep Veen tijdens de Pro League tegen Spanje een blessure op. Van twijfel over haar deelname aan het wereldkampioenschap was echter geen sprake. “Ik had een botkneuzing in mijn voet en dat deed gewoon heel veel pijn. Ik kon niet lopen en niet rennen.”
Daardoor moest ze de wedstrijden in Waver aan zich voorbij laten gaan en kon ze in de eerste week van haar vakantie niet rennen. “Maar ik heb flink gefietst. Het WK was sowieso niet in gevaar gekomen.”
“We zitten in onze eigen bubbel”
De druk van buitenaf – en de angst dat Oranje op een WK in eigen land een keer níet zou winnen– houdt Veen en haar team naar eigen zeggen ‘helemaal niet’ bezig. “Nee, eigenlijk niet. We houden daar ons gewoon niet mee bezig. Wij zitten zo in onze eigen bubbel, in onze eigen focus nogmaals.”
Binnen de groep is er veel vertrouwen, maar tegelijkertijd blijft Oranje kritisch. “We weten waar we goed in zijn. We hebben vertrouwen. We weten ook dat we scherp moeten zijn. We zijn ontzettend kritisch na elke wedstrijd, terwijl we soms hartstikke goed spel laten zien.”
Titel met Amsterdam is nu een herinnering
Veen werd eerder dit jaar kampioen met Amsterdam. De euforie van die titel heeft ze inmiddels achter zich gelaten. “Je hebt daarna even vrij, dus dan zijn we ook echt wel op die roes geweest. En nu is het gewoon een hele mooie herinnering.”
Zodra ze bij Oranje aansluit, verschuift de aandacht ‘gewoon’ volledig naar het Nederlands elftal. “Je bent nu gewoon bij Oranje en daar ligt je focus op.” Toch weet Veen zeker dat de herinneringen later weer worden opgehaald. “Als wij in september weer terugkomen met de Amsterdamse selectie, kijken we elkaar nogmaals aan en dan gaan we nogmaals benoemen hoe vet het is geweest. Dan halen we dat wel weer even omhoog.” Nu telt echter alleen het WK.
Volgens haar is de saamhorigheid binnen de ploeg duidelijk zichtbaar. “We hebben het voor elkaar gekregen dat we denk ik heel hecht zijn geworden, dat we elkaar alles gunnen. Dat zie je denk ik heel erg terug.”
Dat het WK in eigen land wordt gespeeld, maakt die ervaring extra bijzonder. “Je komt hier gewoon elke week, zo vaak. Het is alsof je op de club thuis bent.” Bovendien zijn veel belangrijke mensen uit haar leven aanwezig. “Uiteindelijk gaat het ook in het leven om herinneringen maken, om momenten te delen.”
Nog lang niet klaar
Hoewel Veen inmiddels een indrukwekkende hoeveelheid eindtoernooien en prijzen achter haar naam heeft staan, denkt ze nog niet aan het einde van haar carrière. “Nee, nog niet eigenlijk. Ik voel me nu nog zo goed en ik merk ook dat ik nog steeds kan groeien als mens, maar ook als sporter. Ik kan nog steeds beter worden.”
Het antwoord op de concrete vraag of het einde van haar carrière in zicht komt, is dan ook helder: “Nee, ik denk daar nog niet over na.”


