Na jaren van ongekende dominantie strandden de Oranje-vrouwen in de WK-finale in eigen land. De teleurstelling is groot, maar juist dit verlies toont de menselijkheid, veerkracht en hechte band binnen de ploeg.
Geen vierde wereldtitel op rij voor Oranje. Geen historische dertiende wereldtitel in totaal. Waar hockeyminnend Nederland vooraf dacht dat de ploeg van Raoul Ehren het goud in Amstelveen wel even zou ophalen, kwam het anders uit. En welbeschouwd kwam dat niet alleen door de uiteindelijk verloren shoot-outs tegen Argentinië. Oranje bleek tijdens dit WK opnieuw een ploeg van mensen te zijn. Zoals Ehren na afloop treffend zei: ‘We zijn geen robots.’
Oranje was jarenlang onaantastbaar
Een paar dagen voor de start van het WK in eigen land sprak Xan de Waard in de clublounge van het Wagener Stadion met een groep sportjournalisten. De afzwaaiende international stond symbool voor een gouden generatie die jarenlang prijs na prijs aaneenreeg.
Sinds de verloren olympische finale van 2016 in Rio de Janeiro wonnen de Oranje-vrouwen vrijwel alles wat er te winnen viel. Voor de buitenwereld leek de ploeg steeds sterker te worden. Toch veranderde er achter de schermen veel.
Begin 2022 kwam naar buiten dat er onder de toenmalige Australische bondscoach Alyson Annan sprake was van een angstcultuur. Na het WK van dat jaar stelde de KNHB Paul van Ass aan. Hij moest niet alleen de sportieve successen voortzetten, maar ook het plezier binnen de ploeg terugbrengen. In 2024 volgde Raoul Ehren hem op.
De Waard beschreef het verschil tussen de coaches als groot. Van Ass wilde volgens haar vooral aanvallend en spectaculair hockey zien, terwijl onder Ehren meer nadruk ligt op een ‘schone’ cirkel.
Volgens De Waard is er echter ook iets dat beide periodes verbindt: het plezier binnen de groep.
“Onder deze coaches is het plezier in de groep teruggekeerd. Maar dat hebben zij niet alleen gedaan. Wij hebben dat als groep ook wel gefixt.”

Een vriendinnengroep én een vechtmachine
Wie een training of wedstrijdvoorbereiding van Oranje bekijkt, ziet een hechte groep waarin veel wordt gelachen en gekletst. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien niet direct bij topsport te passen. Op het veld blijkt echter hoe serieus de speelsters met elkaar omgaan.
Yibbi Jansen gaf daar met haar NOS-documentaire ‘Stilte voor de slag’ een inkijkje in. De strafcornerspecialiste volgde niet alleen het hockey, maar ook het leven daarbuiten. Ze sprak zich bovendien als een van de eersten uit over de angstcultuur onder Annan.
De documentaire liet zien dat de speelsters op het veld behoorlijk fel tegen elkaar kunnen zijn. Met een extra microfoon bij Jansen werd duidelijk hoeveel emoties er tijdens wedstrijden loskomen.
Buiten het veld vormen de Oranje-vrouwen een hechte vriendinnengroep. Binnen de lijnen veranderen ze in een vechtmachine.
Moeizame start van het WK
Tijdens het WK in eigen land werd die combinatie van plezier, strijd en druk opnieuw zichtbaar. De openingswedstrijd tegen Chili eindigde in een 2-0 overwinning, maar gemakkelijk ging het niet.
Pien Dicke wees na afloop op de verdedigende organisatie van de tegenstander. Chili trok zich ver terug en maakte het Oranje lastig om ruimtes te vinden.
Ook tegen Australië had Nederland moeite om het verschil te maken. Oranje gaf een 2-0 voorsprong uit handen en zag Australië terugkomen tot 2-2.
Joosje Burg was na afloop duidelijk over de gemiste kansen:
“Je groeit in een toernooi en dat gaat helemaal goed komen. Ik denk dat het onnodig 2-2 werd.”
Volgens Burg had Nederland de wedstrijd eerder moeten beslissen.


Opofferingsgezindheid binnen de ploeg
Wie na de eerste wedstrijden begon te twijfelen aan Oranje, kreeg tegen Japan een overtuigend antwoord. Nederland won met liefst 9-0 en liet opnieuw zien waartoe de ploeg in staat was.
Tegelijkertijd werd tijdens die wedstrijd duidelijk hoe groot de onderlinge betrokkenheid binnen de selectie is. Reservekeepster Josine Koning kreeg in de tweede helft haar kans en genoot zichtbaar van haar minuten.
“Ik vond het echt te gek. De wedstrijd had voor mij nog wel een uur langer kunnen duren.”
Koning had een periode gemist en wist dat haar plek op het WK niet vanzelfsprekend was.
“Ik ben gewoon heel trots dat ik er ben.”
Ook Daantje de Kruijff maakte het toernooi van dichtbij mee zonder speelminuten te maken. Het talent van Amsterdam probeerde vooral te genieten van haar plek bij de selectie, al knaagde het soms.
“Ik ben vooral heel blij dat ik dit mag meemaken en dat ik erbij ben. Maar het knaagt soms wel, omdat je zo dichtbij bent en ziet hoe bijzonder het is.”
De Kruijff vond uiteindelijk ook manieren om zichzelf te blijven ontwikkelen. Wanneer ze niet bij de achttien speelsters zat, trainde ze met de reserves en soms met de reserves van de heren.
“Dan kan je toch met een stick en bal wat doen in plaats van alleen maar moeten rennen.”

Ook Pien Sanders voelde de druk van succes
In de tweede groepsfase rekende Oranje zakelijk af met India. De 2-0 overwinning zorgde voor een nieuwe stap richting de eindstrijd.
Pien Sanders stond na afloop bewust stil bij het bijzondere karakter van het toernooi.
“Het is niet normaal dat ik voor de twaalfde keer op een eindtoernooi sta, dat ik in zo’n supermooi stadion in Amsterdam mag spelen en dat er zoveel mensen naar ons komen kijken.”
Tegelijkertijd weet Sanders dat topsporters gemakkelijk vooruitkijken. Naar de volgende wedstrijd, de volgende verbetering en het volgende resultaat.
“Je bent heel snel alleen maar bezig met het resultaat. Of je zelf wel goed genoeg presteert, of je team genoeg levert en wat er allemaal beter kan.”
Halve finale tegen België zorgt voor spanning
In de halve finale tegen België kreeg Oranje zijn eerste echte test van het toernooi. Nederland leek vlak voor tijd de gelijkmaker te moeten incasseren toen Van Heel met een backhand de 1-1 maakte.
Een video referral draaide de situatie echter terug. De beslissing zorgde voor grote Belgische frustratie en leidde later zelfs tot schorsingen en officiële waarschuwingen van de FIH.
Oranje bereikte opnieuw de WK-finale.
Geen vanzelfsprekend goud tegen Argentinië
In de finale tegen Argentinië lukte het Nederland uiteindelijk niet om de wereldtitel binnen te halen. De Argentijnse gelijkmaker bleef staan en uiteindelijk moesten shoot-outs de beslissing brengen.
Door de eerdere succesvolle shoot-outserie op de Olympische Spelen van Parijs leek Nederland opnieuw over een sterke troef te beschikken. Anne Veenendaal stond bovendien weer in het doel.
Maar deze keer liep het anders.
De vierde wereldtitel op rij bleef uit en ook de historische dertiende wereldtitel kwam er niet. De teleurstelling was groot in het Wagener Stadion.
Toch vertelde juist deze nederlaag misschien wel het belangrijkste verhaal van het toernooi. De Oranje-vrouwen waren opnieuw enorm succesvol, maar succes is niet vanzelfsprekend.


Raoul Ehren verwoordde het na afloop treffend:
“We kunnen ook eens een toernooi verliezen. We zijn geen robots.”
Juist in die woorden schuilt misschien wel de grootste kracht van deze Oranje-ploeg. Achter de wereldtitels, olympische medailles en individuele prijzen staat een groep speelsters die samen successen viert, samen tegenslagen verwerkt en elkaar overeind houdt. Ook zonder goud blijft de band binnen deze ploeg zichtbaar.

