Top 5 deze week

WK 2026 | Bondscoach Jeroen Delmée: “Ik heb een verklaring voor onze wisselvallige vorm”

De Nederlandse hockeymannen beginnen vrijdag aan hun WK in eigen land. Bondscoach Jeroen Delmée ziet voldoende redenen om met vertrouwen naar het toernooi toe te leven, ook al waren de resultaten in de aanloop wisselvallig. Volgens de bondscoach is daar een duidelijke verklaring voor: Oranje speelde de afgelopen maanden zelden met de ploeg die nu aan het WK begint.

Delmée erkent dat de resultaten wisselend zijn geweest’. “Maar ik denk dat we periodes heel goed spelen in wedstrijden, zonder onszelf daarvoor te belonen. Daardoor houden we tegenstanders in leven en lopen we soms tegen zeperds aan.”

De belangrijkste verklaring zit volgens hem in de samenstelling van de ploeg: “Die wisselvalligheid moet je deels koppelen aan de wisselende samenstellingen. Daar hebben wij zelf als coaches voor gezorgd, omdat we ook spelers wilden zien.”

Voor het eerst sinds de Olympische Spelen in Parijs heeft Delmée nu daadwerkelijk de WK-groep bij elkaar. “We hebben een jaar achter de rug met ongekend veel blessures. Ik geloof dat we veertien blessures van vier weken of langer hebben gehad. We hebben Jorrit en Hidde in juni niet gezien. We hebben Thijs niet gezien. Jip en Casper hebben we periodes niet gezien. Duco is pas na het EK aangesloten.” Pas toen duidelijk werd dat onder anderen Jorrit Croon en Thijs van Dam fysiek klaar waren voor het WK, kon de bondscoach echt naar de huidige formatie toewerken.

“Die wisselvalligheid moet je deels koppelen aan de wisselende samenstellingen. Daar hebben wij zelf als coaches voor gezorgd, omdat we ook spelers wilden zien.”

“Dan geeft ervaring uiteindelijk veel doorslag. Vervolgens probeer je de automatismen met deze jongens erin te krijgen. Het is de eerste keer sinds Parijs dat we min of meer met deze ploeg staan.”

Selecteren met een vraagteken
Dat maakte de WK-selectie er niet eenvoudiger op. Delmée moest spelers selecteren van wie hij wist wat ze konden, maar van wie niet altijd duidelijk was hoe ze er fysiek voor zouden staan. “Het lastigste aan deze selectie was dat je speculatief moest selecteren. Waar staan de jongens fysiek? Als we nog vijf weken hebben, waar kunnen we ze in die vijf weken krijgen?”

De ontwikkeling gaf uiteindelijk de doorslag. “Je ziet een stijgende lijn. Dat was van tevoren ook met ze doorgesproken. Zelfs toen de selectie bekend was, wilden we die progressie blijven zien.” Nu is iedereen fit. En daarmee heeft Delmée eindelijk de luxe die iedere coach graag heeft: een volledig beschikbare selectie.

“Het lekkerste van coachen is natuurlijk dat je op het moment dat je gaat selecteren iedereen fit hebt. Dat iedereen de hele Pro League heeft kunnen spelen. Vorig jaar wonnen we de Pro League, maar toen waren we aan het einde al met de EK-selectie aan het spelen. Dan ben je eigenlijk al je selectie aan het vormen. Dat was nu door de omstandigheden gewoon niet mogelijk.” Toch tempert dat zijn verwachtingen niet. “Nee. Ik heb er vertrouwen in dat de jongens gaan leveren. Wij gaan voor goud. Dat is simpel.”

“Je ziet een stijgende lijn. Dat was van tevoren ook met ze doorgesproken. Zelfs toen de selectie bekend was, wilden we die progressie blijven zien.”

Geen excuses voor wisselvalligheid
Dat Nederland niet de enige ploeg is die voor de wereldtitel gaat, benadrukt Delmée meteen. Het internationale mannenhockey kent volgens hem een uitzonderlijk brede top. “De verschillen bij de heren zijn dusdanig klein dat je op een mindere dag, of wanneer een wedstrijd het verkeerde momentum opgaat, gewoon van zes, zeven, acht ploegen kunt verliezen.”

Maar dat is volgens hem geen excuus voor de mindere resultaten. Oranje moet vooral zorgen dat het de kansen die het krijgt wél benut. “Ik vind dat we heel veel hebben gecreëerd in de Pro League. We hebben heel veel ballen veroverd en veel kansen gecreëerd. We hebben tegen bepaalde verdedigende structuren oplossingen gevonden. Maar er zitten ook nog kwetsbaarheden in.”

Een van de belangrijkste aandachtspunten is de balans tussen aanvallend hockey en defensieve zekerheid. “We kunnen heel goed doorpressen op één-op-één, maar we weten ook dat dat gevaar achterin oplevert. Het gaat nu gewoon om de juiste balans: hoe offensief wil je pressen en hoeveel zekerheid bouw je in?”

Volgens Delmée is die balans de laatste weken verbeterd. “Tegen Frankrijk krijgen we weinig tot geen goals tegen. Tegen Duitsland maar één. In de hele Pro League kregen we bijna iedere wedstrijd twee goals of meer tegen. Nu zie je dat aantal weer dalen.”

Van resultaat naar groei
De wisselende resultaten in de laatste periode zeggen volgens Delmée bovendien minder dan ze op het eerste gezicht lijken te doen. “De echte resultaten zijn eigenlijk de resultaten uit de Pro League. De laatste periode heeft veel meer in het teken gestaan van: wat willen we zelf nog uit wedstrijden halen?”

Waar de Pro League resultaatgericht was, gebruikte Oranje de wedstrijden richting het WK vooral om te experimenteren. “We wilden nog bepaalde dingen trainen. Dan ga je dat in een wedstrijd uitproberen. Of het nou werkt of niet, je gaat je niet blindstaren op het resultaat. Je wilt bepaalde dingen uit een wedstrijd halen en bepaalde spelers op een bepaalde manier of positie zien spelen.” Dat leverde volgens Delmée waardevolle informatie op. Neem de wedstrijden tegen Australië. Oranje verloor de eerste wedstrijd ondanks veel kansen en won de tweede vervolgens overtuigend.

“Je wil bepaalde dingen uit een wedstrijd halen en bepaalde spelers op een bepaalde manier of positie zien spelen.”

‘De eerste wedstrijd verliezen we terwijl we de meeste kansen en cirkelpenetraties hebben. In de tweede wedstrijd gaan we anders spelen en zijn alle statistieken omgedraaid. Die winnen we dik. Daar zijn wij mee bezig: wat wilden we uit die wedstrijd halen?’ Ook het feit dat Nederland comfortabel kan spelen zonder de bal, ziet Delmée als een belangrijke ontwikkeling. “Je moet ook comfortabel zijn om de bal niet te hebben. Zo’n wedstrijd geeft een bepaalde boost aan het team. De tegenstander heeft misschien meer de bal en je moet wat meer loopwerk leveren, maar we weten dat we uiteindelijk betere kansen kunnen krijgen.”

De luxe van een eigen voorbereiding
Dat Oranje de Pro League niet meer kon winnen, had uiteindelijk ook een voordeel. Delmée kreeg de vrijheid om de voorbereiding volledig op het WK af te stemmen. “Het liefste had ik de Pro League natuurlijk gewonnen, want dan waren we alvast van een zorg af. Maar uiteindelijk kun je vanaf nu je eigen weg uitstippelen. Dat is wel lekker.”

Ook de wedstrijden tegen toplanden waren in dat opzicht waardevol. Niet zozeer als generale repetitie, maar als voorbereiding op verschillende scenario’s.

“Als je straks naar zo’n wedstrijd toe moet, helpt het dat het niet allemaal nieuw of verrassend is. Dat zijn allemaal dingen om zoveel mogelijk de focus te houden en niet afgeleid te raken door hoe het eruitziet.” En veel van wat Oranje in de Pro League heeft uitgeprobeerd, kan nu worden meegenomen naar het WK.

Guus Hiddink en Ron Blaauw
In eigen land heeft Delmée bovendien mogelijkheden om zijn spelers op andere manieren te prikkelen. Zo kreeg de selectie bezoek van topchef Ron Blaauw en voormalig voetbalbondscoach Guus Hiddink. Die ontmoetingen waren niet zomaar bedoeld als ontspanning. Vooral Blaauws verhaal sloot volgens Delmée aan bij een vraagstuk waar de hockeyers na het olympisch goud mee worstelden: hoe blijf je succesvol als de manier waarop je de top hebt bereikt niet meer werkt?

“Ron Blaauw is natuurlijk heel succesvol geweest. Hij had twee Michelinsterren, maar op een gegeven moment kwam hij erachter: dit ben ik niet meer, dit vind ik niet leuk meer. Ik wil iets nieuws verzinnen om succesvol te zijn.” Precies dat herkent Delmée bij topsporters. “Mensen zijn op een bepaalde manier naar olympisch goud toegewerkt. En sommigen kwamen er ook achter: dit lukt me niet nog een keer. Dus ik moet een nieuwe manier vinden om topsport te blijven bedrijven.”

Plezier moet daarbij volgens de bondscoach de basis blijven. “Je moet iets doen omdat je het leuk vindt, omdat je er plezier in hebt. Het topsportleven mag niet ten koste gaan van het plezier. Er zijn weleens trainingen die niet leuk zijn, maar over het algemeen moet je op zoek naar een nieuwe manier. Of je moet stoppen.”

“Je moet iets doen omdat je het leuk vindt, omdat je er plezier in hebt. Het topsportleven mag niet ten koste gaan van het plezier. Er zijn weleens trainingen die niet leuk zijn, maar over het algemeen moet je op zoek naar een nieuwe manier. Of je moet stoppen.”

Dat is geen theoretisch probleem. Delmée ziet hoe zwaar topsport kan drukken op zijn spelers. “We hebben jongens gehad die zo geobsedeerd richting olympisch goud hebben gewerkt dat het ten koste is gegaan van het plezier. En die daar tegenaan zijn gelopen.

Dan denk je: dit is niet houdbaar, hier ga ik aan onderdoor.” Steeds meer spelers zoeken daarom begeleiding. ‘Toen we vijf jaar geleden begonnen had niemand zijn eigen sportpsycholoog. Tegenwoordig heeft bijna iedereen een sportpsycholoog. Ze lopen allemaal tegen dingen aan. Voor de een heeft het met sport te maken, voor de ander met het inrichten van het sociale leven. Het kan op alle vlakken zijn. Het vraagt gewoon veel van je.’

‘Je hebt geen tijd om te groeien’
Het WK-format maakt het volgens Delmée extra belangrijk om vanaf de eerste wedstrijd scherp te zijn. “Je hebt eigenlijk geen tijd om in het toernooi te groeien. Je neemt je resultaat uit de poule mee naar de tussenpoule. Je kunt eerste worden in de eerste poule en met nul punten naar de tussenpoule gaan. Dan heb je meteen een groot probleem.”

Delmée spreekt zijn team toe tijdens de Pro League-wedstrijd tegen India (foto: Hans Bakker)

Daarom zal Oranje in de groepsfase niet terughoudend zijn als het om tactische wapens gaat. “Je wilt eigenlijk alle drie de wedstrijden winnen, want je wilt die punten meenemen. In ieder geval wil je de wedstrijd tegen de ploeg die meegaat gewonnen hebben, of in elk geval niet verloren hebben.” Tegenstanders als Nieuw-Zeeland, Japan en Argentinië vragen bovendien ieder om een andere aanpak. “Argentinië is echt een lastige ploeg. We winnen nooit makkelijk van ze. We hebben heel veel gelijke spelen en shoot-outs tegen Argentinië zitten altijd heel dicht bij elkaar.”

Maar Delmée ziet veel meer mogelijke concurrenten voor de wereldtitel. “België zit goed in de flow. Australië vind ik echt weer terug op het internationale niveau. En Spanje kan gewoon winnen van België in een kwartfinale. Dat hebben we in Parijs ook gezien. Het is bij de heren gewoon zo dat er heel veel favorieten zijn.”

240404116 Jeroen Delmee Interview 2 scaled
Delmée tijdens een interview dat hij gaf in 2024 (foto: Bram Belloni)

‘Ik coach niet voor mezelf’
Zelf heeft Delmée al een wereldtitel als speler op zijn palmares staan. In 1998 werd hij met Nederland wereldkampioen in Utrecht. Een WK in eigen land maken, weet hij dus als geen ander. “Dat was natuurlijk een heel bijzonder WK. Voor de eerste keer in een voetbalstadion. Ik moet zeggen dat het stadion dat er nu staat ook echt verschrikkelijk mooi is.”

“Ik coach niet voor mezelf. Ik coach voor de jongens. Ik hoop dat de jongens na 28 jaar weer een nieuwe wereldkampioen krijgen. Een Nederlandse wereldkampioen.”

En als het straks oranje kleurt? “Ik denk dat als het weer lekker oranje is, het het mooiste is wat er is. Samen met de Olympische Spelen en een WK in eigen land zit dat qua entourage bijna op hetzelfde niveau. Om dat als speler mee te mogen maken is gewoon heel bijzonder.” Een nieuwe wereldtitel als coach zou het verhaal compleet maken. Maar Delmée benadrukt dat hij daar zelf niet centraal in staat.

“Ik coach niet voor mezelf. Ik coach voor de jongens. Ik hoop dat de jongens na 28 jaar weer een nieuwe wereldkampioen krijgen. Een Nederlandse wereldkampioen.”

Populaire Artikelen