Het is de Oranje-hockeyheren niet gelukt hun derde Europese titel op een rij te pakken. In de finale in het SparkassenPark-hockeystadion werd wederom met 1-1 gelijkgespeeld tegen Duitsland. Opnieuw werden het shoot-outs, maar dit keer trok Duitsland aan het langste eind. Door twee missers van Croon en Van Dam ging het mis: 4-1 voor Duitsland.
Een wederom vlammend Q1 spelen. Dat was opnieuw de opdracht voor Oranje in de finale tegen Olympische Spelen-finaletegenstander Duitsland. In het eerste kwartier werd het doel van de, vorig jaar veelbesproken, keeper Jean-Paul Dannenberg veelvuldig onder vuur genomen. Zo waren het Thijs van Dam (poging simpel gekeerd) en Brinkman (schot over) die voor momentjes zorgden.
Maar de grootste kansen in het eerste kwartier waren er voor Koen Bijen. Eerst zag hij een schot van hem op de paal belanden. Vervolgens was het keeper Dannenberg die een fraai zweefduikantwoord had op een poging van de Den Bosch-aanvaller. Dit exact op het moment dat de zoemer voor het einde van Q1 klonk.
Aan het begin van het tweede kwart hervond Duitsland weer wat energie. Het gastland kreeg twee strafcorners op een rij, maar de pogingen van specialist Gonzalo Peillat leverden tot twee keer toe niets op. Het eerste Nederlandse gevaar in Q2 leverde meteen een strafcorner op. Van Dam legde de bal op een Duits lichaam, iedereen wachtte met smart op Jip Janssen. Maar uitgerekend hij zat op de bank.
Uitgerekend Reyenga zet Oranje op voorsprong uit strafcorner
Het was Reyenga die aan mocht leggen, en tot verbazing van velen verdween de bal via de Oranje Rood-speler achter keeper Dannenberg. Aan het einde van Q2 waren er nog twee gevaarlijke momenten aan beide kanten: eerst had Van Heijningen een schot op het Duitse doel dat wat venijn miste, daarna was het Derk Meijer die de derde strafcorner van Peillat onschadelijk maakte.

Het derde kwart stond in ‘het teken’ van een hele rits aan strafcorners. Maar met veel kunst- en vliegwerk werd het doel van Dannenberg (dan wel door de keeper zelf, dan wel door de uitlopers) schoon gehouden.
In het vierde kwart gingen de gedachten misschien toch een beetje terug naar de finale van de Spelen. Duitsland vocht voor de laatste kans, en warempel leidde dat in de eerste minuut al tot de 1-1 van Weigand. Scheidsrechter Alison Keogh checkte nog bij de videoscheidsrechter of de bal binnen de cirkel was geslagen. En dat bleek het geval: net als in de Spelen-finale een late gelijkmaker.
Oranje bleek niet van zijn stuk. Dit getuige de grote kansen voor Terrance Pieters en Tjep Hoedemakers op 2-1. Maar het was Duitsland dat een gat in de lucht sprong toen het shoot-outs werden.
Fatale shoot-outserie
En terecht bleek… Geen moment zag je de ‘momenten van glorie’ van Parijs terug tijdens de shoot-uitserie tegen Duitsland. Het gastland greep in de shoot-outs zijn kans met beide handen. Tegenover de Nederlandse doelman Derk Meijer toonden de Duitsers geen spoor van twijfel: elke inzet werd feilloos binnengeschoten. Het leverde het gastland dus de eerste Europese titel sinds 2013 op.

Voor Nederland begon de reeks statistisch met vertrouwen: Jorrit Croon, doorgaans de absolute specialist – hij had vooraf 16 van zijn 19 pogingen raak geschoten – mocht beginnen. Dit keer miste hij echter verrassend. Vervolgens kreeg Van Dam de tweede poging, maar ook hij slaagde er niet in de Duitse keeper te passeren.

Die dubbele tegenvaller bracht Oranje meteen in een lastige positie: terwijl de Duitsers trefzeker bleven, liep de druk bij elke Nederlandse poging verder op. Het verschil werd onoverbrugbaar – ook na de benutte strafbal van Janssen- en zo moest Nederland toezien hoe het werd onttroond als Europees kampioen.


