Een zeldzame nederlaag, maar geen gebrek aan trots. Raoul Ehren zag zijn Nederlandse ploeg in de WK-finale tegen Argentinië uiteindelijk naast het goud grijpen. Na een 1-1 gelijkspel moest Oranje zich in de shoot-outs gewonnen geven. “We kwamen hier maar voor één ding: goud. Dus ja, zilver is honderd procent een teleurstelling.”
Het was een finale waarin de verschillen minimaal waren. Nederland kwam op voorsprong, maar kreeg vervolgens steeds meer Argentijnse druk te verwerken. De Zuid-Amerikanen kregen acht strafcorners, Nederland slechts drie. Toch hield de Nederlandse cornerverdediging lange tijd stand.
“De cornerverdediging stond als een huis”, zei Ehren. “No way dat ze vandaag een goal hadden gescoord tegen Anne.” Toch viel de gelijkmaker. Niet uit een uitgespeelde aanval, maar via een ongelukkige van richting veranderde bal die precies voor de stick van een Argentijnse speelster terechtkwam. “Dan valt hij via een stick van ons, precies voor hun stick. Anders trek je hem waarschijnlijk over de streep heen.”
Te weinig gebruikgemaakt van de ruimte
Volgens Ehren lag de sleutel echter niet alleen bij die ene tegentreffer. Nederland kreeg bij een 1-0-voorsprong juist de ruimte om de wedstrijd te beslissen, maar profiteerde daar onvoldoende van. “Het was eigenlijk een ideaal scenario dat we 1-0 voor komen tegen een ploeg die zo goed als gelijkwaardig is. Dan komt de ruimte. En daar hebben we te weinig van benut.”
Argentinië zette hoog druk, maar dat had Oranje volgens de bondscoach juist mogelijkheden moeten bieden. “Juist als zij zo hoog staan, ligt dat ons. Dan is er heel veel ruimte. En daar hebben we gewoon te weinig uit gedreigd.” De cijfers illustreren het verschil. “Yibbi heeft vandaag twee ballen mogen pushen en Gorzelany heeft acht keer mogen aanleggen. Dat is een groot verschil.”
Ook in de cirkelactiviteit was Argentinië productiever: acht keer kwamen de Argentijnen in de Nederlandse cirkel, goed voor acht corners. Oranje kwam tot slechts drie. “Met dit soort potten wil je niet dat het tot 50-50 aankomt. En het werd 50-50 in deze wedstrijd. Dan kan die er een keer invallen.”

“We zijn geen robots”
Juist daarin schuilt volgens Ehren ook de realiteit van topsport. Nederland is de afgelopen jaren gewend geraakt aan winnen. Een nederlaag in een finale voelt daardoor extra vreemd. “Als je Olympisch goud hebt gewonnen, wil je niet zeggen dat je zomaar weer voor een acht of een negen gaat spelen in dit soort wedstrijden. Maar we zijn geen robots. Dat zie je maar weer.”
De bondscoach benadrukt dat de internationale concurrentie bovendien steeds dichterbij komt. Argentinië en België zitten inmiddels nadrukkelijk tegen Nederland aan. “Die Argentijnen zitten ook zes keer in de week in een gym en doen dat drie uur per dag. Die trainen fulltime.” Ook elders ziet Ehren de ontwikkeling. “Je ziet in België wat ze aan het doen zijn, je ziet wat de Chinezen aan het doen zijn. Maar zolang wij blijven winnen, ligt iedereen altijd een beetje ‘lacherig’ over het dameshockey. Dan stelt het niks voor omdat wij altijd winnen. Maar je ziet dat het niet zo makkelijk is.”
Voor Ehren is de verloren finale dan ook vooral een bevestiging dat de mondiale top smaller is geworden. “Het niveauverschil ligt dicht bij elkaar met Argentinië en België. Dit toernooi laat zien dat het niveau echt omhoog is gegaan.”

Zes gewonnen en één gelijk
Dat neemt niets weg van zijn waardering voor het toernooi van Oranje. Nederland won zes wedstrijden, speelde er één gelijk en verloor alleen de finale. Bovendien kreeg de ploeg gedurende het hele toernooi slechts één veldgoal tegen. “We hebben heel veel dingen heel goed gedaan. Alleen op het moment dat het moet, waren we niet beter dan Argentinië.”
Dat doet pijn, juist omdat de ambitie vooraf helder was. “We kwamen hier maar voor één ding en dat is voor goud. We wisten dat we dat niet cadeau gingen krijgen. Maar je bent wel gewoon trots op hoe we dit WK beleefd hebben met z’n allen. Dat was fantastisch.” Alleen had er volgens Ehren één bekroning op moeten zitten. “Daar hadden we heel graag een gouden bekroning aan willen geven. Dat is niet gelukt.”
Samen door de teleurstelling
Na het laatste fluitsignaal was er geen uitgebreide analyse. Eerst was er ruimte voor emotie. “We kwamen even bij elkaar en hebben elkaar vastgehouden, door bij elkaar te blijven. Daarna zijn we snel richting Argentinië gegaan om die netjes te feliciteren, zoals het hoort. Meer kan je niet doen op dat moment. Elkaar vasthouden en elkaar een knuffel geven.”
De Nederlandse ploeg is gewend om prijzen te winnen. Dat maakt verliezen niet eenvoudiger. “Deze meiden zijn ook gewend om alleen maar te winnen. Dus het is even wennen.” Toch verwacht Ehren dat de teleurstelling uiteindelijk kan uitgroeien tot nieuwe motivatie. “Ik hoop dat, als we dit een plekje hebben gegeven, dit heel veel energie gaat geven. Een vitamineboost richting LA.” Want het grotere doel blijft overeind. Nederland heeft het olympische ticket al op zak en kan daardoor met meer rust vooruitkijken.

Een passend afscheid voor Xan
Voor Xan de Waard kreeg de finale een extra lading. Het was haar laatste wedstrijd. Ehren wilde daar na afloop nog geen uitgebreid afscheid aan verbinden. “Er zal vast een mooi afscheid komen. Dat hadden we hier natuurlijk met een gouden medaille willen doen.” Toch zag hij tijdens de ereronde iets dat hem bijbleef. De ervaren international liep met haar ploeggenoten rond en had, ondanks de verloren finale, een brede glimlach op haar gezicht.
“Die verdient ze. Met zo’n carrière. Drie wereldtitels en een zilveren. Chapeau.” Ook in de voorbereiding op de shoot-outs had De Waard nog haar rol. Ze stond stand-by voor het geval een van de aangewezen speelsters niet kon gaan. “Ik checkte even bij haar in hoe ze erin zat. Die zat er goed in.” De shoot-outs werden uiteindelijk een verhaal op zich. Nederland had vooraf vijf namen klaargezet, inclusief alternatieven. Pien Sanders begon, maar haar poging ging net naast. Vervolgens maakte Argentinië het verschil.
En zo werd een finale die Nederland graag had willen winnen uiteindelijk beslist door de kleinste marges. Een ongelukkige stick, een paar gemiste kansen, een verschil in strafcorners en uiteindelijk shoot-outs.
Ehren kan er na afloop weinig anders van maken dan wat de wedstrijd hem voorschotelde: “Het is een 50-50-wedstrijd en dan winnen zij hem. We hebben ook weleens mazzel gehad. De afgelopen tien jaar hebben we ook weleens een beetje geluk mee gehad. Nu valt het de verkeerde kant op.” Zilver doet pijn. Maar juist die pijn moet Oranje meenemen naar de volgende bestemming: richting LA in 2028.


