Top 5 deze week

Topsport en toekomst? Tophockeyers balanceren tussen volle agenda en duale ontwikkeling

Vier op de tien topsporters heeft moeite om financieel rond te komen, dat blijkt uit onderzoek van Mulier Instituut 2025. Ook veel tophockeyers verdienen onvoldoende om volledig van hun sport te leven, terwijl trainingsschema’s nauwelijks ruimte overlaten voor studie of werk. Daarom zet de KNHB steeds sterker in op duale ontwikkeling, waarbij spelers naast hun sportcarrière ook worden begeleid in hun studie of werk. Het doel daarvan is om hen duurzaam inzetbaar en mentaal veerkrachtig te houden. Maar helpt die begeleiding sporters echt vooruit, of blijft het vooral beleid op papier?

Terrance Pieters, speler van SV Kampong en het Nederlands elftal, merkt dagelijks hoe ingewikkeld die combinatie is. Zijn week begint op maandag en dinsdag met twee dagelijkse trainingen met het Nederlands elftal, terwijl op woensdag krachttraining op het programma staat, die hij zelf kan inplannen waar en wanneer hij wil. Op donderdag traint hij twee keer met Kampong, waar hij vanwege de belasting slechts één training mee hoeft te doen. Vrijdag volgt de laatste voorbereiding op de competitiewedstrijd van het weekend. Tussen de trainingen en besprekingen door studeert Pieters fysiotherapie. ‘Als ik het zo bij elkaar optel, kom je met moeite aan anderhalve à twee dagen per week die je aan studie of werk kan besteden,’ concludeert Pieters. ‘Ik ervaar er zeker mentale druk van, maar ik denk wel dat het er een beetje bij hoort.’

Foto: NOC*NSF  

Altijd ‘aanstaan’


Die druk herkennen meer spelers en begeleiders binnen het hockey. Anders dan in het profvoetbal kunnen veel hoofdklassespelers niet volledig leven van hun sport. Daarom moeten

Foto: NLCoach

veel spelers hun studie of werk blijven combineren met een topsportprogramma dat grotendeels overdag plaatsvindt Volgens sportpsycholoog Thijs Wagenaar schuilt daar een risico. ‘Sporters staan continu aan. Als je structureel te weinig hersteltijd hebt, kun je emotioneel en fysiek uitgeput raken. Dan nemen stress, slaapproblemen en prestatiedruk toe.’

Wagenaar ziet in de praktijk dat sommige sporters moeite hebben om grenzen aan te geven. ‘Vooral spelers die zich nog moeten bewijzen, blijven vaak doorgaan terwijl ze eigenlijk rust nodig hebben. Dan blijf je op je tenen lopen.’

Pieters herkent dat. Vooral tijdens drukke periodes met clubhockey, Oranje en internationale wedstrijden wordt het lastig om alles vol te houden. ‘Het speelschema is behoorlijk vol, zeker met de Pro League erbij. Soms merk je gewoon dat er weinig tijd overblijft om echt te herstellen.’

Duale ontwikkeling


Om sporters beter te begeleiden heeft de KNHB duale ontwikkeling opgenomen in de Strategische Visie 2026. Daarbij richt de bond zich niet alleen op sportieve prestaties, maar ook op de maatschappelijke ontwikkeling en mentale begeleiding van spelers. Duale ontwikkelingscoach Leonoor Voskamp begeleidt spelers bij het combineren van studie, stages en werk met hun sportcarrière. Volgens haar is dat noodzakelijk geworden. ‘Er is een leven naast hockey en een leven na hockey,’ zegt Voskamp. ‘Omdat spelers niet genoeg verdienen om volledig van hockey te leven, is het belangrijk dat zij zich ook buiten het veld blijven ontwikkelen.’ In de praktijk betekent dat soms dat een training wordt afgestemd op bijvoorbeeld een tentamen, al blijft dat afhankelijk van clubs, coaches en opleidingen.

Foto: NOC*NSF

Mentale begeleiding is cruciaal

Juist daar komen duale ontwikkeling en mentale begeleiding samen. Het gaat niet alleen om plannen en combineren, maar ook om leren omgaan met prestatiedruk, het aangeven van grenzen en het bewaken van voldoende rust.

Volgens Wagenaar is die mentale begeleiding cruciaal, omdat volle schema’s en gebrekkig herstel kunnen leiden tot mentale en fysieke overbelasting. ‘Als dat niet goed gemonitord wordt, kunnen spelers uitgeput raken,’ zegt de sportpsycholoog.

De winst valt nog te behalen in het regelmatig ‘inchecken’ bij spelers om signalen van overbelasting eerder te herkennen. Volgens Pieters gebeurt dat binnen de KNHB al goed, al blijft het per speler verschillend hoeveel begeleiding nodig is.

Daarom is het essentieel dat spelers zelf aangeven hoe het met hen gaat en of zij rust nodig hebben. Herstel verschilt daarbij ook per persoon: waar de een juist rust nodig heeft, vindt de ander afleiding buiten het hockey prettig.

Hulp van buitenaf


Omdat de bond en clubs niet alle begeleiding zelf kunnen bieden, ontstaan ook initiatieven buiten het hockey. Niet alleen de bond, maar ook externe organisaties proberen sporters duaal te ondersteunen.

Athletes.work biedt begeleiding aan sporters door te helpen in hun oriëntatie, een plan te maken voor de toekomst en indien nodig te koppelen aan werkgevers. Oprichter Joppe Grasveld helpt sporters bij vragen als ‘wat wil ik’, ‘wat kan ik’ en ‘hoe vertaal ik dat naar een rol in de maatschappij?’

Grasveld ligt de uitdaging niet alleen bij de speler zelf, maar ook bij de omgeving. Het drukke schema speelt daarin een grote rol. ‘Als de technische staf een extra training of videoanalyse inplant, willen spelers daar altijd bij zijn. Dat beïnvloedt direct hoe goed studie of werk te combineren is.’

Daarom richt Athletes.work zich ook op clubs. Die worden volgens Grasveld vaak gerund door vrijwilligers en hebben niet altijd de capaciteit om actief beleid te voeren op dit vlak. Tegelijkertijd verschilt de behoefte aan begeleiding per speler. Daarom is het lastig voor een club om te ondersteunen, al ligt de regie uiteindelijk bij de speler zelf.

foto: instagram Athletes.work

Het spanningsveld

Toch blijft de vraag hoeveel verschil die begeleiding daadwerkelijk maakt. Er zijn nauwelijks concrete cijfers over het aantal hockeyers dat vastloopt, studievertraging oploopt of hun maatschappelijke ontwikkeling door topsport stopt.

Grasveld deed onderzoek onder 193 spelers uit de hoofdklasse. Hieruit blijkt dat zij gemiddeld 6,95 geven aan het combineren van sport met school, studie of werk.

Maar liefst 81 procent is al bezig met het ondernemen van stappen richting een carrière naast de sport. Echter zou 87 procent graag meer willen bereiken als hun schema dat toelaat. En 38 procent geeft aan dat ze hierbij graag begeleiding willen ontvangen. De belangrijkste behoefte van de hoofdklassespelers ligt in het oriënteren en maken van keuzes voor werk en studie (73 spelers) en het combineren van topsport met het leven buiten het veld (56 spelers).

Volgens Wagenaar ontstaat het risico vooral wanneer schema’s vol raken en rustmomenten ontbreken. ‘Als er niet goed gemonitord wordt hoe het met spelers gaat, kunnen zij uiteindelijk emotioneel en fysiek uitgeput raken.’

Ook Grasveld herkent dit spanningsveld in de praktijk. Hij ziet dat spelers vaak overal bij willen zijn en zich onder druk voelen om extra sessies of trainingen niet te missen, waardoor studie of werk al snel naar de achtergrond verschuift. Volgens Grasveld ligt de oplossing daarom niet alleen bij de speler zelf, maar ook bij clubs en de bond. ‘Je kunt wel zeggen dat duale ontwikkeling belangrijk is, maar als trainingsschema’s daar geen ruimte voor laten, wordt het lastig.’

Overdag trainen blijft een knelpunt

Vooral de trainingsmomenten overdag blijven onderwerp van discussie. Veel hoofdklasseclubs en ook Oranje trainen overdag, waardoor stages, colleges en een reguliere baan lastig te combineren zijn. Grasveld ziet dit als een belangrijk knelpunt. ‘Moeten spelers die in de hoofdklasse hockeyen en niet de financiële voorwaarden hebben als profvoetballers, wel overdag trainen? Of zouden zij ook ’s avonds of ’s ochtends vroeg kunnen trainen?’

Ook Pieters denkt dat daar winst te behalen valt. Meer rust tussen club- en interlandverplichtingen zou volgens hem helpen. ‘Als de agenda iets beter op elkaar afgestemd wordt, ontstaat er automatisch meer ruimte voor herstel of studie.’

Volgens Voskamp wordt daar inmiddels meer over gesproken tussen clubs en de bond. Toch erkent zij dat veranderingen lastig zijn door volle competities, internationale verplichtingen en beperkte veldcapaciteit.

Bron: KNHB

Jong geleerd


De KNHB probeert sporters al op jonge leeftijd bewust te maken van het belang van een maatschappelijke carrière naast hockey. Ouders van jeugdspelers krijgen workshops over duale ontwikkeling en talenten krijgen persoonlijke begeleiding vanaf Onder 16.

Volgens Voskamp is dat nodig, omdat jonge spelers zich vaak volledig op sport richten. ‘Veel talenten denken op jonge leeftijd vooral aan hockey. Pas later realiseren ze zich dat hockey niet eeuwig duurt.’

Pieters ziet dat bewustzijn ook als belangrijk. ‘Als je jong bent, zet je alles opzij voor topsport,’ zegt de international. ‘Maar uiteindelijk is het belangrijk dat je jezelf ook buiten hockey ontwikkelt.’

Meer dan een extraatje

Duale ontwikkeling lijkt daarmee binnen het hockey niet langer bijzaak, maar een noodzakelijk onderdeel van topsportbegeleiding. Tegelijkertijd laten de volle schema’s en beperkte financiële ruimte zien dat begeleiding alleen niet alle problemen oplost.

Daarbij is niet alleen fysieke, maar ook mentale begeleiding essentieel, zowel vanuit de speler als vanuit clubs. Uiteindelijk is het aan de topsporter zelf om aan te geven hoe het met zijn of haar energie en balans gaat.

Zolang veel tophockeyers hun sport moeten combineren met studie of werk, blijft de vraag hoeveel ruimte er werkelijk is om die balans vol te houden, zowel fysiek als mentaal.

Populaire Artikelen