Top 5 deze week

WK 2026 | Xan de Waard: “Het is helemaal niet aan mij om een ‘legacy’ achter te laten” 

Ze wordt als een icoon van het hockey gezien. Xan de Waard speelde ruim tweehonderd interlands en maakte zich ook sterk voor maatschappelijke onderwerpen. Maar als het aan haarzelf ligt, is het ‘niet aan haar’ om een legacy voor de sport achter te laten. Een gesprek over haar laatste kunstjes van het hockey. Haar derde WK in eigen land dat óók weer goud op moet leveren. 

Het besluit om te stoppen ontstond niet op één specifiek moment. Eigenlijk begon de twijfel pas nadat het grote doel was bereikt. Parijs was jarenlang het eindpunt geweest. Alles stond in dienst van die Olympische Spelen. Goed spelen. Winnen. Daarna zou ze wel verder zien.

Voor ze het wist, stond De Waard alweer op het veld. En daar kwam de vraag die ze zichzelf daarvoor nooit had gesteld. “Toen dacht ik: wat wil ik eigenlijk?” Ze had veel gezien en gedaan. Het vlammetje brandde nog, maar minder fel. Ze wilde andere dingen. Niet meer automatisch verjaardagen afzeggen. Niet steeds kiezen voor hockey als er ook een leven naast het veld bestond.

‘”Toen dacht ik: wat wil ik eigenlijk?”

Tegelijkertijd was ze nog altijd topsporter. En juist dat maakte de twijfel ingewikkeld. Want als De Waard iets doet, wil ze het goed doen. Werken en hockey combineren bleek daarom lastig. Ze kwam uit haar werk rennen, at onderweg een halve reep en moest dan nog aan een videobespreking beginnen. Haar voorbereiding was niet meer zoals ze die jarenlang kende.

“Het voelde gewoon overal alsof je de kantjes ervan afloopt.” Dat gevoel zat haar dwars. Ze haalde geen voldoening uit het half doen. Dus maakte ze uiteindelijk een duidelijke keuze: nog anderhalf jaar volledig voor hockey gaan. Niet meer werken. Alles geven. En daarna daadwerkelijk afscheid nemen.

Stoppen op je hoogtepunt
Dat De Waard daarna ook nog werd uitgeroepen tot wereldspeelster van het jaar, maakte haar beslissing voor de buitenwereld misschien moeilijker te begrijpen. Voor haarzelf niet. De vraag of ze nog goed genoeg was, heeft volgens haar nooit een rol gespeeld. Ook het idee om op haar absolute hoogtepunt te stoppen, was niet iets waar ze mee bezig was.

“Als ik dat niet meer ben, dan wil ik stoppen. Ook niet als ik dat wel ben dan wil ik stoppen.”  Het klinkt bijna simpel. Maar misschien is het dat ook. De Waard stopt niet omdat ze moet. Ze stopt omdat ze wil. En dat maakt haar laatste maanden in Oranje anders dan de jaren daarvoor.


Niet meer iedere dag beter
Op het trainingsveld merkt ze het verschil. Vroeger was vrijwel iedere training een nieuwe kans om beter te worden. Een pass scherper. Een actie sneller. Een techniek nog iets beter. Nu niet meer. “Ik voel niet meer de drang om echt beter te worden.”

Dat betekent niet dat de motivatie verdwenen is. Integendeel. Als het WK begint, wil ze gewoon winnen. Maar haar motivatie heeft een andere vorm gekregen. Ze kijkt meer om zich heen. Wil andere speelsters helpen. Wil iets meegeven. Mensen goed neerzetten. Zelf fit blijven. Haar hoge backhand nog één procent beter krijgen? Daar is ze niet meer mee bezig.

“Ik voel niet meer de drang om echt beter te worden.”

Misschien is dat wel het meest opvallende aan de laatste fase van haar carrière. De Waard hoeft zichzelf niet meer voortdurend te verbeteren om te weten wat ze waard is.

Minder streng
Die verandering ziet ze ook buiten het veld. Jarenlang leefde De Waard volgens de regels van de topsport. Rust is rust. Herstel is herstel. Benen omhoog na een training. Alles in dienst van de volgende prestatie. Dat werd anders.

Op een rustdag ging ze bijvoorbeeld met haar neefje naar de dierentuin. “Niet bepaald de perfecte rustdag volgens het klassieke topsportboekje.”  Maar ze vond het leuk. En het leverde haar iets op wat ze niet had verwacht: energie. “Dus zo voelt het alsof je een beetje de kantjes ervan afloopt.  Maar uiteindelijk gaf het me zoveel meer plezier.”  

Het heeft haar blik op topsport veranderd. Misschien hoeft de beste versie van een topsporter niet altijd de versie te zijn die alles laat voor haar sport. Misschien mag er ook gewoon een leven zijn. Dat inzicht kwam laat in haar carrière. “Ik hoop ook dat mensen dat eerder anders inzien.” 

HandtekeningXanDeWaard scaled
De Waard deelt handtekeningen uit (foto: Hans Bakker)

De aanvoerder die alles wilde oplossen
De andere grote verandering zit in haar verantwoordelijkheidsgevoel. Als aanvoerder voelde De Waard zich verantwoordelijk voor veel meer dan haar eigen prestaties. Tijdens de Olympische Spelen van Parijs wilde ze vooral dat iedereen een goede ervaring zou hebben. Jonge speelsters moesten volgens haar zo veel mogelijk worden beschermd tegen alles wat er rondom de ploeg gebeurde.

Maar daarin ging ze soms te ver. Ze wilde bijvoorbeeld begrijpen waarom iemand niet werd geselecteerd. Waarom een speelster afviel. Waarom bepaalde keuzes werden gemaakt. Niet omdat zij de selectie wilde bepalen, maar omdat ze vond dat mensen moesten weten waar ze zichzelf konden verbeteren. Achteraf realiseert ze zich dat het niet haar plek was.

De Waard met Maria Verschoor tijdens de Spelen van 2024 (foto: privé)

“Die selectie is niet aan mij. Die heb ik ook niet gemaakt.”  De Waard noemt het achteraf zelfs een vorm van micro managen. Opvallend genoeg werd dat verantwoordelijkheidsgevoel minder toen ze geen aanvoerder meer was. Niet omdat het haar minder interesseerde, maar omdat ze ontdekte dat ze niet alles hoefde te managen.

Als er iets misging, kon ze nog steeds denken: ‘wat ontzettend kut’. Maar vervolgens ook: het is niet meer mijn ding. Misschien was dat wel een bevrijding.

‘De wereld is oneerlijk’
Een uitspraak van Paul van Ass is De Waard altijd bijgebleven: ‘de wereld is oneerlijk’. Niet vanwege haar maatschappelijke betrokkenheid, benadrukt ze. De uitspraak ging volgens haar vooral over haar neiging om verantwoordelijkheid te nemen voor dingen die ze uiteindelijk niet kon veranderen.

Toen Van Ass bondscoach werd, zat De Waard er bovenop. Ze had precies voor ogen hoe dingen moesten. Welke structuur nodig was. Wat anders moest. Van Ass waarschuwde haar dat ze zichzelf op die manier zou leegtrekken. “Dat is misschien ook wel gebeurd uiteindelijk.” 

Een uitspraak van Paul van Ass is De Waard altijd bijgebleven: ‘de wereld is oneerlijk’.

Niet zozeer door hockey zelf, maar door de verantwoordelijkheid die ze voelde voor anderen. Het past bij een terugkerend thema in haar verhaal: De Waard wil graag dat dingen kloppen. Dat mensen eerlijk worden behandeld. Dat iedereen zich goed voelt. Dat een team goed functioneert. Maar inmiddels weet ze ook dat je niet alles kunt oplossen.

Hockey moet veranderen
Diezelfde betrokkenheid verklaart waarom De Waard zich ook buiten het veld uitspreekt over inclusiviteit. Ze vindt het belangrijk dat hockey toegankelijker wordt en dat het imago van de sport verandert. Juist omdat ze als topsporter een podium heeft.

“Je merkt zelf wel dat niemand het doet. Dus dan voelde ik me ook wel genoodzaakt om dan wel gebruik te maken van het podium.”  Ze is tegelijkertijd kritisch op de snelheid waarmee die verandering wordt aangepakt. Volgens De Waard wordt soms gedacht dat het imago van hockey met een paar maatregelen snel kan veranderen.

De Oranje-dames van Raoul Ehren legden beslag op de FIH Pro League 2025 (foto: Roel Ubels)

Zo werkt het niet.

“Het is geen quick fix”, zegt ze. Het gaat jaren duren. En juist daarin ziet ze een probleem: organisaties constateren achteraf nog te vaak dat iets niet handig is aangepakt, in plaats van vooraf structureel na te denken over de keuzes die ze maken.

Het is misschien opnieuw dat verantwoordelijkheidsgevoel. Alleen probeert De Waard inmiddels beter te onderscheiden wat wel en niet van haar is. En dan is er dus dat WK. In eigen land. Het toernooi dat De Waard nog één keer wil meemaken voordat het echt voorbij is. Ze weet dat Nederland favoriet is. Ze weet ook dat er met deze ploeg maar één doel kan zijn. Goud. “Met de kwaliteit die wij in het team hebben, zouden wij met z’n allen niet tevreden zijn met minder.”

“Met de kwaliteit die wij in het team hebben, zouden wij met z’n allen niet tevreden zijn met minder.”

Daar zit geen twijfel in. Geen relativering. Geen behoefte om van tevoren alvast een slag om de arm te houden. Het is misschien het laatste stukje van de oude Xan de Waard. De speelster die altijd het onderste uit de kan wilde halen. Daarna komt het andere leven. Wat ze gaat doen? Dat weet ze nog niet. Misschien andere sporten. Misschien iets totaal anders. Ze heeft geen plan.

Training Nederlands Elftal Heren (foto: Roel Ubels)

Legacy
En dan die laatste vraag. Wat hoopt ze dat mensen zich herinneren als ze over jaren aan Xan de Waard denken? Geen prijzenkast. Geen aantal interlands. Geen legacy. “Het enige wat ik hoop, dat als ze aan mij denken, dat ze gewoon inzet zien. En dat ik altijd het onderste uit de kan heb willen halen.”  Meer hoeft het niet te zijn.

“Het enige wat ik hoop, dat als ze aan mij denken, dat ze gewoon inzet zien. En dat ik altijd het onderste uit de kan heb willen halen.” 

Al zal dat voor iemand die ruim tweehonderd keer het Oranje-shirt droeg, olympisch kampioen werd en tot beste speelster ter wereld werd uitgeroepen, waarschijnlijk al behoorlijk veel zijn.

Lees hier een eerder interview met De Waard uit het HockeyConnect(Magazine) van maart 2024

Populaire Artikelen