Zussen Emma (22) en Babs (20) Reijnen behoren tot de nieuwste generatie speelsters van Den Bosch. ‘We zijn best verschillend, maar in het competitieve lijken we op elkaar. Als we vroeger op een veldje samen gingen hockeyen, deden we alles om te winnen. We gingen pas naar huis als het eindigde in ruzie.’
Op hoog niveau hockey spelen stond destijds niet in de kaarten. Pas toen ze een beetje in de richting van Dames 1 ging, dacht Emma: dit kan wel eens wat worden. ,,We zaten altijd in de eerste teams, maar in de E1 betekent dat natuurlijk nog niets. We hebben wel allebei in de Oranje jeugdteams gezeten. Dat is next level, om die kleur te mogen dragen en het volkslied te zingen. Toch werd het pas echt serieus bij Dames 1. Je weet gewoon dat als je daar speelt, je in de kijker kunt lopen, voor titels gaat spelen en heel vette dingen gaat meemaken.” Babs: ,,In de jeugd speel je steeds met dezelfde mensen, met twee jaarlagen eigenlijk. Op een gegeven moment komt de stap van de A1 naar Dames 1. Dat is het moment dat je je realiseert dat er niet meer voor iedereen plek is.”
Dan kom je in een ploeg waar sommigen, ook al zijn ze nog jong, al bijna tien jaar op dat niveau spelen…
E: Eerst was de jonge en de oude generatie een beetje een ding, maar dat is in de afgelopen twee jaar vervaagd. Je kunt je nu steeds meer laten zien op basis van je hockeyspel. Er wordt ook zeker meer geluisterd naar wat wij denken.”
B: Het is een gezonde hiërarchie.”
E: Het is ook logisch, je zit als spelers in heel andere levensfases. Toen ik in het team kwam, was ik bezig met mijn studiekeuze, terwijl oudere teamgenoten een huis hadden gekocht en zich afvroegen ‘welke bank zal ik nemen?’. Ik vond dat in het begin lastig. Dan is het nog zo zoeken naar je eigen plek. Het jaar na mij kwam er ook niemand vanuit de jeugd, dus ik bleef het jonkie dat de ballentas moest halen. Het was lekker dat ik die taken daarna naar Babs kon doorschuiven.”

Was jij heel erg ‘het zusje van’?
B: Nee, zo heb ik me nooit gevoeld. We spelen altijd samen in en dan wordt wel eens gezegd van ‘de zusjes gaan samen’. Maar als je ooit samen hebt ingespeeld bij de wedstrijd, dan is dat je vaste partner. Natuurlijk zijn er op het veld soms frustraties, maar die heb ik nooit met mijn zus. Je gunt elkaar juist alles. Als zij de bal krijgt, hoop ik nog meer dat het goed gaat.”
E: In de line-up staan we normaal gesproken naast elkaar, net als in het kringetje voor de wedstrijd. Alleen als we intern gaan, liggen we niet bij elkaar op de kamer. Dat zou ik wel chill vinden. Je voelt je het meest op je gemak bij je zusje. Maar daar gaan wij niet over en ik snap het als de coach denkt: nou, die zussen even uit elkaar.”
Het seizoen van Emma is tot nu toe getekend door een ernstige knieblessure. Ruim acht maanden geleden scheurde ze haar kruisband af.


Hoe sta je er nu voor?
E: Ik kan alweer heel veel. Dat is ook ingewikkeld, want het voelt alsof mijn knie normaal is, maar dat is niet zo. Ik ben dus echt nog niet terug. Er is veel dat ik nog niet mag. Ik had nooit blessures en dan nu opeens zo’n lange. Het is best heftig. Ik denk dat alleen mensen die dat zelf hebben meegemaakt, zoiets echt begrijpen. Ineens zeggen ze tegen je: ‘het duurt negen tot twáálf maanden’. Dat is een compleet schooljaar, een heel hockeyseizoen.”
B: Ik heb zoveel respect voor haar. Natuurlijk is het altijd erg als een teamgenoot geblesseerd raakt, maar nu staat het nog dichter bij. Ze heeft heel veel discipline, elke keer doet ze die trainingen en staat ze beneden in een sportoutfit. Soms denk ik ‘huh, moet je nu alweer?’.”
E: Het is een fase waarin ik erachter ben gekomen dat ik hockey echt heel leuk vind. Het had ook kunnen zijn dat meer vrije tijd me wel zou bevallen. Overigens gaat mijn studie Tandheelkunde nu heel goed. Het is een praktische studie waarbij je veel uren moet maken aan de uni. Dat gaat niet altijd goed samen met hockey, want teamtrainingen worden natuurlijk gewoon gepland. Dat was nu andersom: ik kon zelf de afspraken bij de fysio plannen.”
Babs, jij hebt al een hoogtepunt gehad dit seizoen: het WK met Jong Oranje. Hoewel dat voor jou niet als hoogtepunt begon…
B: Nee, het is natuurlijk jammer, zo’n reserverol. Eerst zouden we niet eens mee gaan naar Chili, omdat er werd gedacht dat je de zestien spelers van de lijst niet meer zou mogen wisselen, ook niet bij blessures. Dat bleek uiteindelijk wel te kunnen. Maar goed ook, want het bleek nodig. Voor mij persoonlijk natuurlijk heel fijn. Ik heb het hele seizoen voor zo’n toernooi gewerkt, elke training was ik erbij. Ook al was het alleen voor de finale, al die inzet was niet voor niets en die ervaring neemt niemand me af. Ik ben heel blij dat ik die wedstrijd heb mogen spelen, daar ben ik trots op.”
In welk opzicht lijken jullie op elkaar?
B: We zijn best verschillend. Vind jij dat we op elkaar lijken?”
E: In het competitieve misschien. Vroeger gingen we weleens samen op een veldje tegen elkaar hockeyen. Nou, dan deden we echt alles om te winnen. We gingen alleen naar huis als het eindigde…”
B, lachend: met ruzie! Altijd.”
E: Ja, dan was het klaar, anders konden we wel door blijven gaan. We hebben zoveel partijtjes gedaan. Dat willen winnen, daarvoor strijden en doorzetten, dat hebben we echt alle twee. Verder is er veel verschil. Ik ben echt de grote zus, denk ik. Ik maak me vaker zorgen en ben zorgzamer. Babs is de grappenmaker en heel nuchter.”
Voor het tweede jaar op rij zijn de finales van de EHL hier in Den Bosch. Wat betekent dat voor jullie?
B: Ja, het is heel vet dat het op je eigen club is. We weten nu hoe het eruit gaat zien, hoe iedereen het beleeft en hoe het is dat er zoveel publiek komt.”
E: Met het team zitten we weer in een hotel in het centrum. De eigenaar kent ons, we kunnen hem alles vragen. Je kunt ook makkelijk even een rondje lopen door de stad en een koffietje halen. Het helpt natuurlijk ook dat we in onze eigen kleedkamer zitten. Al mogen we misschien niet altijd in onze eigen dugout. Dat was vorig jaar zo; dat voelt heel raar, om aan de andere kant te zitten. En de tribunes die nu al zijn gebouwd – echt niet normaal om te zien, alsof ze uit de lucht waren gevallen, in één dag stond alles er.”



