Met het afscheid van Robbert Kemperman verliest het Nederlandse hockey een van de meest karakteristieke spelers van zijn generatie. De middenvelder, die later in zijn carrière met succes werd omgeschoold tot verdediger, zette na zijn laatste seizoen bij Amsterdam een punt achter een loopbaan die bijna twintig jaar duurde. Een carrière waarin hij uitgroeide tot publiekslieveling, meer dan 220 interlands speelde en een indrukwekkende prijzenkast vulde met nationale en internationale onderscheidingen.
Kemperman kijkt met een goed gevoel terug op zijn beslissing om te stoppen met hockey. Niet omdat hij het spelletje niet meer leuk vond, integendeel. Juist dat maakte de keuze zo lastig.
Mr. Backhand zegt vaarwel
“Ik vind hockey nog steeds hartstikke leuk en ik kan het niveau nog aan. Maar op een gegeven moment ga je nadenken: wil ik dit nog blijven doen? En ik wilde ook niet stoppen op het moment dat mensen zouden denken: loopt die gast nog steeds rond? Ik denk dat ik nu op een goed moment gestopt ben.”

Vele interlands achter de naam van Kemperman
Wie de carrière van Kemperman overziet, begrijpt waarom zijn afscheid zoveel reacties oproept. Al op jonge leeftijd debuteerde hij in Oranje. Op zeventienjarige leeftijd speelde hij zijn eerste interland en groeide vervolgens uit tot een vaste waarde in het Nederlands elftal. Uiteindelijk kwam hij tot 228 interlands en 52 doelpunten. Zijn elegante speelstijl, creatieve oplossingen en vooral zijn beroemde backhand leverden hem de bijnaam ‘Mr. Backhand’ op.
Op de vraag welke prijs hem het meest dierbaar is, aarzelt Kemperman. De olympische zilveren medaille van Londen 2012 neemt vanzelfsprekend een bijzondere plaats in.
“De Olympische Spelen zijn voor een hockeyer het hoogste podium. Dat je daar met zestien spelers je land mag vertegenwoordigen, is iets heel bijzonders. Natuurlijk had je liever goud gehad, maar een olympische medaille winnen is helemaal niet vanzelfsprekend.”

Medailleregen
Toch wil hij zijn loopbaan niet terugbrengen tot één prijs. Daarvoor zijn er te veel memorabele momenten geweest. Met Oranje veroverde hij drie Europese titels, won hij olympisch zilver en pakte hij meerdere WK-medailles. Daarnaast werd hij in 2013 uitgeroepen tot beste speler van het Europees Kampioenschap en een jaar later tot beste speler van de Hockey World League.
Ook op clubniveau liet Kemperman zijn sporen na. Na periodes bij Den Bosch en het Duitse Rot-Weiss Köln beleefde hij zijn grootste successen bij Kampong. Daar hielp hij de Utrechtse club terug naar de nationale top. Hij won er de Euro Hockey League en twee landstitels. Later volgde de overstap naar Amsterdam, waar hij zijn carrière in stijl afsloot met opnieuw een Nederlands kampioenschap.
“Bij Kampong hebben we echt iets opgebouwd. We hebben eerst finales verloren, daarna geleerd hoe je prijzen wint. Toen we uiteindelijk de EHL wonnen en landskampioen werden, voelde dat alsof al dat werk beloond werd.”

Finale met Amsterdam
Zijn laatste wedstrijd eindigde niet met een kampioensfeest, maar met een verloren finale. Toch overheerst geen teleurstelling.
“Je gaat zo’n wedstrijd natuurlijk in om te winnen. Maar toen het klaar was, probeerde ik vooral te genieten van het moment. Familie en vrienden zaten op de tribune. Ik heb geprobeerd niet alleen naar winst of verlies te kijken, maar naar alles wat erbij hoorde.”
Nu het hockeyhoofdstuk is afgesloten, breekt een nieuwe fase aan. Eerst wacht een vakantie in Zuid-Frankrijk met zijn gezin. Daarna wil hij zich oriënteren op een maatschappelijke carrière. De voormalig international werkte de afgelopen jaren al in sportmarketing en business development, maar sluit niet uit dat er uiteindelijk toch weer een rol in de hockeywereld op zijn pad komt.
“Er zullen wat deuren dichtgaan, maar er zullen ongetwijfeld weer nieuwe opengaan. Ik heb er vertrouwen in dat er iets moois komt waar ik mijn energie in kwijt kan.”

Trainer, adviseur of analist
Een volledig afscheid van de hockeysport lijkt dan ook onwaarschijnlijk. Als trainer, adviseur of analist zou Kemperman in de toekomst zomaar weer langs de lijn kunnen opduiken.
“Ik vind de sport nog steeds hartstikke mooi. Als een club zegt dat ze me kunnen gebruiken, dan zou ik daar zeker over nadenken. Op een andere manier betrokken zijn bij een team lijkt me prachtig.”
Voor nu overheerst vooral trots. Trots op de prijzen, op de herinneringen en op de manier waarop hij zijn loopbaan heeft kunnen afsluiten.
“Ik heb de wereld over gereisd, mooie kampioenschappen meegemaakt en ontzettend veel plezier gehad. Ik kijk er met superveel trots op terug.”
Met zijn afscheid verdwijnt niet alleen een topspeler van het veld, maar ook een persoonlijkheid die jarenlang kleur gaf aan het Nederlandse hockey. Een speler die prijzen won, generaties inspireerde en altijd op zijn eigen manier bleef spelen. Misschien is dat uiteindelijk wel zijn mooiste erfenis

