‘Stunts’. Zo betitelde de hockeybuitenwereld de resultaten van Amsterdam dames 1 in de play-offs. SCHC? Zou als ongeslagen koploper ‘moeiteloos’ doorgaan naar de finale. En daarna Den Bosch? De recordkampioen zou het ‘gewoon’ weer afmaken aan de eigen Oosterplas tegen de onervaren hoofdstedelingen. Maar de vrouwen van coach Jesse Mahieu zelf wilden niets weten van die term. ‘Wij hebben ons zoveel mogelijk afgesloten van dat soort ruis van buitenaf.’
,,Een vriend van mij heeft in Delft architectuur gestudeerd”, begon Mahieu lachend op de vraag hoe zíjn bouwproces is verlopen. Hijzelf zag zijn tekentafelplannen pas echt afgerond als Amsterdam er daadwerkelijk met die felbegeerde titel zou staan. De kampioen van 2023 onderging een metamorfose met maar liefst zeven nieuwe meiden. Een nieuw geraamte moest worden gebouwd. ‘Metselaar’ Mahieu wilde – tot vervelens toe – zijn fundering neerzetten, tot dat het stevigst zou staan in de play-offs.

,,We hebben ein-de-loze videoanalyses gehouden”, begon Felice Albers (beste speelster van de play-offs) na afloop van de gewonnen shoot-outs in de finale. Ook in andere (hockey)media ‘beklaagden’ speelsters zich over de haast maniakale aanpak van de kampioenenmaker. Zelf zei de nuchtere Brabander tegenover HockeyMagazine over zijn coaching methode: ,,Ik ben niet zo van switchen naar plan B. Dus ik wil vooral hameren op de verbeterpunten van plan A. We zijn op details kwetsbaar geweest. Ik ben, nogmaals, niet van dingen totaal aanpassen. Volgens mij is dat niet nodig.”

Meeste winst
Waar heeft Amsterdam dit jaar dan de meeste winst behaald? Mahieu: ,,Ik vind dat we in het begin van het jaar niet altijd genoeg bleven vechten. We hebben hele hoge pieken, maar ook hele diepe dalen gehad in wedstrijden. Inconsistentie hoort ook wel bij een jonge ploeg. Natuurlijk hebben we het hele seizoen gesproken over groeien en beter worden. Maar in de tweede competitiehelft ging de nadruk wel wat meer op de performance. Je zit nog steeds bij Amsterdam”, zei hij realistisch.
Dat waren zijn woorden na de gewonnen heenwedstrijd tegen SCHC (3-2, red.). Voor velen al een verrassing. Marijn Veen en Imke Verstraeten brachten de ongeslagen koploper de eerste nederlaag van het seizoen toe. Maar vrijwel heel hockey minnend Nederland was het ‘erover eens’: in Bilthoven zou alles weer worden rechtgetrokken.
In de bossen van Bilthoven werd het inderdaad een halve finale duel om niet snel te vergeten. Waarschijnlijk speelde Stichtse de allerbeste wedstrijd van dit seizoen. Het team kwam terecht voor via een fraaie strafcornerbackhand van Lotte Ruts. De stand was weer volledig in evenwicht (3-3) en het leek slechts een kwestie van tijd voordat het bouwwerk van Amsterdam zou instorten. In het derde en vierde kwart waren er verschillende (strafcorner)kansen voor Yibbi Jansen. Maar in de laatste clubwedstrijd van haar ‘mentrix’ Xan de Waard stond het vizier weer eens niet op scherp. Anne Veenendaal had de ene na de andere wereldredding in huis.

Underdog
Na afloop van de gewonnen halve finale shoot-outs zei Veenendaal, de beste keepster van de wereld tegenover HockeyMagazine. ,,Als Amsterdam zijn wij in de play-offs altijd wel de underdog geweest. Ik kan me niet herinneren dat wij niet als derde of vierde de play-offs in gingen. Hadden we tegen Stichtse meer kunnen creëren? Dat denk ik wel. We moeten de komende dagen gewoon terug naar de tekentafel.”
Die term viel opvallend vaak binnen de Amsterdamse selectie. De tekentafel waar ‘architect’ Mahieu weer kon bijschaven, net zo lang totdat hij de perfecte lijnen had uiteengezet voor dé ‘stunt’ van het seizoen. Het moest gebeuren tegen recordkampioen Den Bosch. Een ploeg die een opvallend moeizaam seizoen doormaakte, met de zeldzame EHL-finaleverlies tegen SCHC als dieptepunt. Uiteraard kon Amsterdam het Bossche bloed ruiken…
Opnieuw gingen velen er ‘gewoon’ van uit dat de equipe van coach Marieke Dijkstra zou pieken op het juiste moment. In de voorbeschouwingen werd veelal gewezen op het feit, dat de speelsters van Den Bosch nou eenmaal ‘killers’ zijn gedurende finales. Een stuk meer ervaren in dit soort wedstrijden bovendien. In de heenwedstrijd brandde de zinderende hitte op de speelsters van de eeuwige hockeyrivalen, maar dat betekende niet dat zij geen finalewaardige pot wisten voor te schotelen.

Onbevangenheid
Den Bosch maakte net als SCHC kennis met de jeugdige onbevangenheid van Amsterdam. Via nieuwkomer Katerina Langendijk kwam de 020-ploeg op voorsprong, waarna Joosje Burg de stand gelijk wist te trekken. Aanvaller Fay van der Elst deed Den Bosch opnieuw pijn, maar Romee Joosten zette de recordkampioen terug op gelijke hoogte in het heenduel in Amstelveen. ,,Of het bouwproces geslaagd is? Dat gaan we maandag zien”, zei de Amsterdamse speelster Imke Verstraeten realistisch na de eerste 2-2. ,,Natuurlijk hebben we al heel veel stappen gezet dit seizoen. We zijn op- en neergegaan, absoluut, maar stappen hebben we echt gezet. Elke week zijn we scherp gebleven. Jesse wilde gewoon dat we iedere wedstrijd wat beter zouden worden.”

Stunts’?
Ook Verstraeten sprak over de term ‘stunts’. ,,Nee, wij zien dat eigenlijk niet zo. Wij zijn gewoon met heel veel vertrouwen die play-offs in gegaan. Natuurlijk is het de nummer 1 tegen de nummer 4… Richting het einde van de competitie hebben wij veel stappen gezet. Voor ons is het geen stunt… Gewoon omdat wij heel veel vertrouwen in ons team hebben.” Waar lagen volgens de strafcornerspecialiste de verbeterpunten, of in het geval van Amsterdam: de sleutels, voor het finaleduel aan de Oosterplas? Verstraeten: ,,We hebben te veel corners tegen gekregen. Ook moeten wij zelf meer corners halen.”

Symboliek
Uiteindelijk bleken die woorden van Verstraeten profetisch. In Den Bosch werd het een zeer lastige eerste helft voor de dames van Mahieu, kwam het team zelfs op achterstand met een man meer, maar in de tweede helft werd alles rechtgebreid door ‘Het Wapen van Imke’. Tweemaal wist zij de Bossche reservekeepster Laurette Abelen te passeren. De eerste landstitel sinds drie lange jaren leek voor het grijpen.
Toch was het Den Bosch, weer, dat nog iets uit de hoed wist te toveren. Namelijk een late gelijkmaker via Charlotte Englebert, die tijdens de shoot-outs opnieuw de winnende leek te maken (net als vorig jaar tegen SCHC), maar Veenendaal andermaal op haar pad vond. Na een bizarre reeks, met meer dan vijftien shoot-outs, was het uitgerekend Felice Albers die de allesbeslissende treffer achter Abelen tipte. Al vallend en struikelend, een winnende goal met de nodige symboliek.
Albers sprak daarna: ,,Ik denk dat dit wel een van de meer bijzondere prijzen is, die ik heb gewonnen. We hadden een heel jong team en moesten opnieuw bouwen. Ik ben zo ontzettend trots op dit team. Met de jonge meiden hebben we het op de rit gekregen, het was gewoon geweldig.”
Tot slot waren er de routiniers Veen en Plönissen die de ‘stunts’ in perspectief wisten te plaatsen. ,,Ik denk dat dit een hele andere titel is, dan die wij eerder hebben gewonnen. Het is gewoon niet te vergelijken. Aan het begin van het seizoen zijn we gaan bouwen, we focusten op onszelf week na week. Alle ruis van buitenaf hebben we daar gelaten. We hebben geïnvesteerd in elkaar, in ons eigen plan. We hebben vanaf begin af aan geloofd dat het mogelijk is. Als je ziet wat voor een kwaliteit er op het veld staat… Dan is het gewoon echt héél goed. Dus wij zien het niet als stunts…”

