Een Jorrit Croon op de volle honderd procent. Heel veel beter ga je ‘ze’ niet krijgen in een WK-hockeyselectie. De topmiddenvelder annex aanvaller van Bloemendaal denkt, in gesprek met HockeyMagazine, dat hij de Croon is die volwaardig kan leveren dit toernooi. Maar een vanzelfsprekendheid was zijn selectie natuurlijk niet. Dit na de tweede zware blessure van zijn loopbaan. “Ik ben superblij dat Delmée mij zóveel vertrouwen heeft gegeven.”
Croon geloofde de hele tijd dat hij de selectie kon halen. En dat bleef hij stoïcijns herhalen: tegenover zichzelf en sportmedia. “Ja, het was misschien een beetje tegen beter weten in. In het begin was het vooral geloof. Toen ik eenmaal in de revalidatie kwam, kreeg ik ook steeds meer vertrouwen. Vertrouwen dat het misschien echt zou gaan lukken.”

Onderdeel van de groep
Hij vertelt verder over zijn revalidatieperspectief: “Hoe verder ik kwam en hoe meer dingen op de juiste plek vielen, hoe meer het ging zoals ik had verwacht. Op een gegeven moment dacht ik: het zou zomaar echt eens kunnen gaan lukken. Toen begon er ook vertrouwen bij te komen.”
Dat ‘echte gevoel’ kwam uiteindelijk pas laat. “De laatste paar weken, toen ik weer met die jongens op het veld stond. Toen dacht ik: ik kan meedoen, ik ben weer onderdeel van de groep.”
Croon herhaalt het meerdere malen: de selectie voor een WK hockeyeindronde is geen speeltuin of filantropische instelling. Hij heeft dan ook geen moment gedacht dat de selectie door Delmée een ‘cadeau’ was.
Vertrouwen van Jeroen
“Vanaf het moment dat het gebeurde, heb ik heel goed contact gehad met Jeroen. We zijn altijd heel eerlijk tegen elkaar geweest en hebben goede gesprekken gevoerd. Wat we hier doen is gewoon bikkelharde topsport. Het is inderdaad geen speeltuin en geen liefdadigheidsinstelling. Je bent goed genoeg, of je bent het niet”, zo licht hij toe.
“Ik besef heel goed dat mijn weg naar het WK anders is geweest dan die van de andere jongens. Maar dat neemt niet weg dat Jeroen niemand meeneemt in wie hij geen vertrouwen heeft of die niets aan het collectief kan toevoegen. Ik ben dus superblij dat ik dat vertrouwen van Jeroen krijg”, benadrukt de sterspeler van Bloemendaal nog maar eens.

Een selectie op basis van reputatie zou voor hem bovendien niet goed voelen. “Ik zou er niet bij willen zitten omdat ik Croon ben. Of omdat ik hard heb gerevalideerd. Of omdat ik al heel vaak bij de groep heb gezeten. Ik wil erbij zitten omdat ik op dit moment goed genoeg ben om iets toe te kunnen voegen.”
Pure winst
Wel degelijk was het een ‘race tegen de klok-verhaal’. Want Croon zegt: “Het onmogelijke moest eigenlijk gebeuren om mee te kunnen doen. In alle opzichten is dat ook een andere revalidatie. Mentaal, fysiek, maar ook met de ervaring van die vorige blessure.”
Tegelijkertijd merkt hij op: “Maar ik voel geen beperkingen. En het lekkere is dat ik me elke dag nog beter voel. Elke dag extra is voor mij pure winst.”
Dat Nederland het WK voor eigen publiek speelt, zorgt ondertussen voor een extra dimensie. Als olympisch kampioen begint Oranje automatisch met hoge verwachtingen aan het toernooi. Croon wil echter niets weten van een ‘vanzelfsprekende favorietenrol’.
“We weten dat de ogen op ons gericht zijn. Als olympisch kampioen en omdat we het WK in eigen land mogen organiseren, krijg je automatisch een bepaalde favorietenrol. Maar iedereen die het internationale mannenhockey een beetje volgt, weet dat de verschillen minimaal zijn.”

Niet één duidelijke favoriet
De top is volgens Croon simpelweg ontzettend breed. “Je kunt eigenlijk niet van één duidelijke favoriet spreken. De top zit heel dicht bij elkaar. Dat zie je de afgelopen tien jaar en dat zal dit toernooi niet anders zijn. Eén moment kan bepalen of je doorgaat en misschien zelfs welke kleur medaille je uiteindelijk wint.”
“De afgelopen weken hebben we alles een beetje zien worden omgebouwd bij het Wagener Stadion. Dan begint het wel te leven. Zeker nu we in het hotel zitten en alles ziet wat er gebeurt. Ik heb vooral zin om zo meteen los te gaan. Als het stadion vol zit en we er een feestje van kunnen maken, geeft dat sowieso extra energie.”
Voor Croon is het na maanden van onzekerheid eindelijk zover. Hij heeft zijn race tegen de klok gewonnen. Maar daar wil hij niet te lang bij stilstaan.

