De teleurstelling over de 4-2 nederlaag tegen China was groot bij Engeland, maar voor Amy Thompson had de WK-wedstrijd in het Wagener Stadion tegelijkertijd een bijzondere betekenis. De Engelse verdedigster speelde haar eerste wedstrijd op een groot internationaal eindtoernooi. Iets wat een jaar geleden, na een afwezigheid van bijna vijftien maanden, nog heel ver weg leek.
Engeland kende dinsdag geen gelukkige middag op het WK hockey 2026. China bleek bijzonder effectief en liep uit naar een ruime voorsprong. Pas in de slotfase wisten de Engelsen de score met twee doelpunten een draaglijker aanzien te geven.
Thompson baalde zichtbaar van het resultaat. „Dit was niet de start die we wilden. We zijn behoorlijk teleurgesteld”, vertelde ze na afloop. „De uitslag geeft naar mijn idee niet weer hoe we hebben gespeeld. Maar zoals je van Engeland mag verwachten, zijn we tot het einde blijven vechten. Die laatste twee doelpunten zijn belangrijk voor het momentum en laten zien dat we terug kunnen komen als we achterstaan.”
‘We misten net dat laatste beetje’
Volgens Thompson zat het verschil vooral in de beslissende momenten. Engeland had voldoende balbezit en mogelijkheden, maar China sprong veel effectiever met zijn kansen om.
“We misten net dat laatste beetje. In die cruciale momenten moeten we heel dicht bij elkaar blijven en echt als één geheel optreden. Helaas kregen we de bal vandaag gewoon niet in het doel.”
Voor Thompson zelf betekende de wedstrijd ook een verandering van positie. Waar ze eerder vooral als centrale verdediger speelde, wordt ze bij Engeland nu als aanvallende half gebruikt.
“Het is mijn nieuwe positie. Hiervoor speelde ik centraal achterin, maar hier ben ik nu half. Ze laten me behoorlijk op en neer rennen”, lachte ze.
Vijftien maanden niet kunnen spelen
Achter haar WK-debuut schuilt bovendien een bijzonder verhaal. Thompson stond lange tijd aan de kant en moest bijna vijftien maanden zonder hockey. Juist daarom probeerde ze ondanks de nederlaag tegen China ook stil te staan bij wat ze inmiddels had bereikt.
“Ik moet hier ook blij mee zijn. Ik ben ontzettend blij dat ik mijn eerste grote toernooi mag spelen. Dat is enorm”, aldus Thompson.
In het Wagener Stadion speelde ze als een van de grotere talenten een aantal jaar geleden met East Grinstead H.C. tijdens de EHL. Maar opnieuw in Amstelveen realiseerde ze zich pas hoe bijzonder haar aanwezigheid op het WK eigenlijk was.
“Als ik terugdenk aan deze periode vorig jaar: ik was bijna vijftien maanden uitgeschakeld. Alleen al dat ik hier nu ben, fit ben en kan rennen, voelt als een zegen. Ik had vandaag op het veld een moment waarop ik dacht: als ik dit een jaar geleden had kunnen zien, zou ik zo trots zijn geweest dat ik hier nu op een groot toernooi speel.”
Thompson behoort met zestien interlands bovendien tot de minst ervaren speelsters van de Engelse selectie. Het contrast met ploeggenote Anna Toman is groot. Zij vierde onlangs juist haar honderdste interland.
“Ik ben de minst ervaren speelster. Ik heb dus nog een lange weg te gaan”, zei Thompson met een glimlach.
Spanning verdween na eerste balcontacten
Dat haar eerste optreden op een WK iets met haar deed, merkte Thompson al voordat ze het veld opstapte. De zenuwen waren aanwezig, al maakten die tijdens de wedstrijd snel plaats voor het vertrouwde hockeygevoel.
„Er is absoluut een bepaald gevoel. Dat had ik bij mijn eerste interland, bij de WK-kwalificatie en bij mijn eerste thuiswedstrijd in de Pro League ook. Ik was vooraf een beetje nerveus, maar zodra je eenmaal speelt, vergeet je dat volledig. Het waren vooral zenuwen omdat ik ontzettend veel zin had om te beginnen.”
Ook spelen in het Wagener Stadion bevalt haar. Thompson kent het stadion al en geniet van de sfeer op de tribunes. „We houden ervan om voor publiek te spelen. Er zijn hier ook heel veel Engelse supporters en dat is geweldig.”
Eerst India, daarna misschien Oranje
Veel tijd om bij haar persoonlijke mijlpaal stil te staan, heeft Thompson niet. Engeland moet zich richten op het belangrijke duel met India. Ondanks de nederlaag tegen China gelooft ze nog volledig in de kansen van haar ploeg.
“Ik denk dat het mogelijk is. Sterker nog: ik denk dat het honderd procent mogelijk is. We hebben vandaag laten zien dat mensen niet aan ons moeten twijfelen. Wij kunnen echt een geweldig gevecht leveren.”
En mocht Engeland verder komen in het toernooi, dan is er één mogelijke tegenstander waar Thompson alvast enthousiast van wordt: Nederland.
“We spelen heel graag tegen Nederland”, zegt ze. „Dat zijn altijd ongelooflijke wedstrijden. We weten dat we dan ontzettend hard moeten vechten en juist dit team houdt daarvan. Iedereen geeft honderd procent. En hoe mooi zou het zijn om hier tegen het gastland te spelen? Dat zou een geweldige ervaring zijn.”

