Door Douwe de Vries
De hockeymannen van Jeroen Delmée zijn onttroond als Europees kampioen. Tegen gastland Duitsland werd in de finale, volgens de bondscoach zelf, de beste wedstrijd van het toernooi gespeeld. Toch waren het ‘Die Honamas’ die hun ultieme gram haalden in de shoot-outserie.
Een goed jaar na het ‘Telgenkamp-trauma’ was het nu de ploeg van André Hennig die wist te zegevieren. Een open wond, een trauma van het Duitse mannenhockey werd in het SparkassenPark enigszins gedicht en afgesloten. Vanuit het Oranje-kamp klonk vooral dat er van dit toernooi ‘veel is geleerd’.
Na afloop staat de altijd optimistische bondscoach Jeroen Delmée op herkenbare manier de pers te woord. Of het nou is op een achterafdinsdagmiddag tijdens het persmoment in Venlo, of luttele minuten na de verloren EK-finale, de Brabander is relaxt en neemt zijn groep in bescherming. Bij hem lijkt het glas immer halfvol. Ook na het shootout-demasqué tegen Duitsland. ,,Ik denk, eigenlijk, dat wij verder zijn dan Parijs. Ook hockeyend gezien. Het is goed voor deze ploeg dat ze weten hoe het is om een finale te verliezen. Dat een ‘streak’ zeker in het mannenhockey niet vanzelfsprekend is. Ze weten nu nog beter dat dit volgend jaar met het WK in eigen land, niet meer moet gebeuren,’’ zo benadrukt Delmée de positieve punten na de verloren finale. Ook al werd voor de Olympisch kampioen níets anders verwacht dan goud.

Achterafwoensdagmiddag in Venlo
Even terug naar die bewuste achterafwoensdagmiddag in Venlo. Tijdens de door de KNHB georganiseerde persdag zit Delmée er ontspannen bij. Twee jaar geleden begon hier zijn ‘weg naar het Parijse goud’. Destijds een veel belangrijkere prijs dan het Europees kampioenschap. Twee jaar later zijn de uitgangsposities heel anders. Oranje is de te kloppen ploeg geworden en wil zich blijven innoveren.
,,Waar we na de Spelen met name mee bezig zijn geweest, is ons positiespel in balbezit. En dan ook het spelen vanuit de laatste linie. Hoe kunnen we dwingender spelen, alleen al vanuit positionering? Verder zijn we erg bezig geweest met het samenspel van de spitsen.’’ Als voorbeeld noemt de bondscoach de dynamiek tussen Pieters en Bijen. Nadat Duco Telgenkamp zich had afgemeld voor het toernooi, moest er iets anders gebeuren in de voorste linie. Telgenkamp wordt door Delmée bestempeld als een pure spits. Die er in de wedstrijd vaak alleen is het voor het afmaken. Tijdens dit toernooi was er een iets dynamischere wisselwerking in de voorste linie. Het is slechts één voorbeeld van wat er anders is. En van wat er beter moet. Dat is simpelweg het lot van de gouden plak-winnaar: innoveren en de ‘jagers’ van je af zien te slaan.

Perfectionisme van de Olympisch kampioen
Oranje begon het toernooi voortvarender dan twee jaar geleden: het had zelfs drie punten meer dan in de succesvolle campagne van 2023, toen in de groepsfase een pijnlijke nederlaag (3-0) werd geleden tegen Duitsland. Deze editie werd de groep zwaarder ingeschat met Spanje en België: de toplanden uit de vorige Pro League-jaargang. Toch werden deze wedstrijden door de Oranjeheren verdienstelijk afgesloten met een respectievelijk 3-0 en 4-2 zege. De laatste pot tegen Oostenrijk mocht dan een formaliteit zijn: als eindstand stond 5-0 op het bord.
Door naar de knock-outfase. In het Oranje-kamp gold het sportcliché dat ‘het toernooi dan pas zou beginnen’. In de halve finale stond Oranje tegenover het Frankrijk van assistent Jeroen Hertzberger. De ‘eerste échte test’ voor Oranje verliep uiterst moeizaam. Maar net als bij de vrouwen is er een wapen waar simpelweg áltijd op kan worden teruggevallen: de strafcorner. Bij de heren is dat die met de ‘dubbel s’ van Jip Janssen. Tegen Frankrijk pushte hij Oranje hoogstpersoonlijk naar de finale.
Ondanks de winst was er dat perfectionisme van de Olympisch kampioen. Na afloop zei de reactie van Rotterdam-aanvaller Tjep Hoedemakers veel: ,,Er heerst binnen het team best wat frustratie dat we zo’n moeizame pot op de mat leggen.’’ Daaraan toevoegend: ,,We moeten gewoon trots zijn en niet arrogant doen dat het ‘maar’ Frankrijk is. Alle vorige potten, behalve tegen Oostenrijk, startten we wat matig. Vandaag moesten we uit de startblokken vliegen. En dat deden we. Maar zeker na de snelle goal in kwart drie speelden we echt slecht. Het oogde bijna een beetje arrogant: we zijn er al. Dan zie je dat de Fransen terugkomen in die pot. Dat moeten we kritisch bekijken.’’

Flashbacks naar 8 augustus 2024
Daarmee sloeg Hoedemakers een spijker op de hockeykop. Oranje begon steeds wat ‘laconiek’ en ‘niet-scherp’ aan de wedstrijden. Hoe anders was dat in de finale. Duitsland werd vanaf het begin overrompeld. Het was een klein wonder dat Nederland ‘pas’ tegen het einde van het tweede kwart op voorsprong kwam, dankzij uitgerekend een strafcorner die niet werd genomen door de specialist met ‘dubbel s’. Maar net als in Parijs wist Duitsland toch de gelijkmaker te produceren in Q4. Wéér shoot-outs. Veel Duitse hockeyfans kregen flashbacks naar 8 augustus 2024.
Duitsland rekende in het SparkassenPark verrassend genoeg af met hun hockeytrauma. Voor Oranje zat het er nooit in, tijdens deze shoot-outserie. Jip Janssen na afloop: ,,Je verliest hem doordat je de eerste mist. Wat er nu misging ten opzichte van de vorige keer? Ik denk dat we een aantal dingen heel goed hebben gedaan. Bij de eerste twee shoot-outs neemt Derk goed het initiatief. Complimenten aan Duitsland hoe zij daarmee zijn omgegaan. Eigenlijk verliezen ze de bal, maar ze reageren dusdanig goed dat ze hem weer heroveren.’’
Tactische termen en coachpraatjes
Deze analyse staat symbool voor het hele toernooi van Oranje. De innoverende ploeg deed veel dingen goed, het leerde ervan, maar wist dat nooit echt om te zetten naar ‘zakelijke’ wedstrijden en resultaten. Keiharde resultaten die enkel gelden in de topsport.
Delmée stond, relaxt als altijd, de pers te woord na afloop van een voor hem zeldzaam verloren finale. Hij benadrukte: ,,We hebben onze beste wedstrijd van het toernooi gespeeld.’’ Daar voegde hij vrijwel direct aan toe: ,,Dat kan ik wel zeggen, maar er is maar één statistiek die telt: hoeveel ballen er tegen het netje gaan. Je moet je bedenken dat wij pas sinds juni weer helemaal bij elkaar zijn. Als je ziet wat voor stappen wij hebben gezet in die paar maanden… Er zit nog steeds heel veel rek in dit team. Hockeyend gezien zijn wij verder dan een jaar geleden. Ook qua dominantie aan de bal.’’
Het zijn coachtermen waar een landenoefenmeester zich natuurlijk maar al te graag aan vasthoudt. Maar wat heb je aan deze tactische termen en coachpraatjes als je met een teleurstellende zilveren plak naar huis gaat?


