Top 5 deze week

Tussen topsport en duurzaamheid: hoe duurzaam wordt het WK hockey echt?

Deze zomer vindt het WK hockey plaats in het Wagener Stadion in Amsterdam, waar zestien teams van 15 tot en met 30 augustus strijden om de wereldtitel. De KNHB heeft als doel het toernooi duurzamer te organiseren en doet dat onder begeleiding van het Versnellingsprogramma Duurzaamheid en Circulaire Topsportevenementen. Volgens dit programma is de meeste winst te behalen bij de bezoekersmobiliteit. Hoeveel effect de maatregelen uiteindelijk hebben, kan de KNHB vooraf nog niet bewijzen.

Het Versnellingsprogramma valt onder het Coördinatie- en Informatiepunt Topsportevenementen (CIT), een samenwerking van VWS, VSG en NOC*NSF ontstaan uit het Sportakkoord. Daarin werd de behoefte uitgesproken om sportevenementen te verduurzamen. Ruben Dubelaar, programmamanager en oprichter Green Wave, ontwikkelde daarvoor het Versnellingsprogramma Duurzame en Circulaire Topsportevenementen. De aangesloten evenementen delen hun kennis, zodat het wiel niet telkens opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Het WK 2026 is voor de KNHB de nulmeting; de mate van verduurzaming per maatregel wordt voor het eerst goed bijgehouden.

‘We kijken daarbij ook veel naar de festivalwereld,’ vertelt Dubelaar. ‘Een festival lijkt in veel opzichten op een sportevenement: mensen moeten eten, drinken, reizen en tijdelijk ergens verblijven.’ Door bij festivals te kijken naar de grootste vervuilende aspecten, is er een footprint ontstaan. Daar staan vijf onderdelen in die het meest vervuilen: water, energie, mobiliteit, materialen, voedsel en catering.

Bezoekersmobiliteit zorgt voor de meeste uitstoot

Uit de monitor van het versnellingsprogramma blijkt dat de bezoekersmobiliteit de grootste bron van uitstoot is, ongeveer 45 procent van de totale CO₂-uitstoot van een evenement. Daarom ligt bij de KNHB de nadruk op de bezoekersmobiliteit.

Elke dag worden 10.000 toeschouwers in het Wagener Stadion verwacht. Hier ligt dan ook de grootste uitdaging. ‘Daar is de meeste winst te behalen,’ vertelt Stefan Moes, medewerker evenementen bij de KNHB.

Het openbaar vervoer wordt daarom flink gepromoot en verbeterd. Nu rijden er elk uur twee bussen van en naar station Amsterdam-Zuid na een Nederland wedstrijd. Volgens de KNHB is dat onvoldoende voor een internationaal toernooi. Dit wordt tijdens het WK geïntensiveerd door meer bussen in te zetten en die zichtbaar te maken in de OV-apps.

Naast de extra bussen is er met de NS gekeken naar het opschalen van OV-fietsen, zodat bezoekers het laatste stuk met de fiets kunnen afleggen. Tijdens het WK moeten daarom ongeveer 500 OV-fietsen beschikbaar zijn op Amsterdam-Zuid.

Het probleem blijft dat de bond niet kan verplichten hoe toeschouwers naar het toernooi reizen.

Auto minder aantrekkelijk

De KNHB wil bezoekers minder met de auto laten komen, door te laten zien dat het minder aantrekkelijk is dan reizen met het ov. De bond maakt duidelijk dat auto’s niet geparkeerd kunnen worden in de buurt van het complex, daarom duurt de reis langer. ‘Als je met de auto komt, tel dan nog een half uur bij je reis op,’ vertelt Moes. ‘Je zit nog een kwartier in de pendelbus. En je moet nog ongeveer tien minuten lopen naar het complex.’

Volgens Dubelaar moeten duurzame maatregelen even aantrekkelijk zijn als met de auto gaan. Van andere evenementen herkent hij dat bezoekers vaak kiezen voor gemak. Daarom kon de bond bezoekers sturen met het ov te reizen door minder parkeertickets te verkopen. Bezoekers worden automatisch gestuurd om met het openbaar vervoer te reizen. Dubelaar nuanceert: ‘Op het moment dat de parkeertickets in de verkoop gingen, was het WK nog niet aangesloten bij het versnellingsprogramma. Hierdoor zijn al veel parkeertickets verkocht.’

Gedragsverandering

Volgens Dubelaar is de grootste uitdaging het gedrag van bezoekers. ‘Mensen kiezen vaak gewoon voor de makkelijkste optie,’ vertelt Dubelaar. De KNHB probeert daarom om duurzame keuzes aantrekkelijker te maken, maar hoeveel mensen daar gebruik van maken, weet de bond niet.

De KNHB heeft ook een clubactie opgezet, waarmee clubs worden gestimuleerd om gezamenlijk vanaf de vereniging naar het toernooi te reizen. Gemiddeld stoot een touringbus minder uit dan reizen met de auto. Volgens Koninklijk Nederlands Vervoer vervangt een volle bus tussen de 30 en 50 persoonsauto’s. Naast deze milieuwinst stopt de bus dicht bij de ingang van het complex en ‘het feest begint al op de club,’ vertelt Moes. De KNHB kan niet dwingen hoe bezoekers naar het toernooi komen maar wel aansturen. Dubelaar ziet bij andere evenementen dat het bezoekersgedrag kan veranderen. Bij de Dutch

Grand Prix reisden bijna alle toeschouwers met het openbaar vervoer naar het circuit, omdat de baan nauwelijks te bereiken was met de auto.

Waterverbruik tijdens het WK

Hoewel de bezoekersmobiliteit de grootste vervuiler is, treft de KNHB ook maatregelen rond water- en energieverbruik, al is de impact hiervan kleiner.

Voor het watergebruik zijn meerdere oplossingen bedacht. Het sproeien van een waterveld kost tussen de 6.000 en 9.000 liter water per sproeibeurt, tijdens een wedstrijd wordt er minimaal een keer gesproeid. Dit wordt vaak gedaan met grondwater soms ook met drinkwater. Dat wil de KNHB zoveel mogelijk beperken door extra watertanks te plaatsen bij het stadion en daar water op te vangen. Hiermee wordt de totale capaciteit verdubbeld naar 80 kuub water. Het regenwater van het stadiondak wordt hierin opgeslagen, net als het water dat via drainage door het veld komt. ‘Uiteraard zitten daar zand- en UV-filters tussen om te zorgen dat het water van goede kwaliteit is,’ vertelt Chantal Mies, duurzaamheidsmanager KNHB. ‘Waardoor we het water opnieuw kunnen gebruiken voor het sproeien van het veld tijdens het WK.’

Uit onderzoek van de waterleverancier wordt 20 tot 25 procent van het water op evenementen al gebruikt voor de start, bijvoorbeeld voor het testen en doorspoelen van leidingen. Dit water wordt ook opgevangen en hergebruikt voor het sproeien.

Hockey blijft afhankelijk van water. De Internationale Hockeybond (FIH) wilde internationale toernooien spelen op waterloze velden, waardoor het sproeien wordt ontnomen. Die overstap is uitgesteld omdat de velden nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn. ‘Je kan niet tijdens het WK landen voor het eerst op zo’n veld laten spelen,’ zegt Mies. Voorlopig blijft de FIH vasthouden aan de watervelden op het hoogste niveau.

Duurzame accu’s

Ook de energievoorziening van het WK wordt zo duurzaam mogelijk gemaakt. Daarom haalt de KNHB zoveel mogelijk stroom uit een accu, die aangesloten is op een evenementaansluiting. Dit is duurzamer dan een aggregaat, volgens acculeverancier Accu’t verbruikt een batterij 85 procent minder uitstoot. Omdat het toernooi op stroom draait wordt er voor noodgevallen wel een aggregaat geplaatst, die aanspringt tijdens piekbelasting. ‘We gebruiken hiervoor de meest schone brandstof die er is, maar hij springt alleen aan op het moment dat de accu het niet aankan,’ vertelt Moes. Dus het toernooi kan voorlopig nog niet op zonder fossiele brandstof draaien.

Materiaal en afval

De KNHB probeert het materiaalgebruik tijdens het toernooi te beperken. Banners en doeken worden zoveel mogelijk ontworpen zonder jaartallen, hierdoor kunnen ze bij een volgend toernooi opnieuw worden gebruikt. Ook worden ze zoveel mogelijk gemaakt van gerecycled

materiaal. De stukken doek die niet hergebruikt kunnen worden, worden opgehaald door de leverancier van de doeken om de stukken te verwerken tot een nieuw eindproduct.

Ook kijkt de KNHB naar de mogelijkheid van herbruikbare bekers. Deze zijn na meerdere gebruiksdagen duurzamer dan wegwerpvarianten.

Wat de KNHB al eerder deed, was het scheiden van afval. Door afval te scheiden vermindert de CO₂-uitstoot. Hoeveel effect deze maatregelen hebben, moet nog blijken uit de monitor.

Duurzaam toernooi

Hoe duurzaam het WK wordt georganiseerd, moet nog blijken uit verzamelde gegevens. Het versnellingsprogramma en de KNHB houden alle gegevens bij over bezoekersstromen, afvalverwerking, energieverbruik en gereden kilometers.

Daarmee houdt de KNHB voor het eerst concreet bij hoe duurzaam de maatregelen zijn. Hierdoor zijn er nog geen vergelijkbare cijfers beschikbaar met eerdere internationale toernooien. Volgens Mies is het wel belangrijk om de gegevens goed bij te houden, om volgende evenementen te kunnen verbeteren.

Een volledig duurzaam toernooi is het WK nog niet. ‘Het duurzaamste evenement is geen evenement,’ vertelt Moes. ‘Maar je kan wel duurzamere keuzes maken.’

Het WK hockey laat zien dat de sportwereld wil verduurzamen, maar dat is lastig, omdat de bond ook afhankelijk is van gedragsverandering.

Populaire Artikelen