Top 5 deze week

Tussen topsport en duurzaamheid: waarom hockey nog niet zonder water kan

Een klassiek waterveld gebruikt jaarlijks tussen de 3,5 en 5 miljoen liter water. Tijdens een wedstrijddag wordt er gemiddeld acht keer gesproeid. Hockey wil verduurzamen en minder water gebruiken. Daarom ontwikkelden veldleveranciers waterloze velden. Oorspronkelijk wilde de Internationale Hockeybond (FIH) het WK van aankomende zomer op deze velden spelen, dat gaat niet meer door. De velden zijn officieel goedgekeurd, maar nog niet voor het hoogste internationale niveau. Waardoor komt dat? En wanneer gaat dit wel gebeuren?

Het verduurzamen van hockeyvelden sluit aan bij een grotere ambitie van de hockeysector om internationale toernooien milieuvriendelijk te organiseren.
In 2018 stelde de FIH de wens om de waterintensiteit van internationale toernooien te beperken. Met deze wens begonnen veldleveranciers met het ontwikkelen van velden zonder watergebruik, maar met de speeleigenschappen van een klassiek waterveld. Greenfields ontwikkelde onder moederbedrijf TenCate Grass de eerste pilot van het droogveld. ‘Uiteindelijk werd in 2023 bij MHC Weesp het eerste waterloze veld aangelegd,’ vertelt Chantal Mies, duurzaamheidsmanager bij de KNHB.
In eerste instantie wilde de FIH de Olympische Spelen 2024 op waterloze velden spelen. Door de coronaperiode liep het ontwikkelingsproces vertraging op en kwamen de Spelen te vroeg. Daarom werd de wens vooruitgeschoven naar het aankomende WK.

Geen waterloze velden dit WK


Waterloze velden zijn al goedgekeurd door de FIH, maar tijdens het WK hockey5’s in 2024 in Oman bleek dat de spelers het veld nog niet helemaal hadden geaccepteerd. Het toernooi werd gespeeld op een variant van het waterloze veld in Weesp, maar geproduceerd door een andere fabrikant dan Greenfields. Tijdens het toernooi bleek de ontwikkeling op globaal niveau nog niet ver genoeg te zijn. Niet alle landen hebben een waterloos veld, waardoor niet alle spelers ervaring hebben op dit veld. Hierdoor ontstaan oneerlijke kansen tussen landen. ‘Je moet landen ook de kans geven om op zo’n veld te trainen en een wedstrijd te spelen,’

vertelt Mies.
Spelers hebben de tijd nodig om aan het nieuwe type veld te wennen; dat kan niet pas bij internationale toernooien. Daarom werd het besluit genomen om het WK 2026 niet op de waterloze velden te spelen.

Blessurerisico


Inmiddels ligt het veld drie jaar bij MHC Weesp en zijn veel hockeyers eraan gewend geraakt, maar dat was niet altijd zo. ‘Alles wat nieuw is, vinden mensen eng,’ vertelt Koen Bos, technisch coördinator jeugd bij MHC Weesp. Hierdoor was er een angst voor de waterloze velden. Spelers wisten niet wat ze konden verwachten en waren bang voor blessures of technische beperkingen. Pas nadat ze het veld hadden ervaren, nam de spanning af.
De angsten bleken onnodig te zijn. Het blessurerisico is niet hoger dan op een waterveld. ‘Het veld is sporttechnisch en biomechanisch ontwikkeld op de atleet, waardoor het blessurerisico laag is,’ vertelt Matthijs Verhoef, salesmanager hockey CSC sport.
In de drie jaar dat het veld in Weesp ligt, heeft Bos nooit zware blessures door het veld meegemaakt. De enige klacht die hij hoort, is de last op de knieën bij oudere spelers. Volgens Bos komt dit door de extra grip van het veld. ‘Als het veld door regen nat is, speelt het sneller dan een waterveld. Terwijl het veld stroever is als het droog is,’ legt Bos uit. Spelers moeten zich aanpassen aan de weersomstandigheden van het veld. ‘Dat zou je kunnen doen in schoenzolen, net als dat voetballers dat doen per type veld,’ vertelt Verhoef.

De zoektocht naar het ideale droogveld


Het waterveld staat bekend om de hoge speelsnelheid en het technische spel. Het speelt makkelijker dan een zandveld met meer 3D-hockey, lifts en wipballen. Dit is daarom lastig volledig te vervangen. Met het waterloze veld wordt een duurzamer alternatief ontwikkeld, maar met zoveel mogelijk dezelfde speeleigenschappen. Inmiddels zijn er 63 verschillende producten op de markt. Het hockey5’s WK in Oman werd gespeeld op een veld met een klassieke grasspriet, vergelijkbaar met een waterveld. De pilot bij MHC Weesp is ontworpen met een doorgeluste vezel in plaats van afgeknipte grassprieten. Het veld voelt als ‘een bolletje garen’. Hierdoor wordt het contact met het veld kleiner en voelt het veld stroever dan een klassiek waterveld. ‘Ik vind het een goed veld. Een waterveld is het niet, maar dat is ook niet te evenaren,’ begint Bos. ‘Hockeytechnisch vinden we het wel op elkaar lijken, misschien iets minder 3D-hockey en fysiek is het iets zwaarder voor je knieën.’
Veldleveranciers zijn nog bezig om de grip en speelsnelheid te verbeteren. Een waterveld is dus niet te evenaren, maar het was ook niet de bedoeling om dat te vervangen. Het waterloze veld is een nieuw type veld met eigen eigenschappen.

Een nieuw soort hockey


Volgens Bos is de grootste uitdaging het veranderen van de meningen over het veld. Spelers kunnen pas een eerlijke mening vormen als ze het ervaren hebben. Tophockeyers doen dit minder snel, omdat zij verplicht zijn om op een waterveld te spelen.
De grootste weerstand rondom het veld kwam van de oudere hockeyers. Zij passen zich minder makkelijk aan dan de jeugd. ‘Als we dan vragen wat ze van het veld vonden. Dan heeft de jeugd vaak niet eens door dat het een ander veld is,’ vertelt Verhoef.


Dit aanpassingsvermogen herkent Mies van het voetbal. ‘Toen wij van natuurgras naar kunstgras gingen, was er veel weerstand van mensen die het gevaarlijk vonden.’ De verandering van de mening kost tijd. Het is hiervoor belangrijk dat hockeyers het ervaren door erop te spelen. Daarom stimuleert CSC Sport verenigingen om ook waterloze velden aan te leggen.


Hockeyers zullen er meer mee te maken krijgen; in Nederland liggen ongeveer 30 droogvelden. ‘Je ziet dat het droge veld langzaam omarmd gaat worden,’ vertelt Mies.

Nederland loopt voor


De FIH heeft als doel om ongeveer 2.000 watervelden te vervangen door droogvelden. Naar schatting wordt er dan jaarlijks 7,6 miljard liter water bespaard.
Nederland heeft hiervoor de pilot in Weesp en is de bakermat met 30 waterloze velden. Verspreid over de hele wereld liggen ongeveer twintig waterloze velden, voornamelijk in Europa. Dat is opvallend, omdat de velden zijn ontwikkeld voor de landen die met waterschaarste kampen.
Nederland loopt hierin voor, doordat er meer ruimte is voor het aanleggen van dit type velden. Verenigingen hebben meerdere velden, waardoor ze niet meteen het hoofdveld hoeven te vervangen. In het buitenland is dat vaak wel zo; daardoor is het minder aantrekkelijk om zo’n veld aan te leggen.
Ook gemeenten stimuleren de aanleg van waterloze velden door die wel te financieren, in tegenstelling tot watervelden.

Wanneer wel waterloze velden?


Voorlopig mogen landen zelf bepalen op welk niveau de velden worden bespeeld. Dit geldt niet voor internationale toernooien. De FIH beslist welk type veld voldoet voor het hoogste niveau. Hiervoor werkt de bond aan een nieuwe categorie: ‘global non-irrigated’. Als een product voldoet aan de eisen van die categorie, komt het op de lijst en kan het wereldwijd op het hoogste niveau gebruikt worden. Wanneer dit is, is nog onduidelijk. Hoe snel die ontwikkeling gaat, is afhankelijk van de acceptatie door spelers en keuzes van de FIH. Inmiddels heeft de FIH bevestigd dat ook de Olympische Spelen 2028 in Los Angeles op watervelden worden gespeeld.

Kunstgras moet circulair worden


Naast dat de velden per jaar 3,5 tot 5 miljoen liter water besparen, lijken ze ook een langere levensduur te hebben. Een klassiek waterveld moet na ongeveer tien jaar vervangen worden. Via testen met een machine met noppenrollen kunnen producenten tien jaar gebruik simuleren. ‘Er draait een schijf honderdduizend keer over zo’n veld heen en weer en dat simuleert dan zoveel jaar betreding,’ legt Verhoef uit. ‘Als je simuleert dat het veld tien jaar is gebruikt, dan is die vezel eigenlijk nog niet klaar.’ Dat is een positief vooruitzicht, maar de tijd zal uitwijzen of het in de praktijk ook zo is.

Hoewel waterloze velden veel water besparen, is het gebruik van kunstgras niet duurzaam. Bij een hockeyveld komt veel microplastic los door betreding en de aanleg kost veel fossiele brandstoffen. In welke mate dit is, is afhankelijk van het systeem en onderhoud.
CSC Sport en Greenfields willen daarom het kunstgras zo circulair mogelijk maken. Dat is ingewikkeld, omdat een kunstgrasveld nu is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen: glasvezeldoek, latex en kunststofvezels. De lagen zijn versmolten met elkaar, waardoor het lastig te recyclen is.

Ook onderzoekt de veldleverancier manieren waardoor water beter op het veld blijft liggen, bijvoorbeeld door meer vezels te tuften. Daarnaast wordt er gewerkt aan duurzamere sproeisystemen, zoals het sproeien met opgevangen regenwater.
Voorlopig blijft het waterveld op het hoogste niveau de norm. Steeds meer verenigingen leggen waterloze velden aan. De vraag is niet of tophockey gaat veranderen, maar wanneer.

Populaire Artikelen