Er komt na deze zomer dan toch echt een einde aan het ‘Koen Suyk-tijdperk’. Menig hockeyvolger zag de enthousiaste Haarlemmer langs het (Bloemendaalse) veld staan, met altijd zijn telelens in de aanslag voor de mooiste platen. Alle reden voor een gesprek met de fotograaf over de ‘Koen Suyk-methode’. Dit terwijl hij tegelijkertijd zegt: ‘De échte ‘Koen Suyk-foto’? Die bestaat denk ik niet.’
Een specifieke opleiding tot (sport)fotograaf volgde hij overigens niet. Suyk was vijftien jaar oud toen hij met wat vrienden lid werd van een fotoclub in Heemstede. Daarna rolde hij min of meer per toeval in het vak. Het begon met een advertentie in de krant: ‘Leerling fotojournalist gezocht’. Ik vertelde in mijn reactie dat ik naar de Kunstacademie zou gaan, dus hield het op. Toch vroegen ze me om langs te komen. Ik voerde een opdracht goed uit en vervolgens ging het rollen.’’
Hij werkte jarenlang voor toonaangevende opdrachtgevers, zoals het ANP. Maar zijn leukste tijd als (sport)fotograaf ervaarde hij als zelfstandige. Hij belandde nóg meer in het ‘hockeyfotowereldje’. Toen ik in 2010 bij het ANP weg moest vanwege een reorganisatie, ging ik freelancen. Ik benaderde de hockeybond, want sportfotografie vond ik het allerleukste om te doen. Waarom? Ik heb een tijd ook Tweede Kamer-foto’s gemaakt en dat was veel van hetzelfde…’’
Bloemendaal ‘zijn cluppie’
Bloemendaal was, en is, Suyk ‘zijn cluppie’. Maandagochtend gaan we altijd met een vast clubje mannen en vrouwen klussen. Op donderdag maai ik de velden. Dat doe ik al tien jaar. Het komt zo: vroeger hockeyde ik weliswaar bij Rood-Wit, maar mijn vrouw bij Bloemendaal. Al mijn kinderen en kleinkinderen gingen daar zodoende ook hockeyen. Bloemendaal is echt een gezellige familieclub; absoluut geen kakkersclub zoals vaker wordt gezegd.’’
Er zijn hele generaties Bloemendaal-spelers, die hun carrière vastgelegd hebben zien worden door Suyk. ,,Ik heb dit 52 jaar gedaan voor de kostwinning. Of ik dat van tevoren had verwacht? Nee, eigenlijk niet, want ik voelde me ook niet altijd een persfotograaf. Je boterham hiermee verdienen, is niet velen gegeven.’’
Of hij de sport- en hockeyfotografie wezenlijk heeft zien veranderen in die jaren? ,,Zeker. En dat komt vooral door de evolutie van het spel. Bovendien kwamen er meer professionele fotografen rond het veld bij belangrijke wedstrijden. Daarnaast gaan ballen tegenwoordig veel harder. Die backhands die voorlangs gaan, zijn voor fotografen echt gevaarlijk.’’

Perfecte (sport)foto?
Suyk zelf evolueerde eveneens als fotograaf. Hij ging mee in de veranderingen van het vak. ,,Er is natuurlijk een sociale mediatijdperk ontstaan in de loop der jaren. In principe kan iedereen zich nu fotograaf noemen, ook met een smartphone. Maar er zijn vanuit professioneel oogpunt wel bepaalde standaarden. Gevoelsmatigheid is eveneens een belangrijke factor in dit vak. Wat nou écht de perfecte (sport)foto is? Dat vind ik lastig te zeggen.’’
Daarmee beantwoordt hij meteen de vraag over de ‘perfecte Koen Suyk-foto’. Ik denk niet dat die per se bestaat. Ook daar heb je weer heel veel te maken met gevoel. Natuurlijk zijn er wel platen waar ik extra trots op ben. Neem die foto van Alex Danson op het EK 2015, de karakteristieke duik. Die kreeg de tweede prijs bij de ‘Canon Zilveren Camera’ en werd eerste bij de verkiezing ‘NSP-sportfoto van het jaar’. Ik ben door de Engelse pers nog benaderd om interviews te geven over die plaat.’’ Maar of die plaat ‘typisch Suyk’ is… Nee, je krijgt niet de indruk dat de succesvolle maker dat wil bevestigen. En kán bevestigen. Hij rolde immers per toeval in dit aparte werkveld. Een werkveld dat hem geen windeieren heeft gelegd.

