Met de kop boven het maaiveld uit is geen onbekend terrein voor Duco Telgenkamp. ,,Ik probeer gewoon een leuke vent te zijn, niet onaardig naar andere mensen. Maar een knuffelbeer ga ik nooit worden.” Het gaat voor hem om balanceren tussen obsessie en een normaal leven.
Toen hij tien was, keek Telgenkamp bij zijn opa en oma thuis naar de Olympische finale van 2012, in Londen. ,,Nederland-Duitsland. Er was een soort instant liefde voor hockey. De dagen daarna stond ik ‘s ochtends eerder op zodat ik voor school alle wedstrijden die al eerder in het toernooi gespeeld waren, kon terugkijken. Ik vond het zo mooi hoe sommige jongens aan het hockeyen waren. Toen zei ik tegen mezelf: dit wil ik ook. De Olympische Spelen spelen en de finale winnen.”

Een mooie droom, toch?
,,Voor mij was het geen droom, maar een heel duidelijk een doel. Ik voelde gewoon: dit gaat gebeuren, het moet zo zijn. Heel tastbaar voelde het. Elke keer als ik aan het trainen was, al was ik nog tien, elf of twaalf, dan had ik die gedachte in mijn hoofd.”
Het sporten begon voor Telgenkamp overigens niet met hockey, maar op zijn zesde met voetbal. “Dat vond ik zo saai! Daar speelden we vooral spelletjes. Terwijl bij de hockeyclub die ernaast zat, kinderen gelijk in de weer gingen met de bal en op zaterdag wedstrijdjes spelen. Ik vond dat meteen hartstikke leuk.” Hoewel zijn ouders beide als kind hebben gehockeyd, is het Telgenkamp-nest geen typisch hockeygezin. ,,Nee, niet in die zin dat ik elke zondag op een club rondliep waar mijn ouders speelden. We waren geen sportminded gezin. Mijn vader en moeder waren allebei veel aan het werk.”

Wat voor gezin was het wel?
,,Wij noemen het altijd feisty. Intens genieten, intens ruzie maken en intense grappen maken over elkaar. Een heel passievol gezin. Ik ben de oudste, mijn broertje is achttien en mijn zusje 22. Zij vinden veel verschillende dingen leuk om te doen. Ik ook, maar ik heb meer focus. En zij zijn meer groepsmensen, daar verschillen we ook in.”
Het is die focus die Telgenkamp uiteindelijk in sneltreinvaart vanaf de bank bij zijn opa en oma naar de top van het hockey brengt. ,,Maar tot mijn twintigste kende niemand me nog hè? Ik was bij HDM niet de beste speler. Ik wilde graag, werkte hard en wist dat het in me zat. Maar het moest nog wel een keer echt klikken.”
Het verhaal van toen dat eenmaal gebeurde, is bekend: Telgenkamp werd met Oranje Europees kampioen in 2023 en topscorer van dat toernooi in Mönchengladbach, landskampioen met Kampong en natuurlijk Olympisch kampioen in Parijs. ,,Een heel bijzondere periode, waar ik veel van heb geleerd. Hoe functioneer je in een team, terwijl je zorgt dat je ook dichtbij jezelf blijft? Het was best moeilijk, met een hele groep om je heen die hetzelfde denken, uit dezelfde omgeving komen en dan komt er ineens een heel aparte gozer bij. Met een andere kijk, andere vrienden en een andere jeugd. Ik wist dat ik anders was, dus dan moet je zorgen dat je erbij past.”
Hoe doe je dat?
,,Ik heb daar veel over nagedacht, maar uiteindelijk is het simpeler dan je eerst denkt. Je moet hard je best doen, goed zijn op het veld en lief zijn voor de mensen om je heen. Investeren in een babbel, vragen hoe het gaat en ook oprecht geïnteresseerd zijn in de ander. Daarmee vorm je een band en bouw je credits op voor als het een keer minder gaat. Dat geldt niet alleen voor mijzelf, maar voor het hele team.
Als je dan een keer een verkeerd shirt aan hebt of de bidons bent vergeten of weet ik veel wat, dan is het oké. We hebben allemaal eigenschappen die anderen niet hebben. Het positieve van mijzelf vind ik die hyperfocus die ik kan hebben op één specifiek doel. Ik doe alsof het er al is en heb dan oogkleppen op. Dan beleef ik het zo intens, alsof het leven of dood is. Ik vind dat iets positiefs. Het is heel Nederlands om dan te zeggen van: ‘het is maar een spelletje’.”
Daaruit klinkt dan toch weer een zekere hardheid…
,,Ik denk ook niet dat teamgenoten mij als lief en aardig zouden omschrijven. Dat is dan misschien gewoon zo. Ik probeer gewoon een leuke vent te zijn en niet onaardig tegen anderen. Ik ben opener geworden door de jaren heen, warmer. Maar een knuffelbeer ga ik nooit worden.”
Hij wordt sinds zijn doorbraak vaker aangesproken. ,,Bijvoorbeeld als ik met mijn vriendin uit eten ben. Dan komen er mensen naar onze tafel voor een foto. Dat vind ik alleen maar leuk. Ik heb er meer moeite mee dat mensen soms hun oordeel al klaar hebben voor ze me überhaupt kennen. Dat ze me op een bepaalde manier zien. Maar ik ben daar niet veel mee bezig hoor. Ik doe lekker mijn ding, zit weinig op social media, kijk voetbal en boksen en spreek af met mijn vriendin of familie.”
Begin vorig jaar gelaste je een interlandpauze in. Geen Pro League wedstrijden en ook niet mee naar het EK. Je hebt het allerhoogste zo snel al bereikt. Zie je jezelf eigenlijk wel weer op de Olympische Spelen van 2028?
,,Dat zou ik heel mooi vinden. Ik kan me wel voorstellen dat mensen soms denken, ‘wil hij het nog wel?’ Ik had daar laatst een mooi gesprek over met Moritz Fürste, de Duitse oud-international. Die had vrij jong echt alles al gewonnen (Fürste won bijvoorbeeld die Olympische finale van Londen in 2012, red.), en zei: ‘Als ik alleen zou spelen voor het behalen van prijzen, dan zou ik allang gestopt zijn’.
Hij vond een trigger bij zichzelf die veel verder gaat dan dat. Ik merkte dat bij mezelf ook al snel. Na de Spelen dacht ik, ‘oké, top, het is gelukt, blij mee’, maar iets in je weet dat er nog meer in zit. Het is nog niet voldaan. Het scoren van doelpunten, beter willen worden, samen ergens naar toe werken en winnen, dat vind ik nog veel mooier.
We hebben het nooit over die laatste shoot-out van mij in Parijs of over hoe mooi die gouden plak is. Het enige waar we het over hebben, is het feest van die laatste avond, de trainingen waarop we met z’n allen rondjes renden en hoe we elkaar erdoorheen sleepten. Daar doe je het voor. Je moet winnen om die band zo concreet te maken, maar ik herinner me vooral het moment dat we in de kleedkamer waren om ons klaar te maken voor de ceremonie en dat we elkaar aankeken en wisten: we hebben het geflikt, samen. Ik heb jouw droom verwezenlijkt en jij de mijne.”

Na de zomer stap je over van Kampong naar Amsterdam. Wat maakt dit het juiste moment daarvoor?
,,Ik had bij Kampong al aangegeven dat ik verder wilde zoeken. Vanochtend bijvoorbeeld, dan kom ik vanuit Den Haag en heb ik anderhalf uur in de auto gezeten om te komen trainen. Na een paar van zulke ritten begin je je wel af te vragen of dat nog handig is.”
Het is collega-international en aanvoerder van Amsterdam Floris Middendorp die het vuurtje aanwakkert, tijdens een wedstrijd. ,,Hij stond rechtshalf, ik links, dus we kwamen elkaar tegen op het veld, toen hij op een gegeven moment zei: ‘Volgens mij moet jij lekker bij ons komen spelen’. Ik moest lachen, maar hij meende het. Dat zette me aan het denken en daarna heb ik fijne gesprekken gehad bij Amsterdam. Over hoe het team daar nu is en hoe ze het zien. Er zit een andere dynamiek in dan bij Kampong, veel jonge jongens van mijn leeftijd. Ik wil graag een volgende stap maken, meer leiderschap pakken. Het geeft mij een nieuwe prikkel om weer gas te geven.”
Het is dus zeker geen keuze die uit puur praktische overwegingen is gemaakt, verduidelijkt Telgenkamp. Maar het is wel een bijkomend voordeel. Hij woont al een tijdje in Amsterdam, zijn bedrijf – streamingsdienst Revived – runt hij vanuit Den Haag. ,,Dat ondernemende heb ik van m’n pa. Hij zit in de huizenmarkt en is echt een vechter. Het is mooi om te zien. Als hij iets wil, gebeurt het. Zonder dat hij mensen naar zijn hand zet of zo, meer: harder werken dan anderen.”
De gelijkenis is inderdaad duidelijk, maar met zijn streamingsdienst richt Telgenkamp zich op mentale en fysieke gezondheid. ,,De cijfers op het gebied van slechte mentale gezondheid zijn heel hoog. Bij jongeren nog meer dan ouderen, dus er komt nog een grote golf aan. Ik vind het belangrijk om de juiste informatie te leveren. Het hoeft echt niet met zweterige types, de hele dag fruitsuikers en allemaal soorten yogaklassen. Hoewel ik yoga top vind trouwens. Maar het kan ook op een nuchtere manier. Met elkaar praten, daar heeft iedereen baat bij.”

Waarom gaat dat je nou zo aan het hart?
,,Ik heb er na de Spelen ook last van gehad. Iedereen heeft zijn eigen bagage, maar dat weet je niet van elkaar. Ik heb me best alleen gevoeld. Eerder ook al wel, toen ik voor de derde keer afviel bij Nederland onder 16. Dan denk je, ‘nou, dit ga ik nooit meer halen’. Het gaat erom hoe je daar bovenop komt en ik denk dat het belangrijk is om daar meer eigenaarschap in te pakken. Het besef en geloof hebben dat je er echt iets van kunt maken, dat is het ‘m voor mij.”
Daaruit volgt duidelijk ook de bevlogenheid waar Telgenkamp om bekend staat. Het is geen arrogantie, het is de passie en doelmatigheid op een stoïcijnse manier die bij hem hoort, met ondertussen ook een zekere poten-in-de-klei mentaliteit. ,,Of ik nog wel eens onder de indruk van iets ben? Poeh, dat is een moeilijke vraag. Ik weet het niet. Ik krijg vlinders in mijn buik van een volgend doel. Dat ik er echt zin in heb. Misschien is het meer dat ik soms mezelf nog wel kan verbazen. Van: ‘Heb ik dit nou echt zo gedaan? Toen ik naar Kampong kwam, maakte ik in de eerste twee wedstrijden vier doelpunten. Dat bevestigde voor mezelf dat ik het echt kon en hier thuis hoorde. Dat ik erin mocht geloven. Daar moet je misschien ook wel gek genoeg voor zijn.”
Je noemde jezelf eerder obsessief als het over hockey ging, hoe is dat nu?
,,Ja, dat was vooral met de Spelen. Je zit zo in die bubbel, bent daar naartoe aan het werken. Ik was me zo bewust van dat moment, het moest gewoon gebeuren. Ik kon geen moment ervan genieten dat ik er was. Het enige waar ik aan dacht was dat ik die verdomde gouden plak moest hebben.
Mensen gingen rondfietsen in het Olympisch dorp, pinnetjes wisselen… Ik wilde alleen tukken, eten en nadenken over de volgende wedstrijd. Als je zo obsessief bent, kijk je helemaal niet meer om je heen en kan je ook niet meer investeren in elkaar. Er zitten natuurlijk gradaties in, maar jezelf helemaal afsluiten en maar met één ding bezig zijn de hele dag, ik weet niet of dat de juiste manier is.
Het is nu anders. Ik ben nog steeds obsessief over een doel waar ik naartoe werk en kan alles ervoor laten wijken, maar zorg wel dat ik aan de eettafel nog een geintje kan maken.”
Die mindset neemt hij mee naar het WK, komende zomer. ,,Daar hebben we nu een andere positie. We zijn nu de beste van de wereld, dus het is aan ons om dat weer te laten zien. We moeten vooral heel scherp blijven en hongerig. Elkaar beter willen maken.”
Het toernooi is in eigen land. Ga je nu beter proberen te genieten?
Daar denkt Telgenkamp even over na. ,,Je kunt alleen genieten als je ook wint. Dat is wel het belangrijkste: we moeten winnen. Maar ik zal proberen om ook om me heen te kijken. Genieten is voor iedereen anders. Voor mij zit het ‘m in winnen en groeien. Met het team samen beter worden en samen winnen.”
Voor Telgenkamp dus geen droombeeld van in de line-up staan in een vol stadion en het volkslied zingen. ,,Dat zag ik ook als tienjarige niet voor me. Ik keek alleen naar het hockey.”


